Zomerscholen tegen zittenblijven

iStock 000057998180 XXXLarge 4door Sytske Faber, Greetje Timmerman en Anne Kievitsbosch

In de zomervakantie twee weken hard aan de slag om een achterstandweg te werken: in de zomer van 2013 en 2014 organiseerden de VO-raad en CNV Onderwijs ‘zomerscholen’. Hoe zijn deze georganiseerd? Hoe effectief was deze interventie? Hoe ervoeren leerlingen de zomerschool? En wat zijn aandachtspunten voor scholen die in de toekomst van plan zijn zo’n zomerschoolte organiseren?

 

Zittenblijven in het voortgezet onderwijs

Het zittenblijverspercentage in het voortgezet onderwijs in Nederland is relatief hoog in vergelijking met andere OECD-landen. Het OECD-gemiddelde van het percentage leerlingen dat in het voortgezet onderwijs blijft zitten is 14,3%, terwijl in Nederland ruim één op de vijf scholieren wel eens een jaa rheeft moeten overdoen. Naast een barrière in de schoolloopbaan van leerlingen, is zitten blijven ook kostbaar. Beide redenen waren aanleiding genoeg voor de Inspectie van het Onderwijs om de scholenvoor voortgezet onderwijs in Nederland aan te bevelen meer preventief te werk te gaan om het relatief hoge zittenblijverspercentage te verminderen.

Pilot ‘Zomerscholen tegen zittenblijven’

Het idee achter de zomerschool-interventie is dat leerlingen in staat worden gesteld vóór het nieuweschooljaar de gemiste stof te beheersen. Tijdens twee weken zomerschool gaan leerlingen hard aan het werk (voor maximaal drie vakken) om hun opgelopen achterstand weg te werken. Hierdoor kunnen zij alsnog overgaan naar het volgende schooljaar. In de zomer van 2013 en 2014 zijn er op verschillende scholen zomerscholen georganiseerd. De zomerschool is bedoeld voor leerlingen die op basis van hun rapport niet over gaan naar het volgende schooljaar. Een voorwaarde voor deelname aan de interventie is dat er een beperkte noodzaak is tot reparatie. De ‘zomerschoolleerling’ moet in staat zijn de achterstand in twee weken te kunnen wegwerken. Voor leerlingen die over de hele linie achterstand hebben opgelopen tijdens het schooljaar, is de zomerschool dus niet geschikt.

Organisatie van de zomerschool

De opzet van de pilot was voor elke deelnemende school gelijk. Ze deden dit in kleine groepjes van maximaal zes leerlingen. Elk groepje leerlingen had één docent die ze begeleidde met het schoolwerk. Deze docenten waren niet afkomstig van de school waar de leerling op zit. Dit is een belangrijk aspect van de zomerschool. Deze ‘nieuwe’ zomerschooldocenten hadden een frisse blik ten aanzien van deleerlingen. Het aantal ingezette zomerschooldocenten hing af van het aantal leerlingen dat deelnam aan de zomerschool per school; hoe meer zomerschool leerlingen op één school, des te meer vakinhoudelijke kennis. Deze voorwaarde is tijdens het tweede pilotjaar ondervangen door het organiseren van een aantal regionale arrangementen. In deze samenwerkingsverbandentussen een aantal (kleinere) scholen in een bepaalde regio, werd gezamenlijk één zomerschool georganiseerd. Hierdoor konden er meer leerlingen deelnemen aan deze zomerschool en zijn er meer vakinhoudelijke docenten ingezet.

Een (duurzaam) effectieve interventie?

In 2014 namen 320 leerlingen deel aan de zomerschool, met een oververtegenwoordiging van havo4-leerlingen. De meest gekozen vakken zijn de kernvakken: wiskunde (33%), Nederlands (13%) en Engels (11%). Na afloop konden 276 leerlingen alsnog door naar het volgende leerjaar, oftewel 86%. In 2013 ging het om een vergelijkbaar slagingspercentage (85%). Op basis van deze twee slagingspercentages kan geconcludeerd worden dat de zomerschool een effectieve manier is om zittenblijven terug te dringen. Maar is er ook sprake van een duurzaam effect? Gaan leerlingen die de zomerschool succes vol hebben afgerond (en dus bevorderd zijn naar hetvolgende schooljaar) het schooljaar na de zomer is er eigenlijk sprake van uitstel van executie? We hebben onderzocht of het effect van de zomerschoolblijvend is, na één jaar. Dat blijkt het geval: van de geslaagde zomerschool leerlingen in 2013 is 75% eveneens voor het schooljaar 2014-2015 bevorderd naar het volgende schooljaar, of geslaagd voor het eindexamen. Deze uitspraken zijn gedaan op basis van de pilot in 2013. Verder onderzoek en het blijven volgen van de zomerschool leerlingen is nodig om deze uitspraken beter te kunnen onderbouwen.

Wat vinden de leerlingen ervan?
Uit de evaluaties komt naar voren dat de leerlingen van mening zijn dat ze eruit hebben gehaald wat erin zat voor zichzelf en dat zij het meeste geholpen zijn door de docenten en studiecoaches. Het merendeel van de leerlingen vond de sfeer op de zomerschool goed tot uitstekend, evenals de begeleiding door de docenten. Leerlingen waren echter over de vakinhoudelijke expertise van de docenten het meest kritisch in hun suggesties voor verbeterpunten van dezomerschool. Als rapportcijfer geven de leerlingen de zomerschooleen 7.95 (7.85 in 2013).

Zelf de zomerschool organiseren?
Vanaf de zomer van 2015 is het voor scholen mogelijk om zelf een zomerschool te organiseren. Hiervoor is een subsidieregeling ingesteld. Hoe de zomerschool eruit gaat zien kan per school verschillenen elke school wordt vrijgelaten in het maken van bepaalde keuzes tijdens de organisatie. Wat zijn volgens de betrokkenen van de pilotin 2014 de succesfactoren van de zomerscholen? Uit interviews met zomerschooldocenten en projectleiders komt naar voren dat de motivatie van leerlingen een belangrijke factor is die bijdraagt aan de kans op succes. Wanneer een leerling intrinsiek gemotiveerd is om over te gaan naar het volgende schooljaar, dan is dit terug te zien in de inzet tijdens de zomerschool. Daarom is het goed hiernaar te kijken bij het selecteren van de deelnemende leerlingen. Een andere succesfactor volgens projectleiders en zomerschooldocentenis het inzetten van extern personeel. Hun positieve en enthousiaste begeleiding werkt motiverend en daarnaast kennen ze de leerlingen niet. Hierdoor hebben de docenten geen vooroordelen. Het werken in kleine groepjes (1 begeleider:6 leerlingen) wordt ook gezien als een succesfactor. Meer informatie over het organiseren van een eventuele zomerschool kunt u vinden op www.zomerscholenvo.nl