Duurzame borging LOB in het onderwijs

klok bijna 12 uurTerwijl de specialisten in ons loopbaanmetier de degens kruisen voor een nóg scherper beeld van ‘loopbaanleren’, tikt de klok voor het onderwijs door. Implementeren alleen van LOB (loopbaanontwikkeling en –begeleiding) lijkt niet voldoende; voor het duurzaam borgen hiervan is het bijna 12 uur!

Om het risico te beperken dat zorgvuldig ontwikkelde inhoud en vormgeving van LOB verloren gaat, is nu het moment aangebroken om binnen de school én met de ketenpartners in te zoomen op borgingsmogelijkheden. Duurzame borging van LOB zal de cijfers van opstroomresultaten en studierendement blijvend verbeteren en het zou zo zonde zijn als de waan van de dag het gaat winnen van de zorgvuldige bouw van het ‘LOB-huis’.

LOB en VSV

Na diverse convenantperioden in het terugdringen van voortijdig schoolverlaten (VSV) zijn er in de afgelopen jaren aansprekende resultaten geboekt. Binnen het voortgezet onderwijs en mbo hebben vele organisaties en samenwerkingsverbanden zich sterk gemaakt voor het ontwikkelen van mooie initiatieven en investeringen die samen hebben geleid tot een substantiële terugdringing in het percentage voortijdige uitval (71.000 in cursusjaar 2001-2002 tot 27.950 in 2013). VO-Raad en Mbo-diensten hebben, gedragen door investeringsgelden vanuit het Ministerie van OCW, veel scholen kunnen bewegen een slag te maken in de verbetering van loopbaanontwikkeling en -begeleiding of, zo u wilt, van loopbaanoriëntatie en -begeleiding.

Er zijn nog steeds innovatieve ideeën te bespeuren binnen het onderwijs zelf en vooral ook tussen onderwijs en haar ketenpartners. We lezen in diverse vakbladen dat een gerichte aanpak van LOB in het onderwijs leidt tot kwalificatiewinst en ‘Studentsucces’. Het belang van de scholier/student staat voorop. Onderzoeksdata tonen in toenemende mate de correlatie aan tussen zorg voor de loopbaan en terugdringing voortijdige uitval. De eerder genoemde inspanningen van de specialisten LOB scherpen de achtergronden verder aan en leveren zeer bruikbare inzichten op.

In wezen lijken onze lectoren en professoren het uiteindelijk wel met elkaar eens te zijn: beslissingen van jongeren in hun (school-)loopbaan worden zichtbaar verbeterd door het faciliteren van een optimale reflectieve dialoog, gevoed door levensechte ervaringen. Nu de laatste convenantperiode VSV haar einde nadert, dringt de vraag zich steeds pregnanter op: ‘Wat gebeurt er met LOB in de loop van 2015 en verder?’ Kan LOB ook de toets van de inspectie in de toekomst doorstaan….?

Wat is er tot nu toe bereikt?

Laten we ons verheugen in de bereikte resultaten bij de terugdringing van VSV. Na de eerste convenantperiode, waarbij het ‘laaghangend fruit’ van de uitval kon worden geplukt, brak er een periode aan waarbij het lastiger was de stijgende lijn vast te houden. Hoe moeilijk is het niet om causaliteit aan te tonen welke interventie helpt bij terugdringing VSV? Het is een complex geheel. Er ontstonden nieuwe initiatieven in het onderwijs en onderzoeksresultaten lieten ons zien dat we op de goede weg waren en dat een ‘krachtige loopbaanleeromgeving’ nodig is om uitval te reduceren. Vanuit diverse koepelorganisaties werden, met behulp van de ‘LOB-scan’ trajecten ‘visie en beleid’ uitgezet voor scholen (deze lopen overigens nog steeds).

De VO-Raad benadrukt de rol van de schoolleiding. Alleen met echt eigenaarschap van de portefeuillehouder valt de ontwikkeling en de borging van LOB onder een goed gesternte. Onderzoek wijst uit dat de loopbaanleeromgeving krachtig is als deze voldoet aan drie belangrijke voorwaarden (Meijers, Wiens verhaal telt?, Antwerpen/Apeldoorn, Garant 2012): de praktijk dichtbij, de échte dialoog met de leerling/student en de mogelijkheid om keuzes te kunnen oefenen en daarop te reflecteren.

Er is nog veel meer goeds te benoemen in de ontwikkeling van LOB. De vakbladen staan er nog steeds vol van. Waar het Nederlandse onderwijs nog belangrijk kan groeien is in de professionele verbetercultuur (Emst, Hawinkels, Professionele cultuur in onderwijsorganisaties, APS, Edukern 1998) en, in dit specifieke geval, in de échte borgingvan LOB. Als we dit nalaten, kan het zorgvuldig opgebouwde beleid zo maar weer verdampen.

