De Dag van de Zorgcoördinator 2014

Keynote speaker Dag van de zorgcoördinator Manon Ruijters Zorgcoördinator, waar sta je voor?

Op 27 november bent u weer van harte uitgenodigd op de Dag van de Zorgcoördinator. Het thema van deze dag is 'Zorgcoördinator, waar sta je voor?' Hieronder blikken wij vooruit, samen met keynote speaker Manon Ruijters.

Met alle veranderingen binnen het passend onderwijs en in de jeugdzorg moeten zorgcoördinatoren meer dan ooit weten waar ze voor staan. De taskforce 'Zorgcoördinator in positie' heeft het afgelopen jaar daarom een beroepsstandaard voor de zorgcoördinator ontwikkeld, die op deze dag gepresenteerd wordt en waarvan de bezoeker een exemplaar van ontvangt. De beroepsstandaard geeft inhoudelijke informatie over de verantwoordelijkheden, rollen en taken van de zorgcoördinator, maar gaat ook in op de positie van de zorgcoördinator binnen de eigen schoolorganisatie.

'Diversiteit is rijkdom'
Manon Ruijters, keynote speaker op de Dag van de Zorgcoördinator, adviseert al jaren over leren, ontwikkelen en professionaliteit. Met het oog op de beroepscode neemt zij met de bezoeker door hoe je voor jezelf bepaalt waar je voor staat. Want, zo betoogt ze: 'Je moet scherp hebben waar je zelf voor staat voordat je kijkt naar wat de beroepsvereniging zegt. Op die manier ontstaat er een open dialoog en blijf je elkaar versterken. Diversiteit is rijkdom en dat maakt het vak van de zorgcoördinator interessant, terwijl gedragscodes in de basis naar uniformiteit streven. Als adviseur sta ik zelf ook stil bij waar ik voor sta. Ook wij hebben een beroepsvereniging met een gedragscode, een proces om je te laten registreren en een check hoe je je tot de beroepsgroep verhoudt. Je 'moet' daar niets mee, want het vak van adviseur is niet aan banden gelegd en er bestaat geen opleiding voor. Ik vond het spannend, maar ik vond het waardevol om mijn professionele identiteit vast te stellen en dan te spiegelen. Natuurlijk kom je er dan achter dat je niet op alle vlakken dezelfde ideeën hebt zoals die worden voorgeschreven en dat is nu net precies dat wat de beroepsgroep verrijkt. Neem je beroepscode als leidraad, ontdek waarover je met collega's van mening verschilt en ga daarover met elkaar het gesprek aan.'

'In een vak dat zo in beweging is heb je rust nodig. Die rust ben jij zelf'

Professionele identiteit
Essentieel in dit verhaal is het doorgronden van je eigen professionele identiteit. Ruijters: 'Er is veel verwarring over wat een professional is, dus ik zal tijdens mijn lezing eerst hierop ingaan. Vervolgens vertel ik welke vragen je aan jezelf kunt stellen om erachter te komen wat jouw eigen professionele identiteit is.' Of het lastig is om die identiteit voor jezelf vast te stellen? 'Zeker, maar het is ook een interessante zoektocht. Er regelmatig aandacht aan besteden heeft bovendien veel positieve effecten: Mensen die beter weten waar ze voor staan, die een sterkere professionele identiteit hebben krijgen minder vaak een burn-out, werken gemakkelijker samen met hun collega's en kunnen beter met verandering omgaan: dat zijn prettige bijkomstigheden. In een vak dat zo in beweging is heb je rust nodig. Die rust ben jij zelf.'

Wie is Manon Ruijters?
Manon Ruijters is al ruim 25 jaar ('en dat zeg ik alweer een aantal jaar') geïnteresseerd in alles wat te maken heeft met leren en ontwikkelen en de manier waarop dat vergemakkelijkt kan worden. Ook zij was een potentiële 'klant' van een zorgcoördinator: 'Ik leerde niet vlot, al had ik nooit een hekel aan school.' Daar ontstond haar fascinatie voor leren. Nadat ze acht jaar in en om het onderwijs werkte, maakte ze de overstap naar adviesbureau Twynstra Gudde. Daar werkt ze nog, al werd ze vanwege haar interesse in onderzoek en innovatie ook lector bij de Vilentum Hogeschool, Stoas Wageningen. En zo kwam ze toch weer terug het onderwijs in.

Meer weten over de Dag van de Zorgcoördinator, zoals welke workshops er worden gegeven, welke sprekers er nog meer zijn of hoe u zich aanmeldt? Zie www.dagvandezorgcoordinator.nl

Pim Wijers is hoofdredacteur van Bij de Les

Dit artikel komt uit Bij de Les, jaargang 10, nummer 8