Is maatwerk in het huidige onderwijssysteem mogelijk?

DLAN 0060 20160413 als slim object1 webformaatdoor Truda Zijp

Dirk Olsthoorn, columnist van Bij de Les en teamleider bij SG Rietveld van de Purmerendse ScholenGroep, geeft in dit interview zijn mening over de (on)mogelijkheid van maatwerk in het onderwijs: ‘We zijn in het onderwijs leerlinggericht. We doen van alles: remedial teaching inzetten voor rekenen of taal, maatschappelijk werk de school binnenhalen, zorgen voor opvang en extra begeleiding. Toch blijft het beperkt. In het gewone reguliere onderwijs leert iedereen vanuit een klassikale situatie. En ook nog allemaal tegelijk.’

De school van Olsthoorn verzorgt onderwijs in de basis- en kadergerichte leerwegen van het vmbo. In het splinternieuwe gebouw zijn de vier opleidingsprofielen (Produceren, Installeren & Energie, Mobiliteit & Transport, Zorg & Welzijn en Economie & Ondernemen) duidelijk te zien. Als je door het gebouw loopt kom je langs een professionele instellingskeuken, de nog in te richten winkel voor schoolspullen, de garage, een fietsenmakerswerkplaats en de salon waar leerlingen rollers staan in te draaien. In de machinale timmerwerkplaats staat een zelfgemaakte kinderstoel en een stapel kozijnen met de namen van de makers er op. Door al het glaswerk zie je overal leerlingen aan het werk, ook in traditionele lokalen. Zoals op zoveel scholen staat de ontwikkeling van talenten en de individuele leerloopban van de leerling centraal.

‘Of zijn we misschien niet eigenwijs genoeg?’

Maatwerk is nodig

De inschrijving van de kinderen uit groep 8 voor het nieuwe schooljaar zit er bijna op. Olsthoorn: ‘In onze onderwijssoort waren altijd al meer leerlingen met een problematiek. Met invoering van Passend Onderwijs werden er dat nog meer. We hebben pas alle dossiers van de nieuwelingen doorgenomen en we zien dat voor bijna 15% beslist aangepast onderwijs of aanvullende begeleiding nodig is. Dat kan om allerlei redenen zijn: rekenen is op het niveau van groep 4, een zorgelijke thuissituatie of een trauma als gevolg van vluchten uit het geboorteland.’ Voor deze leerlingen is iets speciaals nodig, maar naar het officiële speciaal onderwijs mogen ze niet. ‘Er is dus echt behoefte aan maatwerk. Dus zitten wij ons af te vragen of, en hoe, wij ze dat kunnen geven.’ De school krijgt ook vaker te maken met leerlingen met een havo-advies die voor beroepsonderwijs kiezen omdat dat beter bij ze past. Ook voor hen zou maatwerk heel geschikt zijn.

Het past niet

‘Passend onderwijs leveren voor iedereen past niet in het huidige systeem waar iedereen alles op hetzelfde niveau moet doen en op dezelfde manier’, zegt Olsthoorn. ‘We zitten klem door vastgestelde regelingen voor de eindexamens, we moeten aan ‘opbrengsten’ voldoen en we hebben een inspectie. Waarom moet iedereen eigenlijk een diploma halen? Waarom kan bijvoorbeeld een vmbo’er niet met een mooi portfolio, aangevuld met wat certificaten die behaalde niveaus aangeven naar het mbo?’ Olsthoorn denkt even na en vervolgt: ‘Of zijn we misschien niet eigenwijs genoeg? Zitten we zelf te vast aan wat we gewend zijn? Zijn we wel creatief genoeg om met bestaande middelen het maximaal haalbare voor maatwerk te bereiken?’

Onderwijskwaliteit

In de huidige situatie, met een toename van problematiek rond leerlingen, investeert SG Gerrit Rietveld door teams en docenten hiervoor op te leiden. Olsthoorn: ‘Dat is nodig, anders lopen collega’s in al die lastige situaties vast en wordt het te zwaar. We zijn eigenlijk bijna speciaal onderwijs. Bovendien denk ik dat de kwaliteit van een school alles te maken heeft met de kwaliteit van de mensen die er werken.’ De mentoren zijn de persoonlijke loopbaancoaches. Vier keer per jaar voeren zij met hun leerlingen een gesprek om te kijken hoe het gaat en wat nodig is. In die gesprekken is nadrukkelijk aandacht voor de persoonlijke ontwikkeling. ‘Voor de leerlingen die iets extra’s nodig hebben hadden we aparte begeleiders aangesteld. Dat werkte niet altijd goed omdat zij er niet altijd waren. Volgend schooljaar hebben we één begeleider die er de hele week is, voor iedereen die dat nodig heeft.’

‘Leidinggeven is ook maatwerk’

Wekelijks een persoonlijk gesprek

Olsthoorn schetst een andere vorm van onderwijs. ‘We zouden veel meer de omgeving, de buurt en de bedrijven, erbij moeten betrekken. En met levensechte opdrachten werken. Maak een vogelhuisje dat ook echt voor iemand is. In de onderbouw zie ik een basisprogramma waarin ook veel oriëntatie plaatsvindt. In de bovenbouw gaan de leerlingen zich meer specialiseren. Het uitgangspunt voor onderwijs zou de leerbehoefte van de leerling zelf moeten zijn. Die behoefte zou je per leerling in kaart moeten brengen en voortdurend volgen en bijstellen. Je werkt dan vanuit het contact met de leerling. Met vier keer per jaar een gesprek red je dat niet. Je zou met iedereen wekelijks een gesprek moeten voeren en daarmee per week voor die leerling het programma bepalen.’

Vertrouwen geven

Hoe ziet Olsthoorn dat voor zich? ‘Meerdere docenten en onderwijsassistenten met leerlingen aan het werk in één ruimte of een paar ruimtes bij elkaar, zodat er letterlijk en figuurlijk ruimte is voor dat wat nodig is: een groepsinstructie, persoonlijke aandacht, het programma voor de komende week maken, overleggen met je collega. De leerlingen werken in stamgroepen en doen dat wat ze nodig hebben. Per groep leerlingen is een vast team verantwoordelijk voor het programma, de gang van zaken en het individuele leerproces van iedere leerling. Daar gaan we dan niet allerlei regels op loslaten. We geven wel vertrouwen, want dat is de voorwaarde om te leren. Dat geldt voor de leerling én de collega’s.’

Olsthoorn is nu drie jaar als leidinggevende aan het werk. ‘Ik heb vooral geleerd dat niet iedereen dezelfde soort leiding nodig heeft. De één wil veel ruimte en heeft af en toe behoefte aan een gesprek, een ander wil graag precies horen wat hij moet doen en de volgende heeft gewoon een schop onder z’n kont nodig. Leidinggeven is ook maatwerk.’

Dit artikel staat in Bij de Les juni 2016