‘Je bent docent, geen hulpverlener’

Onderwijs aan vluchtelingenkinderen in Heumensoord cor 300x225Onderwijs aan vluchtelingenkinderen in Heumensoord

door Christel Isphording

Kinderen van vluchtelingen hebben recht op onderwijs. Ook als hun asielprocedure nog niet gestart is. Maar wat als ze met honderden tegelijk komen? Het verhaal van de Heumensoord school in Nijmegen, die in korte tijd uit het niets verrezen is, inclusief veertig nieuwe docenten voor bijna zeshonderd kinderen. Een waanzinnige klus, maar de school opende haar deuren op 11 januari.

In noodopvang Heumensoord in Nijmegen zitten zo’n 750 kinderen van vluchtelingen. Kinderen van vluchtelingen hebben volgens internationale afspraken over mensenrechten recht op onderwijs. Net als Nederlandse kinderen zijn zij in de leeftijd van vijf tot achttien leerplichtig. Voor de situatie op de noodopvanglocatie en voor de kinderen en hun ouders is het ook noodzakelijk dat zij structuur en dagbesteding krijgen. Voor de peuters en kleuters is op Heumensoord een extra paviljoen ingericht voor onderwijsactiviteiten. De reguliere Internationale Schakelklas (ISK) zorgt normaal voor het onderwijs aan de leerplichtige vluchtelingen. Dat zijn er nu niet enkele tientallen meer, maar meer dan 500!

‘Kinderen van vluchtelingen hebben recht op onderwijs’

 

In september bleek uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders dat veel scholen moeite hebben met het onderwijs aan instromende vluchtelingenkinderen. De taalbarrière is het grootste probleem; veel scholen hebben niet genoeg middelen om aparte schakelklassen op te zetten waarin vluchtelingenkinderen snel de taal kunnen leren. Ook hebben docenten moeite met de trauma’s waar veel van de gevluchte kinderen last van hebben. De gemeenten Nijmegen en Heumen, Conexus, Scholengroep Rijk van Nijmegen en COA sloten de handen ineen en zorgden ervoor dat deze kinderen hun ontwikkeling weer op kunnen pakken. Het ministerie van OCW financiert het onderwijs, de gemeenten zorgen voor de onderwijshuisvesting en het COA financiert vervoer en maaltijden. Deze extra inzet was niet voorzien bij de start van de noodopvang. De verwachting was toen dat mensen er een aantal weken in plaats van maanden zouden verblijven.

Uit het niets een nieuwe school

In november 2015 werd Nettie Udo gevraagd als kwartiermaker voor het voortgezet onderwijs voor de vluchtelingen in Nijmegen. Udo is begonnen met helemaal niks. Geen gebouw, geen docenten, geen informatie en geen duidelijkheid over de financiering. Het leegstaande, voormalig vmbo aan de Streekweg in Nijmegen was een schot in de roos. Er is nu één gebouw voor alles. Primair (296 leerlingen) en voortgezet onderwijs (269 leerlingen) op dezelfde locatie, dus broertjes en zusjes worden niet gescheiden. Ook de noodzakelijke, extra zorg kan op die ene plek gecentreerd worden. Een deel van het gebouw dat niet snel te verbouwen was, is afgesloten. Een huisvestingsbureau nam de verbouwing en de inrichting van de lokalen op zich. Udo kon zich bezig houden met alle onderwijszaken, zoals de lessentabel, het leerplan, de methodes, de docenten en het zorgbureau. Ze is twee maanden hoofdzakelijk bezig geweest met de sollicitaties. Udo: ‘Het lesprogramma, de organisatiestructuur, dat was allemaal prima te doen. Maar werven van personeel was echt het moeilijkste halverwege het jaar. De meeste docenten hebben al een baan in januari. De opdracht was vooral vissen in de vijver van werkloze docenten. Had ik alles rond en een kandidaat voor benoeming voorgedragen aan het schoolbestuur, kreeg ik een mailtje: ik doe het toch maar niet...’

