Talent (door)ontwikkelen kan bijdragen aan economische groei

Het Ministerie van Economische Zaken bood op 19 maart jl. de Tweede Kamer een ambtelijke verkenning aan met beleidsopties verdeeld over zes pijlers die kunnen bijdragen aan structurele economische groei. In de verkenning worden een aantal concrete voorbeelden gegeven met betrekking tot LOB en Passend Onderwijs. Je leest er meer over in dit artikel.

Het Ministerie van Economische Zaken bood op 19 maart jl. de Tweede Kamer een ambtelijke verkenning aan met beleidsopties verdeeld over zes pijlers die kunnen bijdragen aan structurele economische groei. Deze zes pijlers zijn: (1) talent ontwikkelen, (2) talent doorontwikkelen, (3) iedereen doet mee, (4) onderzoeks- en innovatie ecosystemen, (5) verbeteren bereikbaarheid en (6) transities benutten. Volgens de verkenning zijn binnen het onderwijs verschillende beleidsopties denkbaar. Afhankelijk van de opties en vormgeving is een inschatting van de financiële kosten gemaakt. Enkele opties die worden benoemd zijn: drempels wegnemen voor onbelemmerde ontwikkeling, aanbod van arbeidsmarktrelevante opleidingen, het versterken van Loopbaanoriëntatie en –begeleiding (LOB), slimmere opleidingskeuze studenten en betere samenwerking in de regio.

Uit de verkenning: ‘Om studenten een slimmere opleidingskeuze te laten maken wordt de loopbaanoriëntatie en – begeleiding (LOB) versterkt in vo, mbo en ho. Door betere begeleiding zullen naar verwachting minder studenten een opleiding volgen met een laag arbeidsmarktperspectief, komen er potentieel meer studenten aan een baan en groeit de werkzame beroepsbevolking. Door een betere samenwerking in de regio zullen leerlingen en studenten minder snel uitvallen, en op een efficiëntere manier kunnen doorstromen. Dit draagt bij aan een goed opgeleide beroepsbevolking. Om kansenongelijkheid gedurende de onderwijsloopbaan aan te pakken, kan gekozen worden voor het verzachten van nadelige neveneffecten van vroege selectie binnen het huidige stelsel. Dit vergroot de leerkansen van kinderen en jongeren gedurende hun onderwijsloopbaan. Dit kan leiden tot hogere onderwijsuitkomsten.’

In de verkenning worden een aantal concrete voorbeelden gegeven met betrekking tot LOB en Passend Onderwijs:

  • Onderzoek naar effectieve methoden LOB (voor specifieke groepen).
  • Versterken arbeidsmarktvoorlichting in LOB.
  • Opnemen van LOB in het examenprogramma voor havo en vwo (LOB is al verplicht onderdeel van de nieuwe beroepsgerichte examenprogramma’s vmbo). Waarbij wordt aangegeven: Eindtermen LOB vergt een wijziging van het examenbesluit en aanvullend toezicht op naleving. De aanpassing in het examenprogramma havo/vwo zal enkele jaren in beslag.
  • Het stellen van nadere inrichtings- en kwaliteitseisen voor LOB in vo en mbo en invoering/naleving hiervan.
  • Scholen actief beoordelen op de indicator vervolgsucces in toezichtkader vo en mbo (budgetneutraal).
  • Versterken betrokkenheid bedrijfsleven bij beroepsoriëntatie van leerlingen en studenten in vo en mbo door faciliteren oriënterende bedrijfsbezoeken.
  • Aanvullende financiering van vo-scholen in achterstandswijken t.b.v. LOB.
  • Het stimuleren van regionale samenwerking tussen scholen in vo, mbo en ho zodat een goede doorstroom van studenten wordt versterkt.
  • Regionale kwaliteitsafspraken in de beroepskolom.
  • Intensieve betrokkenheid van en samenwerking met het regionale bedrijfsleven. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van reeds opgebouwde structuren en netwerken.
  • Drempels wegnemen voor onbelemmerde ontwikkeling.
  • Andere professionals in de school voor passend onderwijs.
  • Fonds voor regionale collectieve onderwijszorgarrangementen.
  • Collectieve financiering van zorg in onderwijstijd op (v)so scholen.

Wil je hierover verder lezen? Ga dan naar Science Guide

Bij de verkenning van het ministerie is onder andere gebruik gemaakt van de in 2020 gepubliceerde Brede Maatschappelijke Heroverwegingen. In dit adviesrapport gericht op onderwijs en leven lang ontwikkelen, wordt aangegeven dat studenten op weg naar het mbo, hbo of wo het toekomstige arbeidsmarktperspectief onvoldoende meenemen in hun opleidingskeuze, met spijt, verandering van opleiding en verminderde arbeidsmarktkansen als gevolg. Volgens het rapport komt dit mede door het vroege moment waarop leerlingen in Nederland al voor een richting moeten kiezen, onvoldoende samenwerking tussen scholen in het vo, mbo en ho, maar ook door onvoldoende gerichte loopbaanbegeleiding en het gebruik van goede arbeidsmarktinformatie. Om loopbaanoriëntatie en -begeleiding in het vo, mbo en ho te verbeteren, is één van de zeven adviezen in het rapport om de arbeidsmarktvoorlichting meer aandacht teven binnen LOB.

Lees ook onze andere artikelen over dit onderwerp:

Arbeidmarktinformatie en LOB
Zoals verwacht loopt alles anders
Arbeidsmarktgerichte LOB: het kabinet hinkt op twee benen