Help, hoe zet ik die knop om?

Button kleinDoor Nathalie de Heer-Heiboer

Als leraar ben je, als het goed is, van mening dat jouw vak ontzettend belangrijk en interessant is. Je bent er enthousiast over en wilt dit met je leerlingen delen. Je staat voor de klas en verwacht, vooral in de bovenbouw, dat iedereen met open mond naar jouw mooie betoog zal luisteren. Helaas… de één kijkt stiekem op z’n mobiel, de ander uit het raam en de volgende heeft wel een open mond, maar dat komt door een grote gaap.


Op zoek naar motivatie bij je leerlingen

In opdracht van HPC  (trainings- en adviesbureau, opgericht door Herberd Prinsen) is er een literatuuronderzoek verricht naar de motivatieproblematiek, speciaal in havo 4. In havo 4 is het zittenblijverspercentage (13%) het grootst. Naast dit literatuuronderzoek werd ook een kwalitatief onderzoek uitgevoerd op het Driestar College te Gouda en het Ichthus College te Veenendaal. Voor dit onderzoek werden leerlingen geselecteerd die bekend stonden als ‘ongemotiveerd’. Met hen is een half gestructureerd interview gehouden. De combinatie tussen literatuur en praktijk brengt een aantal interessante conclusies naar voren. De docent heeft allereerst een grote invloed op de motivatie van de leerling. Een goede relatie met de docent staat op nummer één, anders doet een leerling niets voor je vak. Dit is natuurlijk een open deur voor het onderwijs. Ten tweede verwacht een leerling didactisch een goede les, afwisseling in werkvormen (‘filmpje laten zien’), een enthousiaste docent die ook veel weet over zijn vak en bovenal ook gezelligheid.

Grenzen

Veel havo 4-leerlingen weten van te voren dat het jaar moeilijk gaat worden. Ze worden gewaarschuwd op school en misschien ook thuis. Als blijkt dat ze bij de eerste toetsweek lage cijfers hebben gehaald, gooien heel wat van hen de handdoek al in de ring: ‘Ik kan het niet’. Ook al weten ze van zichzelf dat ze geen zin of tijd hadden om te leren voor die eerste toetsen! Een leerling zei: ‘Uiteindelijk geloof je gewoon iets niet meer. Als je zelf al de moed hebt opgegeven, geloof je niet meer dat je het jaar kan halen.’ In bijna alle interviews met deze groep die in de klas niet veel uitvoerden, kwam dit naar voren. Hoe deze leerlingen zichzelf in de klas profileren, staat dus haaks op hoe ze eigenlijk willen presteren. Een docent moet zorgen dat deze ‘niet-helpende’ (faalangstige) gedachten gereguleerd worden en dat de leerling weer vertrouwen krijgt in zichzelf, ook na de eerste onvoldoende(s).

‘Laat mij niet los als jullie denken dat ik het zelf wel kan.'

Leerlingen hebben ook best veel dingen aan hun hoofd, of eigenlijk in hun broekzak, namelijk hun mobieltje met constant internet. Nieuwsgierig kijken ze steeds wie er een bericht plaatst. Eigenlijk vragen zij van ouders en docenten om grenzen, maar dit communiceren ze vaak paradoxaal. Ook zijn er volwassenen die hen oud genoeg vinden om zelf deze verantwoordelijkheid te nemen. Onderzoek van het puberbrein wijst echter wat anders uit. Overleg daarom met de puber wat hij zelf kan en wat hij van zijn docenten en ouders nodig heeft.

Een havo 4 leerling schreeuwt om grenzen van ouders en docenten, vooral in deze wereld van ‘infobesitas’. Hij kan thuis of op school ‘stoer’ of onhandelbaar gedrag vertonen. Hierachter hoeft niet dat ‘ettertje’ te zitten, maar de jongere die graag goede cijfers wil halen en weet dat het hem alleen niet lukt. Hij heeft mensen nodig die gewoon eens zeggen dat een mobiel beneden moet blijven, terwijl hijzelf boven gaat leren, ouders die het niet toestaan dat hij een eigen computer op zijn kamer krijgt etc. Grenzen stellen, maar niet teveel ‘pushen’.

Ook op school schreeuwt een leerling naar de docent om hem te helpen met plannen, structureren, en tips om te leren in de bovenbouw,  zodat hij weer verder kan en weer aan een moeilijke taak ‘durft’ te beginnen.

Stoorzender?

Vanuit de interviews kwam een opmerkelijke conclusie naar boven. De geïnterviewde leerlingen werden door docenten vaak als ‘niet gemotiveerd’ en soms als ‘stoorzenders’ beschouwd. Dit vonden ze soms zelf ook, maar na dieper doorvragen kwam er een ander aspect aan het licht. De leerling wil eigenlijk graag goede cijfers halen, maar hij geeft de moed op als het niet meteen lukt en gedraagt zich dan gedemotiveerd voor school. Leerlingen gaan dan twijfelen aan zichzelf, weten niet meer hoe ze ook alweer aan die slechte cijfers kwamen (non-regulatie) en verbinden dit (onbewust) aan hun eigen capaciteiten. Ze denken dat het allemaal geen zin meer heeft en dat ook zij bij de groep gaan horen die havo 4 niet in één keer gaan halen.

‘Help mij met die ‘knop omzetten’, het lukt mij niet alleen!’

Wat is hier als docent aan te doen? Allereerst die individuele begeleiding en regulatie van het gehaalde cijfer. Daarnaast is het steeds weer van belang om de leerling nieuwe moed te geven. De ‘helpende gedachten’ moeten geankerd worden, leerlingen moeten weer zelfvertrouwen krijgen door bijvoorbeeld complimenten/erkenning, fouten durven maken en daarna weer  aan de slag kunnen gaan. Uit dit onderzoek blijkt dat leerlingen een baken nodig hebben, een coach (docent) bij wie ze gelijk aan het begin van het jaar steun en begeleiding krijgen, die hen individueel kent en hen verder kan helpen. Helaas is er ook na gedegen onderzoek geen ‘gouden tip’ die op elke klas toepasbaar is. Toch heeft het onderzoek een aantal aanbevelingen opgeleverd waarmee docenten leerlingen kunnen inspireren en motiveren. Doe iets met de tips die bij jou passen.

Nathalie de Heer is docent godsdienst en faalangst/ sociale vaardigheidstrainer bij het Driestar College in Gouda. Ze heeft voor haar master docent godsdienst/levensbeschouwing in opdracht van HPC Trainingen en Advies onderzoek gedaan naar motivatie bij havo 4 leerlingen. Het gehele onderzoek vindt u op hpc.nu/artikelen

Tips voor in de klas:

  • Als docent is het belangrijk om een goede relatie met je leerling te hebben (pedagogisch).
  • Als docent is het goed om te weten dat je een grote invloed op motivatie van je leerlingen hebt en hier ook wat mee doet in het klaslokaal (didactisch).
  • Als docent moet je samen met ouders grenzen aangeven.
  • Als docent moet je verder kijken dan alleen het uiterlijke gedrag van een leerling. Leerlingen in havo 4 hebben meer faalangst en niet-helpende gedachten dan we denken.
  • Geef de leerling steeds weer nieuwe moed en help hem om de ‘knop’ om te zetten. Schrijf niet elke ‘stoorzender’ in de klas af als ‘gedemotiveerd’, er kan iets heel anders achter zitten.

 

Dit artikel komt uit Bij de Les, jaargang 11, nummer 2