Maar er zijn ook mooie verhalen. Van docenten die parttime werken en er nog wel tijdelijk één dag bij willen doen. Bovendien is het gelukt: de school is op 11 januari gestart. Udo runt de afdeling voortgezet onderwijs met 33 docenten en zeven onderwijs ondersteunende personeelsleden. Omdat de kinderen nog geen Nederlands kunnen praten en verstaan, zullen ze voornamelijk bezig zijn met het leren van de taal. Het vakkenpakket voor het vo bestaat uit twintig uur Nederlands, drie uur wiskunde, twee uur drama, drie uur sport en twee uur handvaardigheid/tekenen. De leerlingen gaan vijf dagen per week naar school, 6 lesuren per dag. Ze worden met bussen van en naar school gebracht. Udo: ‘Die bustijden, dat was nog een discussiepunt. Men wil graag na de spits vertrekken, maar 09.30 uur starten is mijn uiterste tijd. Als je nog later begint, dan ben je geen school meer. Leerlingen moeten wennen aan een schoolstructuur om straks moeiteloos door te kunnen stromen naar ISK of het mbo.’

‘Maar op dag twee breng je geen trui voor hem mee’

Geen hulpverlener

De nieuwe school heeft voor de start drie dagen twee sessies met intakes. Udo: ‘Je kunt niet van ouders verwachten dat ze hun kind zomaar op een bus zetten. We hebben alle ouders in de gelegenheid gesteld om hier te komen kijken. Tegelijkertijd vinden dan alle intakes plaats. We inventariseren wie er analfabeet is, semi-analfabeet of wie er in land van herkomst al een tweede taal heeft geleerd. Op basis van die gegevens worden de klassen geclusterd.’

Udo: ‘Het docentenkorps is ongelooflijk divers, van 22 tot 67 jaar en gelukkig zowel mannen als vrouwen. Ik heb mezelf de afgelopen weken regelmatig horen roepen dat het wel goed komt. Ik ben daar ook volledig van overtuigd. We storten ons allemaal samen in het diepe en samen gaan we het doen.’ Tijdens de sollicitatierondes heeft de kwartiermaker er steeds iemand bij gevraagd om er op te letten dat ze zelf kritisch bleef. Udo: ‘Ik heb constant gezegd: behoed mij voor ‘het kan wel want ik heb uren nodig’. Een docent op deze school moet affiniteit hebben met de doelgroep. Niet alleen met andere culturen, maar ook met de puberleeftijd. Maar je bent in de eerste plaats docent en geen hulpverlener. Als een jongen uit Eritrea hartje winter in een T-shirt op school verschijnt, mag hij op dag één zijn jas aanhouden. Maar op dag twee breng je geen trui voor hem mee. Je moet je richten op het onderwijs en de hulpverlening aan anderen overlaten. Ervaring met NT2 is echt noodzakelijk. Een gepensioneerde docent Grieks/Latijn die zegt dat zijn Nederlands heel goed is, heeft het niet begrepen. Ons eerste doel is ze in een schoolstructuur de taal te leren.’

Chemie in het gebouw

Udo: ‘Wat ik vooral heel spannend vond en vind is dat we hier een school starten met 100% nieuw personeel. Dat is op zich uniek. Normaal werkt de zittende garde de nieuwkomers in. Wij zijn allemaal nieuw en niemand kent elkaar. Toch zul je zien dat er maandag processen op gang komen. De drie dramadocenten die vinden elkaar en zij zullen het samen gaan doen. Twee docenten Nederlands werken allebei parttime en zij gaan nu samen een klas draaien. Je voelt de chemie in het gebouw, met z’n allen hebben we hetzelfde doel: goed onderwijs voor deze kinderen.’ Kwartiermaker in afbouw Nettie Udo is intussen ook teamleider, want waar vind je die, zo halverwege het jaar? De docenten krijgen een contract voor een maand en dat wordt verlengd met vier maanden. Op 1 juni sluit de Heumensoord-school. Dan sluit namelijk ook de noodopvang in Heumensoord. De nieuw aangeschafte rugzakken van de leerlingen zullen dan gevuld zijn met een basis van de Nederlandse taal. Bij de Les gaat in mei nog eens op bezoek, om te horen hoe het deze school vergaat.

 

Dit artikel staat in Bij de Les februari 2016, jaargang 12.