‘Ik hoopte al zó dat iemand eens zou vragen hoe het met me ging’

Zelfbeschadiging op school

Ook al zijn exacte cijfers bijzonder lastig om te achterhalen (zo niet onmogelijk), zelfbeschadiging komt zeer waarschijnlijk op elke school voor. Daar moet je als begeleider iets mee. Waar begin je? Wat kun je in een gesprek met een leerling wel zeggen en wat juist niet? Hierover vertelt Annet de Schaaf, leerlingbegeleider op het Christelijk Gymnasium Utrecht.

AREY20190130 0068

(c) Stichting Zelfbeschadiging

Leerlingbegeleider Annet de Schaaf leerde niet alleen veel over zelfbeschadiging bij jongeren tijdens haar driejarige opleiding Contextuele Leerlingbegeleiding of tijdens congressen, ze leerde er vooral veel over in haar beroepspraktijk, op school. Tijdens het gesprek met haar is het overduidelijk dat ze over dit onderwerp een ruime expertise beschikt. Hoewel zelfbeschadiging precair is om over te spreken, zeker als het gesprek gevoerd wordt met een minderjarige scholier, licht De Schaaf haar ervaringen toe met veel inzichten en wijsheden. Hoe komt ze er eigenlijk achter dat een leerling (m/v, maar vaker ‘v’) zichzelf fysiek pijn doet? ‘Mentoren of leerkrachten - vaak een gymdocent - melden soms hun vermoedens  over een leerling’, zegt De Schaaf. ‘Die vragen dan of ik het gesprek met hem of haar wil aangaan. Dat doe ik dan. Het komt ook voor dat vrienden van een leerling die zichzelf mogelijk beschadigt bezorgd bij mij aankloppen. ‘Maar je mag niet vertellen dat wij het gezegd hebben!’ zeggen zij er dan vaak bij.’

‘Doe je jezelf wel eens pijn?’

‘Denk je wel eens aan nare dingen?’

De Schaaf brengt het onderwerp in een gesprek met de leerling niet meteen ter sprake, daar heeft ze soms wel drie gesprekken voor nodig: ‘Een openingsvraag kan zijn: ‘Er zijn mensen die zich zorgen om je maken. Hoe gaat het met je?’ Meestal vinden die kinderen het heel fijn om überhaupt met iemand te praten. Een leerling zei zelfs eens tegen me: ‘Ik hoopte al zó dat iemand eens aan mij zou vragen hoe het met me ging.’ Het komt volgens de leerlingbegeider voor dat kinderen niet uit zichzelf vertellen dat ze depressieve gedachten hebben, of dat ze zich daadwerkelijk beschadigen. De kunst is dan om door te vragen, zonder te benoemen. Vragen als ‘Denk je wel eens aan nare dingen?’ of ‘Doe je jezelf wel eens pijn?’ kunnen dan helpen om tot de kern te komen. De Schaaf: ‘De kinderen zijn er dan gelijk heel openhartig over. Alsof ze blij zijn dat ze het eindelijk aan iemand kunnen vertellen. ‘Niemand weet dit,’ zeggen ze dan, ‘en mijn ouders mogen het ook niet weten.’ Dat laatste beloof ik uiteraard nooit, maar ik probeer wel duidelijk te maken dat ik begrijp dat ze het moeilijk vinden als ik hun ouders inlicht. ‘Ik ben zelf ook moeder’, zeg ik dan. En ‘Ik zou het ook fijn vinden als ik weet hoe het met mijn kinderen gaat. Hebben jouw ouders enig idee dat het niet zo goed met je gaat? Hoe zouden ze dat aan je kunnen merken? Als we het zouden vertellen, zou je het dan prettiger vinden om het aan je vader of aan je moeder te vertellen?’ Ik probeer te vissen en meestal - of eigenlijk altijd - begrijpen ze wel dat ons gesprek niet binnen vier muren kan blijven. Diep in hun hart willen ze het toch graag aan hun ouders vertellen. Ik vraag dan nog of ze het alleen willen doen, of ze hun ouders op school willen uitnodigen en of ik erbij moet zijn.’

