Red de leerling uit de kloof tussen zorg en onderwijs: deel 2

Leerling in put webGood practice: Koplopers in West Friesland

door Pim Wijers

In de vorige editie van Bij de Les pleitte zorgcoördinator Cherifa Hendriks voor betere samenwerking tussen jeugdzorg en onderwijs. Sinds de decentralisatie van de jeugdzorg lopen leerlingen steeds vaker het risico om tussen wal en schip te vallen. In dit vervolg op dat artikel kijken we naar de good practice Koploper in de School.

In West-Friesland is de pilot van Koploper in de School na een volledig schooljaar met succes voltooid. We spreken projectleider Mascha Postma op het moment dat de evaluatie van de pilot in de afrondende fase zit. De eerste resultaten zijn veelbelovend: de situatie is bij de pilotscholen verbeterd en de valkuilen van Koploper zijn blootgelegd. De pilot wordt als project dit schooljaar in de hele regio voor het VO en mbo uitgerold.

‘De school kan zich vervolgens weer richten op zijn primaire taak’

Waarom zijn jullie de pilot gestart?

We zijn begonnen in de aanloop naar de transitie van jeugdzorg en passend onderwijs, om te anticiperen op eventuele problemen. Verder hebben we een enquête gehouden onder zorgcoördinatoren, die uitwees dat zij inderdaad een kloof zagen tussen zorg en onderwijs.

Herkent u zich in de beeldspraak van ‘de kloof’?

De afbeelding die bij jullie eerdere artikel stond, die met het kind in de kloof, geeft precies weer waar de kwestie over gaat. Die kloof was er overigens al voor de decentralisatie; de transitie jeugdzorg en passend onderwijs moet verbetering brengen. Gemeenten en scholen hebben nog wel tijd nodig om de maatregelen door te voeren en een passende werkwijze te ontwikkelen. Dus hoe bevorder je het maken van die verbinding? Dat vraagstuk is enorm actueel. Ons project Koploper in de School probeert de kloof te overbruggen.

‘Ervaring heeft geleerd dat de Koploper een doorpakker moet zijn’

Wat houdt Koploper in de School in?

In de regio West Friesland zijn er zeven gemeenten, met in totaal tien wijkteams en 18 locaties van VO en mbo. De kracht zit in de verbinding tussen deze wijkteams en de vindplaats van het onderwijs. In de regio West Friesland is er voor gekozen om op elke VO-school en mbo-locatie een schoolmaatschappelijk werker Plus, de Koploper in de school, toe te voegen aan het ondersteuningsteam. Deze Koploper is aanspreekpunt voor zowel mentoren als de zorgcoördinator. Daar waar de zorgvraag te complex is voor het onderwijs, schakelt de zorgcoördinator de Koploper in. Deze pakt samen met de ouders en jongere de zorgvraag op en maakt de verbinding naar het gebiedsteam. De collega in het gebiedsteam pakt de zorgvragen op die niet binnen de school passen. De school kan zich vervolgens weer richten op hun primaire taak: onderwijs bieden.

van naar
De schoolmaatschappelijk werker als hulpverlener en doorverwijzer naar tweedelijnszorg De Koploper in de school als generalist, casusregisseur en intermediair tussen school en gebiedsgericht team
Doorverwijzen naar zwaardere vormen van hulp (tweedelijn) De specialist erbij halen in een vroegtijdig stadium
Praten over leerling en ouders (bijv. in het ZAT) Praten met leerling en ouders
Aanbodgerichte zorg en hulp Uitgaan van de eigenkracht en de vraag van het gezin en de sociale omgeving
Leerling en ouders naar de hulpverlenende instantie toehalen Hulp organiseren dicht bij de vindplaats en het gezin
Bij complexe problematiek neemt Jeugdzorg het over van de school School en gebieds/CJG-teams zijn en blijven partners in de aanpak
Lange doorlooptijd van eerste probleem tot bespreking in het externe ZAT Snelle aanpak bij vroege signalering d.w.z. snelle verbinding tussen mentor, zorgcoördinator en Koploper bij vroege signalering problematiek

Figuur 1. Uit plan van aanpak VSV-pilots Koploper in de school.

