Valkuilen van de antipestcoördinator

HiRes kleindoor Anke Visser

Waarmee moet de antipestcoördinator rekening houden bij het oplossen van pestgedrag? ‘Pas op voor valkuilen!’ betoogt trainer en adviseur Anke Visser.

Weggepest

In maart 2013 presenteerden staatssecretaris Sander Dekker en Kinderombudsman Marc Dullaert hun ‘Plan van aanpak tegen pesten op school’. De aanleiding voor dit actieplan was tweeërlei. De Kinderombudsman behartigde de belangen van een duizendtal leerlingen die langdurig thuis zitten na pesterijen op school. Maatschappelijke verontwaardiging als gevolg van zelfdodingen van gepeste leerlingen zoals Tim Ribberink en Fleur Bloemen, maande de staatssecretaris Onderwijs tot actie.

De school van Fleur Bloemen liet in het voorjaar van 2013 een onderzoek instellen door een onafhankelijke commissie onder voorzitterschap van (pest)professor René Veenstra, onder meer om te kijken of de school anders had moeten handelen. De conclusie van deze commissie was dat de school weinig te verwijten viel. Maar de commissie had wel aanbevelingen. Zo zouden mentoren actiever moeten worden ingezet om de zorg voor leerlingen te verbeteren. ‘Allemaal wisten ze een deel, maar niemand had het complete overzicht.’ Ook vindt de commissie dat er extra gelet moet worden op risicoleerlingen. Leerlingen die op de basisschool of op andere scholen voor VO (weg)gepest zijn, hebben namelijk een verhoogde kans op herhaald slachtofferschap. Fleur Bloemen was zo’n leerling.

Anti-pestwetgeving OCW in het kort
Elke school voor funderend onderwijs is verantwoordelijk voor het scheppen van een sociaal veilig leerklimaat en voor het monitoren van het veiligheidsgevoel van leerlingen. Leerlingen en hun ouders kunnen in geval van pesterijen terecht bij een vast aanspreekpunt: de antipestcoördinator. Ook het aanspreekpunt is wettelijk voorgeschreven. De inspectie houdt toezicht op de realisatie van deze verplichtingen.

Antipestcoördinator/Aanspreekpunt

Dat ontbreken van het complete overzicht was voor de opstellers van het ‘Plan van aanpak tegen pesten’aanleiding om de antipestcoördinator (APC) in het leven te roepen. Ook al omdat in de eerste maanden van 2013 bij de rondetafelgesprekken over pesten duidelijk werd dat met name ouders van een gepest kind zich van het kastje naar de muur gestuurd voelden op sommige scholen. De antipestcoördinator is bedacht als herkenbaar aanspreekpunt bij pesterijen op school. Hij coördineert een systematische en samenhangende aanpak van het pestgedrag en houdt contact met betrokkenen totdat het pesten is gestopt. Daarnaast zijn preventie, registratie en advisering bij schoolveiligheidsbeleid de taken van de antipestcoördinator.

De APC brengt de sociale veiligheid voor leerlingen op een hoger plan. Dan moet je als APC wel weten wat je moet doen en laten. Daarom ging in maart 2014 bij het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS) de eerste opleiding voor Antipestcoördinatoren van start. Deze kon rekenen op grote belangstelling vanuit het onderwijsveld en dat gold ook voor de drie daarop volgende opleidingen.

Analyse en coördinatie

Onder de deelnemers aan de APC-opleiding zijn veel coördinatoren leerlingzorg, coördinatoren (sociale) veiligheid en zorgcoördinatoren. Hun betrokkenheid bij het welbevinden van leerlingen is hun fort, maar ook een valkuil. In geval van pesterijen richten veel van deze coördinatoren zich met begeleidingsgesprekken, trainingen SoVa, weerbaarheid en faalangstreductie op de gepeste leerling. Anderen besteden vooral aandacht aan de pester, vanuit de gedachte: leerlingen die pesten zitten zelf in de nesten. Hoe nuttig en nodig deze acties naar gepeste en pester ook zijn, het werk van een APC is niet hands on aan de slag gaan, maar zicht krijgen op de pestsituatie, de al ondernomen activiteiten en de reden waarom deze vooralsnog gefaald hebben. Deze basis is nodig om gericht actie te kunnen ondernemen. Van een zorgcoördinator als APC wordt een helicopterview gevraagd: niet zelf in de zorg duiken, maar boven de situatie hangen en overzicht houden. Op de opleiding leren de antipestcoördinatoren analyseren en plannen aan de hand van checklists.

Een tweede valkuil is trekken aan een draadje in plaats van aan álle touwtjes. Pesten is een kluwen, een groepsprobleem. Dat vraagt van alle betrokkenen verandering in gedrag, niet alleen van de gepeste of van de pester. De vijf-sporen-aanpak van Dan Olweus en Bob van de Meer vraagt inzet van pester, meelopers, gepeste én hun ouders, van de mentor en docenten én vooral van de stille omstanders in de klas. Zij kunnen in aantal en houding het verschil maken. De deelnemers aan de APC-opleiding krijgen werkvormen mee die zij kunnen uitzetten naar elk van de vijf sporen. Het is de APC die de activiteiten voor alle betrokkenen en de uitvoerders ervan, coördineert. De APC houdt vinger aan de pols tot dat het pesten is gestopt. En dat vraagt vaak een lange adem: een rangorde-shuffle en vooral gedragsverandering kosten tijd!