Geen waardeoordeel

Een andere tip die de leerlingbegeleider in ons gesprek belangrijk vindt, is het achterwege laten van een waardeoordeel. Zeg bijvoorbeeld nooit dat ze schrikt van zelfbeschadiging, of dat het heel erg is wat een leerling zichzelf aandoet. ‘Ik zeg vaak: ‘Goh, dit raakt me wel, wat moet jij je naar en eenzaam voelen’’, vertelt De Schaaf. ‘Ze breken meestal als ik dat zeg. Als ik zou zeggen: ‘Jeetje, dat moet je echt niet meer doen, dat is hartstikke gevaarlijk!’ dan zou het gesprek snel ten einde komen. Helemaal aan het begin, toen ik nog niet zo ervaren was, heb ik de fout gemaakt om het onderwerp wel meteen ter sprake te brengen. Dat meisje heb ik daarna niet meer teug gezien en dat snap ik achteraf ook goed. Het was vreselijk dom, maar het geeft wel aan op wat voor glad ijs je je begeeft. De leerling moet het idee hebben dat er iemand luistert, dat iemand ze erkent in hun problemen, maar die geen oordeel velt en in allerlei oplossingen gaat denken.’

Luisteren en erkenning geven zijn daarom de belangrijkste stappen in het eerste contact met de leerling. Daarna komen pas de vervolgstappen. ‘En ook niet onbelangrijk,’ aldus De Schaaf, ‘vraag ook eens of ze hun wonden wel goed verzorgen. Ik wil niet weten hoe ze zichzelf beschadigen - en als ik dat zeg, dan vertellen ze het meestal juist wel - maar ik wil wel dat ze ervoor zorgen dat er niets gaat ontsteken.’

AREY20190130 0473

Vervolgtraject

In het vervolgtraject probeert De Schaaf meestal eerst de ouders erbij te halen. Als de leerling thuis veel problemen heeft, dan probeer ze dat ook, maar wel op een omzichtige manier: ‘Als ouders en kind bij mij komen, dan kijk ik altijd naar hoe ze met elkaar omgaan. Dat zegt zoveel. Ik zie wel eens ouders die het kind nauwelijks aankijken, maar er zijn ook ouders die een knuffel geven en vragen hoe hun dag was. Dat zijn signalen die je kunt oppikken. Als ouders er niet toe bereid zijn om hun kind thuis goed op te vangen, dan spreek ik ze erop aan: ‘Je kind heeft je nodig. Je kind heeft je heel erg hard nodig. Hoe kunnen we er met zijn allen voor zorgen dat het beter gaat?’ Als een ouder onmachtig is, dan kan de zorgcoördinator hulp inschakelen, maar in de basis moet een ouder de verantwoordelijkheid nemen voor hun kind.’

‘Welke verantwoordelijkheid valt onder de school?’

Voor het vervolg wordt aangeraden om hulp te zoeken bij bijvoorbeeld de huisarts, zodat die kan doorverwijzen. De Schaaf kan ook contact zoeken met de schoolarts of een buurtteam, als er in een gezin veel speelt. ‘Ik ben geen therapeut of psycholoog’, vertelt de leerlingbegeleider, ‘het onderwerp gaat op een gegeven moment mijn expertise te boven. Ik vind het wel moeilijk om mijn grens te vinden. Tot waar kan ik hulp bieden en welke verantwoordelijkheid valt onder de school? We zijn geen immers therapeutisch instituut, maar de grenzen van wat onder wie valt, die zijn vaag. Mijn advies is daarom: probeer het vooral niet allemaal zelf te doen. Ik overleg daarom regelmatig met de zorgcoördinator, de conrector die zorg in de portefeuille heeft en de schoolverpleegkundige.’

