Faalplezier

Word bewust van je eigen fouten en geef ze toe

Vallen en opstaan. Fouten maken moet. Dit zijn de clichés die leerlingen vaak om hun oren geslingerd krijgen. Maar ondersteunen docenten, mentoren en andere begeleiders de leerlingen voldoende met fouten maken? En hoe krijg je eigenlijk faalplezier? Maarten Willms legt uit.

Maarten Wilms Bij de Lesdoor Maarten Willms

Fouten maken is eng. Vooral wanneer er op je gelet wordt. In de muzieklessen die ik geef zie ik dat ook bij leerlingen. Wanneer een brugklasleerling voor het eerst mijn klaslokaal inloopt zegt hij: 'Ik ben niet muzikaal hoor, meester.’ Ik antwoord dan gekscherend: 'Ik ook niet, hoor.’ Mensen denken vaak dat je voor het maken van muziek muzikaal moet zijn. Met andere woorden: je kunt het wel, of je kunt het niet. Ook vele tv-programma’s leggen de nadruk op het hebben van een X-factor, talent of ‘the voice’. Voor mijn masteropleiding Professioneel Meesterschap ben ik op zoek gegaan naar een manier om leerlingen meer bewust te maken van hun leerproces door het ervaren van faalplezier in plaats van faalangst.

Mindset

Professor Carol Dweck deed meer dan twintig jaar onderzoek naar leermotivatie. Zij bewees dat de manier waarop je naar je eigen vaardigheden kijkt (mindset), in hoge mate bepaalt hoe je jezelf zal ontwikkelen. De overtuiging dat je ergens wel of niet goed in bent, wordt door haar de fixed mindset genoemd. Je denkt dat je iets van nature goed kan of dat je ergens niet goed in bent. Daar tegenover staat de growth mindset. Deze kenmerkt zich door de overtuiging dat je ergens goed in kan worden: door goed te oefenen kun je net zo ver komen als ieder ander.

‘Ik geef alleen feedback op het proces’

Voor muziek is de growth mindset erg belangrijk. Ik begin daarom in mijn eerste pianolessen altijd met improvisatie. In deze oefening krijgt de leerling veel vrijheid met beperkte kaders. De leerling krijgt vijf tonen en mag deze in willekeurige volgorde spelen. Er vormt zich dan een melodie. Ik geef hierbij alleen feedback op het proces. De leerling heeft geen ervaring op de piano en speelt elke noot als een soort experiment. Al snel hoort de leerling of iets leuk of minder leuk klinkt en past zich daar op aan. Bij elke variatie die gespeeld wordt (sneller, langzamer, harder, zachter, etc.) geef ik een positieve reactie en stimuleer ik om meer uit te proberen. Wanneer ik de leerling begeleid met wat akkoorden, dan klinkt het geheel al snel als muziek in de oren.

Door deze oefening komen twee belangrijke zaken aan bod:

  1. De leerling leert dat hij door oefenen al snel heel ver kan komen. Muziek is niet alleen weggelegd voor mensen die hier talent voor hebben, maar ook voor mensen die nieuwe dingen uitproberen. Dit stimuleert een growth mindset.
  1. De leerling krijgt tijdens het experimenteren direct feedback. Wanneer hij iets speelt wat fout is, of minder mooi klinkt, dan hoort hij dat en corrigeert hij zichzelf. Het is een eigen improvisatie, dus de leerling is ook zelf verantwoordelijk voor het resultaat. Het nemen van initiatief wordt in dit proces aangemoedigd en fouten worden op een natuurlijke manier door de leerling zelf gecorrigeerd. Het is hierbij belangrijk dat de docent er niet is om goed en fout aan te wijzen, maar om de leerling dit juist zelf te laten ontdekken.

 

falen

‘Bij faalplezier worden fouten gebruikt om zicht te krijgen op ontwikkelingsmogelijkheden'

Faalplezier

Faalplezier kenmerkt zich door een open houding naar de nieuwe situatie waarin iemand zich bevindt. De persoon is zich daarbij bewust van het leerproces en het eigen kunnen. Bij faalplezier worden fouten gebruikt om zicht te krijgen op ontwikkelingsmogelijkheden.

Om tot faalplezier te komen heeft iemand die growth mindset nodig. Een fout maken lijkt in eerste instantie helemaal niet leuk. Het benadrukt namelijk dat je ergens (nog) niet goed in bent. Wanneer je een fixed mindset hebt, of erg onzeker bent, dan kan dat een confronterende situatie opleveren. Een natuurlijke reactie is dan dat je de gemaakte fout niet wilt erkennen. Dweck laat zien dat leerkrachten hierop een grote invloed kunnen hebben. De leerlingen die beloond werden met ‘wat ben je slim’ kwamen eerder in een fixed mindset terecht dan de leerlingen die beloond werden op hun inzet.