Irritatie

Een derde valkuil is eigen irritatie van de begeleider, waardoor oplossend denken in de breedte wordt belemmerd. Een APC-in-opleiding vertelde in de huiswerkronde dat een oud-leerling hem had laten weten hoe de school haar als gepest kind in de kou hadden laten staan: ‘Ik heb bij jullie een rottijd gehad.’ Deze APC gaf het gebeurde volmondig toe: ‘Eerst hebben we alles voor haar uit de kast gehaald om het pesten te stoppen, maar het was niet een-twee-drie opgelost. De oorspronkelijke sympathie sloeg om. Zij en haar ouders gingen ons irriteren. We vonden het na verloop van tijd zelfs haar eigen schuld.’

Casus: de stinkende leerling
Een zorgcoördinator vertelt op de APC-opleiding dat zij te doen heeft met een gepeste leerling. Niemand wil in de klas naast hem zitten. De zorgcoördinator voert regelmatig een opbeurend gesprek met hem. Ze stimuleert via de mentor en het docententeam dat de jongen niet alleen zit; tot nu toe zonder resultaat. Er is op haar verzoek ook al eens iemand van jeugdzorg thuis langs gegaan. De arme jongen komt uit een sociaal zwak milieu. Een van de andere deelnemers staat meteen op scherp, omdat ze de situatie meent te herkennen: ‘Stinkt ‘ie echt of zeggen klasgenoten dat maar?’ vraagt ze. De zorgcoördinator bevestigt dat de leerling onfris ruikt. ‘Hoezo gepest dan? Als zijn lijflucht niet te harden is, heeft de klas daar toch echt last van? In ons geval hebben we tegen de ongewassen leerling en zijn ouders gezegd: regelmatig douchen en schone kleren aan en anders de klas niet in. Daarnaast is de mentor met de sfeer in de klas aan de slag gegaan. Toen de leerling fris rook, was het isolement snel over.’

Nog een voorbeeld uit de opleiding. Een zorgcoördinator werd door een collega ingeschakeld bij een gesprek met een ontevreden moeder onder het motto: ‘Jij bent binnenkort onze antipestcoördinator.’  Ze beschreef hoe haar irritatie groeide tijdens dat gesprek, omdat de moeder van de gepeste zich vast beet in het verwijt dat de school níets deed tegen het pestgedrag. De antipestcoördinator verzuchtte: ‘Ze vertoonde al net zulk slachtoffergedrag als dat zoontje van d’r, die verwijten waren zó onterecht.’ Medecursisten vroegen haar of ze in kaart had gebracht wát de school gedaan had. Dat had ze niet, ze was onvoorbereid het gesprek ingegaan en er geïrriteerd en zonder afspraken  uitgekomen.

Deze laatste twee voorbeelden illustreren nog eens het belang om bij pesterijen op school:

  • met alle vijf de rollen tegelijk aan de slag te gaan om pesten te stoppen;
  • als antipestcoördinator eerst de ontstane pestsituatie in kaart te brengen en te analyseren en pas daarna alle betrokkenen aan het werk te zetten. Het is de vraag of de APC ook zelf uitvoerend aan de slag gaat. De belangrijkste taken van de APC zijn aansturen, overzicht houden en communiceren naar betrokkenen.

 

Gewaarschuwd

Met bovenstaande valkuilen voor ogen, trapt een gewaarschuwde zorg-, (sociale) veiligheids- of leerling-coördinator er hopelijk niet meer in. Zij die hun repertoire willen uitbreiden zijn van harte welkom op de APS-opleiding voor antipestcoördinatoren.

Casus: de stinkende leerling
Een zorgcoördinator vertelt op de APC-opleiding dat zij te doen heeft met een gepeste leerling. Niemand wil in de klas naast hem zitten. De zorgcoördinator voert regelmatig een opbeurend gesprek met hem. Ze stimuleert via de mentor en het docententeam dat de jongen niet alleen zit; tot nu toe zonder resultaat. Er is op haar verzoek ook al eens iemand van jeugdzorg thuis langs gegaan. De arme jongen komt uit een sociaal zwak milieu. Een van de andere deelnemers staat meteen op scherp, omdat ze de situatie meent te herkennen: ‘Stinkt ‘ie echt of zeggen klasgenoten dat maar?’ vraagt ze. De zorgcoördinator bevestigt dat de leerling onfris ruikt. ‘Hoezo gepest dan? Als zijn lijflucht niet te harden is, heeft de klas daar toch echt last van? In ons geval hebben we tegen de ongewassen leerling en zijn ouders gezegd: regelmatig douchen en schone kleren aan en anders de klas niet in. Daarnaast is de mentor met de sfeer in de klas aan de slag gegaan. Toen de leerling fris rook, was het isolement snel over.’

Anke Visser is trainer/adviseur bij APS. Contact via a.visser@aps.nl of 06-25051625. Kijk voor de actuele cursusdata van de ‘Tweedaagse opleiding voor Antipestcoördinator’ op www.aps.nl/agenda