De check

Om de inbedding van LOB in de school in kaart te brengen, kunnen we ons drie hoofdvragen stellen:

  1. Wat gebeurt er met het in gang gezette beleid- en vormgeving van LOB als de ‘stimuleringsgelden VSV’ gaan opdrogen en/of terecht komen in de Lumpsum? Is LOB al zover ingebed in de schoolorganisatie dat vorm en inhoud overeind blijven? Wie toont zich voldoende eigenaar van LOB? Hoe is de facilitering geborgd?
  2. Wat gebeurt er met LOB als de decaan (of de projectleider) vertrekt? Neemt de schoolleiding dan het initiatief om weer een krachtige man/vrouw op de plek terug te krijgen? Hoe houdt de schoolleiding zelf LOB op de agenda’s? Hoe blijft de deskundigheid van de mentoren of SLB-ers onder de aandacht? Is er nog voldoende deskundigheid in de school op LOB-gebied?
  3. Wat gebeurt er met LOB als er een nieuwe onderwijsdirecteur komt? Dat is een spannende! In hoeverre gaat de nieuwe onderwijsdirecteur een andere koers varen? Als LOB niet staat verwoord in de visie en in het meerjarig beleidsplan van de school en als LOB niet is ingebed in het curriculum, in de rollen en taken van het personeel en in het scholingsplan dan ontstaat er te veel ruimte om de ingezette koers weer los te laten.

Het beantwoorden van een combinatie uit bovenstaande vragen laat ik graag aan uw eigen creativiteit en expertise over; het geeft zeker nieuwe inzichten.

Loopbanen zélf gaan vaak gepaard met onzekerheid en veranderingen in identiteit. Dat is voor schoolorganisaties ook het geval. Met elkaar zoeken naar slimme verbindingen is een belangrijke uitdaging. Er is al zo veel in de school dat te maken heeft met de loopbaanontwikkeling van de leerlingen; laten we dit herkennen en erkennen.

Kwaliteitsbehoud, hoe dan?

pdca en wig

'Goede loopbaanbegeleiding in het vmbo en mbo bestaat praktisch niet’ schreef Tom Luken in 2009 in zijn redevoering over een effectiever model van studieloopbaanontwikkeling (Luken, Naar een effectiever model van (studie-)loopbaanontwikkeling, Fontys Hogeschool, 2009). Dat betekent dat er ook geen ‘beste manier’ kan zijn voor de duurzame borging van LOB.

Zowel de inhoud als de borging is sterk afhankelijk van de schoolcontext. Daarover meer in de ‘borgingsgebieden’ hieronder. De ‘wig’ in de afbeelding van de PDCA-cyclus (Deming, zie afbeelding) zou moeten worden beschreven en worden opgenomen in de kwaliteitscyclus, zodat de inspanningen van de afgelopen jaren blijven renderen.


Activiteiten zijn te plaatsen in de volgende vijf borgingsgebieden met daarachter enkele voorbeelden:

  1. Visie en beleid: beschrijven en delen van de missie van de school, visie op leren en –begeleiden, visie op loopbaanontwikkeling.
  2. Organisatie: aansturing, facilitering, protocollen, rol- en taakbeschrijvingen, verbinding vakken in het curriculum en programma van toetsing, verbinding met de gesprekcyclus, agenda’s.
  3. Methoden en instrumenten: lesmaterialen LOB, portfolio, testen.
  4. Deskundig personeel: periodieke professionalisering personeel, intervisie, zoek naar de kracht van collega’s.
  5. Ketenpartners: ouderparticipatie LOB, MR/OR, betrekken van bedrijven en beroepspraktijkvorming (stages), Gemeentes en RMC’s, samenwerkingsverbanden van scholen.

De invulling van bovenstaande ‘borgingsgebieden’ is altijd schoolspecifiek. Het heeft geen zin om hier een uitputtende lijst op te noemen; dit dient in de school zelf nader te worden uitgewerkt. Het laatste zou dan voldoende handvatten moeten bieden om de ‘parels’ veilig te stellen. Creatieve borging van LOB hoeft niet veel te kosten. Eén van de kenmerken van een professionele organisatie is dat juist die organisatie volgend jaar beter is dan nu …… Dus ook hier: van bewúst naar béter LOB!

Naast de kritische vragen om de positie van LOB in de school te checken is het (nogmaals), onder begeleiding van een procesbegeleider, uitvoeren van de LOB-scan een goed idee. De scan is er nu ook op teamniveau. Deze geeft snel inzicht in (mogelijke 4) deficiënties en kan bijdragen aan samen werken aan een gedragen plan van intake tot diploma. Reflecteren op doel, vorm en inhoud versterken het gevoel van eigenwaarde, dragen bij aan werkplezier en vergroten ons probleemoplossend vermogen. (Friedrieg Schlegel).

Het hoofddoel blijft om de leerlingen/studenten verder te helpen om zélf stappen te leren zetten in hun (school-) loopbaan. Dat VSV hierbij wordt beperkt, is vooral een prettige bijkomstigheid!Succes met de laatste slag in ‘duurzame borging van loopbaanontwikkeling’ in uw school!

Auteur:
Jan Willem Bruil, eigenaar van LOB@school.
LOB@school is een vakkundig advies- en trainingsbureau voor het onderwijs op het gebied van loopbaanontwikkeling- en begeleiding (LOB) .