Radicalisering in de klas

radicalisering in de klas Docenten verdienen het om sterker te staan wanneer zij geconfronteerd worden met radicalisering in de klas. Daarvoor zijn kennis, vaardigheden en steun nodig. Door de aandacht voor het onderwerp in media en maatschappij, komen ook de schijnwerpers op het onderwijs te staan. RadarAdvies geeft al jaren trainingen over het bestrijden van radicalisering en geeft haar visie op deze problematiek in het onderwijs.

Op een dag komt een leerlinge niet naar school. Snel wordt bekend dat zij is afgereisd naar Islamitische Staat (IS). Ze lijkt te zijn ingegaan op de avances van een strijder. De school en de ouders zijn in alle staten. Zijn er meer meisjes die op het punt staan om te vertrekken? Heeft het meisje nog contact met haar vriendinnen? De mentor staat voor een dilemma: moet ik het voorval bespreken in de klas of juist stil houden? Zo ja, hoe bespreek ik dit dan?

Zomaar een situatie waar leraren en mentoren mee te maken krijgen. Media-aandacht voor de jihadgang en de situatie in IS-gebied houden de gemoederen bezig. De school is een plek waar radicalisering en jihadistisch gedachtegoed actueler zijn dan ooit. Zeker niet alle leerlingen zijn vatbaar voor radicalisering en extremistisch gedachtengoed. Helaas zijn sommigen dat wel.

Bespreekbaar maken

De dag na de aanslag op het Franse satirische tijdschrift Charlie Hebdo komt een leerling de klas in en steekt de loftrompet af over een van de daders. Wat doe je? Docenten vinden het vaak ingewikkeld om op een goede manier dergelijke problematiek bespreekbaar te maken in de klas. Wat vertel je met de beperkte kranteninformatie die je hebt over het onderwerp, wat maakt dat los, en ook: hoe past het in het toch al volle lesprogramma? Uit onze ervaring met scholen weten wij dat buitenhouden of verzwijgen niet werkt. Als leerlingen over actuele onderwerpen willen praten, gebeurt dat toch. Als het niet in de klas gebeurt, doen ze het onder elkaar.

De discussie over de actualiteit in de klas voeren is niet altijd eenvoudig. Het kan spanningen en onbegrip tussen leerlingen oproepen. Sommigen zullen misschien begrip opbrengen voor (een deel van) de standpunten van IS, anderen hangen wegens familiebanden bijvoorbeeld een Koerdische militie aan, weer anderen zullen vanuit anti-islamitische sentimenten reageren. Het is echter belangrijk om moeilijke onderwerpen bespreekbaar te maken, zeker wanneer mediabeelden bij jongeren solidariteit, afkeer of juist angst oproepen. Dat geldt voor alle maatschappelijke problemen die kinderen en jongeren raken en dus ook voor radicalisering.

Er zijn voorbeelden van scholen die hier op een goede manier mee om weten te gaan. Belangrijk daarin is om leerlingen een alternatief te bieden voor radicalisering. Stimuleer leerlingen om ervaren onrecht in iets positiefs om te zetten, bijvoorbeeld door te wijzen op het liefdadigheidswerk voor de bevolking in Syrië of Irak.

Schakel in het netwerk

De positie van de mentor in de klas is van vitaal belang, ook de signaalfunctie van de mentor is belangrijk. Wat kan een mentor doen als hij of zij een verontrustend signaal oppikt van een leerling?

Als eerste: het gesprek voeren met ouders en hun signalen serieus nemen. Dit is ontzettend belangrijk. Vaak wordt er (in de media) een negatief beeld gecreëerd van kansarme ouders die radicalisering stimuleren. Dit is doorgaans niet het geval. De familie wil het kind het liefst veilig thuis houden en verre houden van radicale ideeën.

Ten tweede kan een mentor een signaal afgeven richting de directie of de interne begeleiders van de school. Eventueel kan ook het sociale team ingeschakeld worden. Deze mensen hebben een rol in het inschakelen van het netwerk. Er zijn diverse beroepsgroepen bij deze problematiek betrokken: gemeenteambtenaren, politieagenten, jongerenwerkers, onderwijsprofessionals en hulpverleners.

De derde optie is dat de mentor niets doet, omdat de mentor niet weet waar hij of zij mee te maken heeft. Gebrek aan kennis over de materie leidt vaak tot handelingsverlegenheid. Bovendien ontbreekt het bij nieuwe problematiek in de regel aan duidelijkheid wie verantwoordelijkheid moet nemen.

Deze derde mogelijkheid moet voorkomen worden. Het is belangrijk dat docenten versterkt worden met kennis en vaardigheden om het gesprek te beginnen en de signaalfunctie goed te kunnen uitoefenen.

Versterken positie docenten

 Tijdige signalering van het proces van radicalisering is van groot belang omdat in de beginfase personen zich nog niet hebben afgesloten van hun omgeving (familie, klasgenoten, docenten). De stap terug naar het normale leven is nog eenvoudig te maken.

Het is belangrijk dat docenten een basiskennis hebben van radicalisering en jihadisme en de islam als wereldgodsdienst. Onbekendheid maakt signalering onmogelijk en het begeleiden van discussies moeilijk. Belangrijk hierbij is dat vaak de neiging bestaat om het woordgebruik van IS over te nemen. Leden van de IS geven echter een heel andere betekenis aan begrippen als ‘oema’ en ‘jihad’ dan doorgaans in de islam wordt gedaan. Dat kan leiden tot verwarring. De verschillende stromingen binnen de islam zijn vaak onbekend. Meer kennis daarover en de nuances zien in fases van radicalisering kan helpen om de juiste leerlingen in de gevarenzone aan te spreken.