Valkuil

Een valkuil waarin De Schaaf naar eigen zeggen nog wel eens in trapt, is dat ze teveel in de hulpmodus schiet: ‘Ik wil zorgen en oplossen, maar dat kan vaak niet. Ik heb tijdens mijn opleiding geleerd om letterlijk achteruit te leunen, me nieuwsgierig of zelfs onwetend op te stellen en vooral veel vragen te stellen. Laat de leerling maar vertellen. Meteen met oplossingen komen, daarop zitten leerlingen niet te wachten. Ook al ben je soms heel betrokken, het is soms verstandig om juist los te laten. Ik benadruk steeds: ‘Wat goed dat je naar me toe bent gekomen, wat dapper dat je dit durft te zeggen, dankjewel voor het vertrouwen dat je me geeft.’ Ik zie dat zulke opmerkingen goed doen.’

Wat is zelfbeschadiging?
Zelfbeschadiging is het regelmatig toebrengen van verwondingen of andere schade aan het eigen lichaam, zonder de intentie om daaraan dood te gaan. De schade kan direct en zichtbaar zijn aan de oppervlakte (bijvoorbeeld verwonding), of minder zichtbaar en van binnen zijn (bijvoorbeeld vergiftiging). Mensen die zichzelf beschadigen doen dat niet om dood te gaan, maar om overeind te blijven als zij ontzettend klem zitten. Wel kan de beschadiging zo ernstig zijn dat deze levensbedreigend of zelfs dodelijk is. Zelfbeschadiging komt naar schatting bij 15% van de jongeren voor.
Bron: sameninmijnschoenen.nl

Stichting Zelfbeschadiging maakt zelfbeschadiging bespreekbaar en begrijpelijk
Stichting Zelfbeschadiging is een organisatie voor en door mensen die zichzelf beschadigen en hun omgeving. Vanuit hun ervaringsdeskundigheid zetten zij zich al 20 jaar in om een steun te zijn voor mensen die zichzelf beschadigen, zelfbeschadiging bespreekbaar te maken en hulpverlening te verbeteren. Zo bieden zij steun via lotgenotencontact en dragen zij hun ervaringskennis over via voorlichtingen.

‘Samen in mijn schoenen’ is een initiatief om te zorgen dat jongeren die zichzelf beschadigen, hun omgeving en professionals in en rond de school zichzelf en elkaar beter gaan begrijpen. De website biedt toegankelijke informatie en tips voor jongeren, hun familie en vrienden en professionals over zelfbeschadiging. De informatie op sameninmijnschoenen.nl bundelt wetenschappelijke inzichten, praktijkkennis van professionals en ervaringskennis van jongeren die zichzelf beschadigen. Stichting Zelfbeschadiging heeft een belangrijke rol in het begrijpelijk maken van zelfbeschadiging op de website. 

Zelfbeschadiging is een ingewikkeld onderwerp. Heb je na het bezoeken van de website vragen? Stichting Zelfbeschadiging kan helpen om zelfbeschadiging op jouw school beter te begrijpen. Zie www.zelfbeschadiging.nl

Betrouwbare basisinformatie voor iedereen
Stichting Zelfbeschadiging heeft op 1 maart een nieuwe website gelanceerd, in samenwerking met het Trimbos Instituut en zorgaanbieder Fivoor: sameninmijnschoenen.nl Hierop staat informatie voor iedereen die me zelfbeschadiging temaken kan krijgen: mensen die het zelf doen, mensen die het vermoeden hebben dat iemand dit doet en professionals, zoals begeleiders. De Schaaf benadrukt dat deze website uiterst nuttig is en gaat hem op haar school onder de aandacht brengen: ‘Ik wil begeleiders en docenten op mijn school de basiskennis meegeven. Deze website is een goed uitgangspunt. Daarnaast wil ik ook dat leerlingen er kennis van nemen, al was het maar om leerlingen op school die zichzelf beschadigen het idee te geven dat ze niet de enigen zijn die het doen; dat ze niet alleen zijn.’