Wie financiert het project?

De financiering van deze inzet is een coproductie van de West-Friese gemeenten, het VSV-project en het Samenwerkingsverband VO West-Friesland.

Bovenstaande aanpak klinkt als het ei van Columbus: schakel een verbindingsofficier in die de kloof overbrugt. Of is dat te simpel gedacht?

We claimen niet dat we de hele oplossing voor het probleem hebben gevonden, maar we gaan de goede kant op. We zijn dit schooljaar nog midden in de ontwikkelfase. Ons projectplan richt zich onder andere op de verdere uitwerking van de werkwijze, de positionering en mandaat van de Koploper, reflectie van de leerlingen en ouders, registratie, samenwerking leerplicht en GGD, ondersteuning en deskundigheidsbevordering. Ik denk verder dat problemen goed op te lossen zijn, daar waar het om lichte zorgvragen gaat. Logisch dat wanneer er sprake is van een meervoudige problematiek, de aanpak vaak ook complexer wordt. We moeten in ieder geval met elkaar blijven voorkomen dat er zo min mogelijk schakels zijn in het proces. Onze Koploper werkt op meerdere scholen in de regio. Hij of zij is in staat om mee te kijken naar de voorkant en is als collega onderdeel van het interne zorgadviesteam. Een van de activiteiten van dit schooljaar is het nader uitwerken van het functieprofiel van de Koploper. Ervaring heeft ons al geleerd dat de Koploper een doorpakker moet zijn, die buiten de kaders durft te gaan, kan pionieren, een netwerker is en zowel de taal van het onderwijs als die van de zorg spreekt.

 

Dit vinden betrokkenen uit de pilot zelf van het project Koploper in de School

‘Zodra Koploper bemoeienis heeft neemt deze de regie, maar niet altijd. Bij lichtere bemoeienis kan ook de mentor of de begeleider de regie houden. Dit vinden wij op school ook belangrijk.’ (zorgcoördinator)

‘Ik wil graag dat vervolgacties sneller worden ingezet en resultaat opleveren, bijvoorbeeld als een leerling naar het gebiedsteam wordt verwezen.’ (mentor)

‘Het gebiedsteam zou meer moeten vertrouwen op onze expertise. Bijvoorbeeld als we al een traject met het gezin zijn gestart en denken dat er intensievere hulp nodig is. In het beginstadium, bij het bepalen van het traject in het gebiedsteam, kan de informatie van school al meer worden meegenomen.’ (koploper)

 ‘Er is simpelweg meer tijd en meer toestemming om hulpverleningstrajecten uit te zetten en toeleidende zorg te begeleiden. Door zelf langer en intensiever mee te kunnen lopen houdt het gezin hetzelfde gezicht en gaat geen tijd verloren door overdrachten. Omdat je betrokken bent, ben je op de hoogte en kun je snel schakelen tussen school, gezin en wijkteam. Dat is prettig.’ (koploper)

‘De Koploper moet een generalist zijn en de regie kunnen voeren. Brede kennis hebben van de uiteenlopende problematiek waarmee een leerling kan worden geconfronteerd. Snel lijnen uit weten te zetten en concrete slagen maken. Daar past de taak- en functieomschrijving bij.’ (directeur)

‘Voor nu is het voor mij helder dat het linken aan de gebiedsteams en zaken meenemen en terugbrengen de extra taak van de Koploper is. Dat loopt en is mijns inziens passend. De extra ruimte die zij krijgen om meer op maat in zaken te doen kan ik moeilijk inschatten. Dit stond in eerste instantie niet in de omschrijving van de Koploper.’ (manager gebiedsteam)

Er zou meer scholing mogen zijn over routes van de hulpverlening en diverse problematieken die spelen bij jeugdigen en/of hun gezinnen.(zorgcoördinator)

 

Dit artikel komt uit Bij de Les nummer 7 van jaargang 11 (november 2015)