Aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt

Christoph Meng 700 300x300door Truda Zijp

Tijdens het congres Aansluiting Gezocht dat de NVS-NVL op 4 februari organiseert spreekt Christoph Meng, projectleider van het Researchcentrum Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht. Een belangrijk deel van zijn onderzoekswerk gaat over de transitie van school naar werk. Zijn lezing tijdens het congres heet dan ook 'Kiezen vanuit het perspectief van de arbeidsmarkt'.

In dit interview vertelt hij over de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en wat dat betekent voor jongeren en het onderwijs.

Christoph Meng stelt aan het begin van het interview nadrukkelijk dat de kansen voor de arbeidsmarkt enorm verschillen per opleidingsniveau: ‘Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe beter in de regel de kansen.’ Het moeilijkst is het voor jongeren op niveau 2 van het mbo. Meng pleit er dan ook voor om deze jongeren, als ze het aankunnen, te stimuleren om verder te gaan naar een hoger niveau en het beste uit zichzelf te halen.

Veranderingen op de arbeidsmarkt

Er is de laatste tien jaar wel een aantal algemene trends te zien. Meng: ‘We leven in een kennissamenleving. Dat betekent dat er voortdurend behoefte is aan nieuwe kennisontwikkeling en -exploitatie. Daarnaast natuurlijk de ontwikkelingen op het gebied van ICT, die ik werkelijk als een enorme revolutie zie. Als derde zie je de zogenaamde high performance-organisaties. Organisaties die minder hiërarchisch zijn opgebouwd, waar mensen, ook van verschillende niveaus, in groepen samenwerken rond en in projecten.’ Als laatste punt noemt Meng de toenemende flexibilisering op de arbeidsmarkt. ‘Veel mensen veranderen vaker dan vroeger van baan of werkomgeving. Mensen dienen flexibeler inzetbaar te zijn en hebben minder vaak vaste banen.’ Meng merkt daarbij op dat de arbeidsmarkt, wat deze ontwikkelingen betreft, vaak voor loopt op het onderwijs.

‘Veel mensen veranderen vaker dan vroeger van baan of werkomgeving’

Vraag van werkgevers

‘Werkgevers vragen om mensen met goede vakkennis en een aantal generieke competenties. Dat zijn vaardigheden zoals in staat zijn om jezelf verder te ontwikkelen, een goed probleemoplossend vermogen, kansen en mogelijkheden kunnen zien, samenwerken, jezelf kunnen uitdagen, ondernemersvaardigheden en creativiteit.’ Als bedrijven gedwongen worden om te kiezen tussen vakkennis en de generieke competenties, zie je dat er relatief meer bedrijven voor vakkennis gaan, vertelt Meng. ‘Maar het gaat om de balans: bedrijven hebben mensen nodig met professionele expertise en brede algemene vaardigheden. Daarbij is het goed je te realiseren dat als je klaar bent met je opleiding, je niet klaar bent met leren. Dat gaat je hele leven door.’

Meng wijst er op dat het voor jongeren belangrijk is om na te gaan wat voor cultuur een bedrijf of een branche heeft. ‘Kijken of het bij je past. Dat geldt ook voor het kiezen voor een opleiding. Doe je dat niet, ga je alleen uit van de kansen die een opleiding heeft voor werk, dan loop je het risico voortijdig uit te vallen of je komt in een werksoort terecht waar je ongelukkig bent. Baseer je keus in eerste instantie op wat bij je past en wat je wilt, onderzoek daarnaast hoe het met de werkgelegenheid is gesteld. Scholen hebben daarbij de plicht, vooral het mbo en het hbo, om van een opleiding de prognoses op werk te laten zien en jongeren bij het hele keuzeproces te helpen.’

‘Jongeren leren niet als passieve consumenten’

Taak van het onderwijs  

‘Het onderwijs moet voor een leeromgeving zorgen waarin jongeren vakkennis en algemene vaardigheden kunnen leren. Jongeren leren niet als passieve consumenten die van docenten hapbare brokjes kennis krijgen. Leerlingen en studenten moeten een actieve rol hebben bij het zelf ontdekken van kennis.’ Meng noemt hier twee ‘maars’ bij: ‘Het beroepsonderwijs, het mbo en het hbo, moet er op letten dat zo’n actieve en studentgerichte leeromgeving niet ten koste gaat van het leren van specifieke vakkennis. Sterker nog: competenties als probleemoplossend werken of samenwerken verwerf je door uit te gaan van je vakkennis, want het moet wel ergens over gaan. In het leerproces tijdens de opleiding is een sterke verbinding nodig tussen vakkennis en competenties. Havo-vwo scholen die niet opleiden voor een beroep, moeten ervoor zorgen dat basale kennis, zoals rekenen en taalvaardigheden, op een hoog niveau zijn, in samenhang met studievaardigheden’. De tweede ‘maar’ gaat over de mate van zelfstandig kunnen werken en plannen. ‘We weten dat jongeren dat lang niet allemaal even goed kunnen, de een is daar veel beter in dan de ander. Een goed voorbeeld zijn de meisjes op het vwo, zij doen het de laatste jaren daar beter dan de jongens van dezelfde leeftijd. Dat komt omdat zij gemiddeld zelfstandiger zijn en de boel beter op een rij krijgen dan jongens. Een sterk actieve leeromgeving heeft voor een aantal jongens in dit onderwijs gemiddeld een minder toegevoegde waarde. Scholen moeten er op letten dat deze jongens niet achterlopen.’

Buiten je straatje denken

‘Laat jongeren zo vroeg mogelijk kennis maken met allerlei beroepen en organisaties, ga met ze op stap, bezoek open dagen en haal werkgevers de school in. Ze moeten in het echt zien wat speelt op de arbeidsmarkt. Informeer je leerlingen, wees eerlijk en hou scherp tegen het licht of een opleiding wel van nut is. Biedt een beroepsopleiding wat minder kansen op werk, verander dan iets, ga de opleiding bijvoorbeeld verbreden. Als er dan nog nauwelijks uitzicht op werk is, moet je het niet aanbieden. Maar, probeer jongeren niet tegen hun wil om te buigen als ze voor iets gaan waar minder of weinig perspectief in is. Dan lopen ze het gevaar de motivatie te verliezen en vallen ze uit.’ Wat, als blijkt dat een jongere met zijn opleiding toch geen werk vindt? Meng: ‘Je hoort niet per definitie tot een verloren groep als dat zo is. Met de geleerde generieke competenties zijn jongeren in staat om andere mogelijkheden te zien en te zoeken. Als je buiten je eigen straatje kunt denken, kom je ook op goede wegen terecht.’

 

Meer horen en weten? Kom naar het LOB congres Aansluiting gezocht op 4 februari 2016 in Wageningen.