Het proces van radicalisering gaat de verkeerde kant op als er sprake is van terugtrekking uit de vriendengroep, verandering in temperament of een plotselinge fixatie op een maatschappelijk probleem. Docenten kunnen dit veranderende gedrag opmerken en de risicofactoren in kaart brengen. Docenten kunnen met de juiste handvatten radicalisering ook (in een vroeg) stadium herkennen. Een checklist is er niet. Letten op een veranderend uiterlijk kan, maar is vaak misleidend. Radicalisering verloopt verschillend per persoon.

Het is belangrijk dat mentoren weten hoe ze het gesprek moeten voeren. Voorkomen moet worden dat radicaliserende leerlingen die al het idee hebben niet bij deze samenleving te horen, versterkt worden in deze gedachte door denigrerend of afwijzend gedrag. De evenwichtskunst is om op persoonlijk niveau respect en begrip tonen en tegelijkertijd leerlingen aan het denken zetten over hun keuzes. Als school is het belangrijk om af te spreken wanneer interne begeleiders betrokken worden en wanneer professionele hulpverlening van buitenaf wordt ingeschakeld of de politie wordt opgeschaald. Bestaande zorgteams en casusoverleggen op school zijn hiervoor nuttige structuren. De schoolleiding heeft daarbij een belangrijke rol om docenten te beschermen en hen in staat te stellen vooral aandacht aan het onderwijs te laten blijven geven.

Het is noodzakelijk dat de bewustwording en alertheid bij professionals vergroot wordt. Het is helaas een illusie dat de samenleving daarmee alle problemen oplost. Er zijn voorbeelden bekend waarbij de hele omgeving niet zag aankomen dat een persoon zou afreizen. Dat kan zijn of gebeuren doordat de jihadist zijn of haar intenties goed wist te verbergen. Bij andere voorbeelden is er sprake van een overhaast vertrek, zoals bij sommige ‘Jihadi-bruiden’. Als er sprake is van ronseling gebeurt dit vaak op verborgen (online) ontmoetingsplekken.

 

Europees netwerk

Radar houdt zich in opdracht van de Europese Commissie sinds 2011 bezig met het opbouwen en onderhouden van een Europees netwerk, the Radicalisation Awareness Network (RAN). Dit netwerk brengt eerstelijns professionals die betrokken kunnen zijn bij de preventie van radicalisering, vanuit alle Europese lidstaten met elkaar in contact. Daarnaast betrekt RAN wetenschappers, beleidsmakers en andere experts bij het netwerk.

Hoofddoelen van het Europese netwerk zijn het voorkomen van terrorisme en preventief processen van radicalisering tegengaan. Professionals zoals jongerenwerkers, wijkagenten en medewerkers in de GGZ wisselen ervaringen uit en geven vanuit hun praktijk beleidsadvies.

In maart 2014 heeft het RAN een manifest gepresenteerd, gemaakt door onderwijsprofessionals die zijn aangesloten bij het netwerk. Hierin werden diverse preventiemaatregelen genoemd op het niveau van de docent, de school, de professionals in het netwerk en de overheid. U kunt het manifest opvragen via media@radaradvies.nl

Tips voor mentoren

1. Voer een gesprek over moeilijke onderwerpen als radicalisering en IS. Dit werkt beter dan het gesprek hierover vermijden.
2. Wijs leerlingen op alternatieven. Bespreek wat hulporganisaties in de regio doen en wat de klas kan doen om hier aan bij te dragen.
3. Leg contact met collega’s op andere scholen en bespreek best practices met elkaar.
4. Ga op een online zoektocht. Leerlingen die radicaliseren worden in hun vrije tijd op internet geconfronteerd met jihadistische propaganda. Ga op zoek naar wat voor informatie dit is en bespreek dit.
5. Nodig gastsprekers in de klas uit, bijvoorbeeld slachtoffers van terrorisme of voormalig radicalen. Hun getuigenis kan grote indruk op leerlingen maken.
6. Leg contact met andere professionals in het netwerk. Weet wie je moet bellen in bepaalde situaties.
7. Betrek ouders van een potentiële jihadganger bij de problematiek.

Hoe voer je het gesprek?

1. Weet wat normaal is: is het gedrag van de leerling afwijkend van zijn of haar normale gedrag? Is hij of zij aanspreekbaar?
2. 'Business as unusual’: handel zoals in andere zorgelijke gevallen.
3. Durf te vragen en stel ‘domme’ vragen.
4. Neem ‘foute’ termen niet over.
5. Wees geen moraalridder: weet wat je eigen mening is maar houd deze op de achtergrond.
6. Ga de discussie niet aan. Probeer niet tot een oplossing te komen.
7. Blijf rustig en luister eerder dan boos te reageren.
8. Kijk welke positieve persoon nog toegang heeft tot de leerling.
9. Kijk naar de plek van de persoon in de groep. Zorg dat de leerling zich niet nog verder uitgesloten voelt.
10. Benader radicalisering niet alleen als een religieus/ ideologisch probleem.
11. Ga niet zelf de radicaliseringsdeskundige uithangen.

Steven Lenos en Maarten van de Donk zijn senior adviseurs RadarAdvies

 

Meer informatie: www.radaradvies.nl. Hier kunt u ook direct contact opnemen met de auteurs. Zij trainen regelmatig  docenten om hen beter te equiperen bij de omgang met radicalisering in de klas.