Metacognitie

Marcel Veenman doet al meer dan 25 jaar onderzoek naar intelligentie en metacognitie als bepalende factoren voor leren en excellent presteren. In zijn proefschrift over metacognitieve vaardigheden legt hij de relatie tussen intelligentie en metacognitie. Metacognitie betekent cognitie over cognitie, oftewel het denken over de eigen mentale activiteiten. Veenman geeft daarbij aan dat de metacognitie ons in staat stelt te reflecteren op ons eigen gedrag, om daar zo weloverwogen richting aan te geven.

‘Ik ben bezig een nieuwe fout voor te bereiden’

In een model (zie figuur 1) laat Veenman zien dat er onderscheid gemaakt kan worden in twee lagen in ons denken: denken op object-niveau en denken op meta-niveau. Het denken op object-niveau kan gezien worden als het uitvoeren van een taak. Hierbij vinden allerlei cognitieve uitvoeringsprocessen plaats. Het denken op meta-niveau overziet dit proces. Hierdoor kan worden waargenomen wat er fout gaat en kunnen instructies gestuurd worden naar het denken op object-niveau. Een leerling heeft metacognitieve vaardigheden nodig om een fout te kunnen waarnemen en er op te reageren. Voorbeeld: een leerling zonder metacognitieve vaardigheid leest een tekst monotoon en lineair van A tot Z, zonder stil te staan bij fouten in het lezen of een eventueel gebrek aan tekstbegrip.

Practice what you preach

In een hoorcollege vertelde Veenman eens over een lesobservatie waarin hij zag dat een wiskundedocent voor de klas een rekensom op het bord schreef. Tijdens het schrijven merkte de docent dat hij een fout maakte. In reactie hierop pakte hij snel een wisser en corrigeerde hij zijn fout. Dit was volgens Veenman een gemiste kans. Wanneer de docent de fout had laten staan en de klas had meegenomen in zijn denkproces, dan hadden de leerlingen veel kunnen leren. Hij had de stappen die hij nam bij het maken van de som met de klas kunnen doornemen, om vervolgens te onderzoeken bij welke stap het fout was gegaan. Veenman benadrukt dat de leerlingen hierdoor metacognitieve vaardigheden oefenen die ze tijdens het maken van hun eigen sommen kunnen inzetten. Wanneer wij bang zijn voor het maken van fouten, gaan wij hier aan voorbij.

Wanneer leerkrachten in het onderwijs niet aan hun leerlingen laten zien dat ze fouten mogen maken en dat dit hoort bij een leerproces, zullen leerlingen daar ook niet mee leren omgaan. Terwijl dat nou juist de kracht is van faalplezier. Leerkrachten moeten hier dus het goede voorbeeld in geven. Daarnaast is het binnen het onderwijsteam ook heel waardevol om constructief om te gaan met fouten. In 1999 toonde Amy Edmondson aan dat een team van verpleegkundigen met de meeste incidentmeldingen het best presteerde. Dat kwam niet omdat er meer incidenten waren dan op andere locaties, maar omdat er een open cultuur was waarin de incidenten gedeeld werden. Er werd samen naar oplossingen gezocht en geleerd van de gemaakte fouten. Om hier toe te komen, is een cultuur van openheid, vertrouwen en samenwerking dus heel belangrijk.

Faalplezier in school

Mindset en metacognitie zijn belangrijke vaardigheden voor faalplezier. Om fouten te kunnen signaleren, heeft een leerling metacognitieve vaardigheden nodig. Daarnaast zien wij dat een leerling een growth mindset nodig heeft om een fout te durven erkennen. Het is daarom van belang dat de leerling gestimuleerd wordt om te experimenteren en improviseren, waarbij hij feedback krijgt op het leerproces. De docent heeft daarin niet alleen een begeleidende rol (monitoring), maar ook een voorbeeldrol. De sleutel tot faalplezier ligt daarom niet alleen in de klassen, maar vooral ook in het team van een school. Om metacognitieve vaardigheden te ontwikkelen hebben de leerlingen alle docenten nodig. Zij kunnen in school een cultuur creëren waarin openheid, vertrouwen en samenwerking centraal staan, zodat de leerling zich kan richten op faalplezier. Of zoals Bertolt Brecht ooit schreef: ‘Ik ben bezig een nieuwe fout voor te bereiden.’

Maarten Willms is muziekdocent, ambulant onderwijskundig begeleider en werd in zijn masteropleiding Professioneel Meesterschap ook faalexpert.