Zorgcoördinator als bruggenbouwer naar ouders

brugdoor Femke Kooij-Trap

Ouders: als het goed gaat met hun kind, zijn ze vaak wat meer op afstand aanwezig. Diezelfde ouders zijn hard nodig wanneer een leerling vastloopt, ongelukkig is of gedrag vertoont dat lastig te bedienen is in een reguliere school.

We zitten rond de vergadertafel: Jort en zijn beide ouders naast hem, aan de andere kant zijn mentor en afdelingsleider. Ik, de zorgcoördinator, zit er tussenin. De ouders van Jort vinden een gesprek met zo veel mensen een beetje onzin. Zoveel is er toch niet aan de hand? Wij vinden het gedrag van Jort erg lastig te plaatsen en willen graag met zijn ouders in gesprek.

Educatief partnerschap

De zorgcoördinator is in school verantwoordelijk voor het onderzoeken van de ondersteuningsbehoeften van leerlingen. Het gedrag van een jongere wordt voor een belangrijk deel bepaald door de relaties die hij heeft in zijn systeem. Om te bepalen wat een jongere nodig heeft, is het dus belangrijk om de ouders te betrekken bij de begeleiding. Passend onderwijs gaf hier een mooie naam aan: educatief partnerschap. Hiermee wordt de gezamenlijke inspanning bedoeld waarbij ouders en school hetzelfde doel nastreven: de optimale ontwikkeling van het kind.

Het is vaak handig om van te voren aan ouders en/of de docent te vragen om bevorderende en belemmerende factoren in kaart te brengen. In het gesprek vragen we vooral aan de leerling wat hij nodig heeft van school en van zijn ouders. Ook maken we in het gesprek duidelijk wat wij als school kunnen bieden en wat we van de ouders nodig hebben. Dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan. Thuis en school zijn voor jongeren verschillende dingen. De rol van ouders ten opzichte van school is ook veranderd. We horen steeds vaker: ‘wij willen dit niet voor ons kind’, ‘jullie zijn verantwoordelijk’ of ‘wij staan overal voor open (zonder grenzen te stellen)’. In veel gevallen is de houding van ouders ten opzichte van school niettemin een sleutel in het oplossen van de ondersteuningsbehoeften van het kind. Als ouders thuis de ‘de boel niet op orde hebben’, wordt het op school lastiger om samen de juiste ondersteuning te bieden.

De dynamische driehoek

Educatief partnerschap vraagt om acteren in de dynamische driehoek van school - ouders - kind, waarin de partners gelijkwaardig zijn en hun eigen verantwoordelijkheid hebben. Het woord ‘dynamisch’ geeft aan dat de spelers voortdurend in beweging zijn. Als de verantwoordelijkheden voor iedereen duidelijk zijn, is de ontwikkelruimte voor het kind optimaal. Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind, school voor het onderwijsleerproces en het kind is verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces.

In het gesprek

In gesprekken met ouders en kind waarbij relaties onder druk staan, is het waardevol om de dynamische driehoek concreet te maken. Ten eerste wordt het doel van het gesprek voor iedereen duidelijk: Wat is er nodig om met elkaar voor een optimale ontwikkeling van het kind te zorgen? Ten tweede geeft het richting aan het gesprek: alle partners van de driehoek en alle relaties die er onderling zijn komen aan bod. Wat heeft het kind van zijn ouders nodig? Wat heeft het kind van school nodig? Wat heeft school van het kind nodig? Wat hebben ouders van het kind nodig? Op deze wijze is de zorgcoördinator, mentor of teamleider bewust bezig met educatief partnerschap met ouders.

 ‘Thuis en school zijn voor jongeren verschillende dingen’

Terug naar Jort. Ik open het gesprek door iedereen welkom te heten en vooral Jort, die immers met zoveel volwassenen aan tafel zit. Ik zet drie poppetjes neer: een blauwe voor Jort, een rode voor de ouders en oranje voor school. Ik leg uit wat ik hiermee bedoel en eindig met de zin: ‘Hoe kunnen we met elkaar zorgen voor een optimale ontwikkeling van Jort en wat is hier voor nodig?’

Emoties in de dynamische driehoek

Als er door ouders of kind bijvoorbeeld onrecht wordt ervaren, dan nemen zij deze emotie mee in het gesprek. Het ervaren onrecht moet dan eerst besproken worden en erkenning krijgen. Ouders die in een gesprek geconfronteerd worden met het gedrag van hun kind op school, kunnen zich aangevallen voelen als de uitleg van school gestoeld is op horen zeggen, interpretaties of hypotheses. Een goede voorbereiding is dus van groot belang. Laat bijvoorbeeld zien vanuit het leerlingvolgsysteem hoe hun kind het doet als het gaat om zaken als huiswerk maken, boeken vergeten, eruit gestuurd worden en behaalde cijfers. Of vraag van te voren aan docenten naar concrete situaties waarin het bijzondere of lastige gedrag duidelijk zichtbaar was.

De moeder van Jort zegt: ‘Ik vind het heel vervelend dat Jort er bij Engels steeds uitgestuurd wordt, hij krijgt niet eens de kans om het goed te doen. De docent mag hem niet!’ Waarop ik antwoord: ‘Ik kan me voorstellen dat dit voor Jort erg vervelend is en dat hij het idee heeft dat de docent hem niet mag. Laten we precies bespreken wat er bij Engels gebeurt.’ Moeder ontspant en knikt.

In het gesprek dat volgt komt naar voren dat Jort vaak zijn boeken niet mee heeft en zijn huiswerk niet heeft gemaakt. Daarom kan hij niet meedoen in de les en raakt hij afgeleid. Jort vertelt dat hij met Engels moeite heeft. We spreken af dat school hem bijles zal geven. Ouders geven aan dat ze vaker met hem Engels zullen oefenen en zullen opletten of hij zijn spullen meeneemt. Jort zegt dat hij eerder een vraag zal stellen als hij het niet snapt. Door de rollen van de dynamische driehoek concreet en precies in de situatie van de Engelse lessen te bespreken, is het de ouders nu duidelijk waarom het gesprek met alle partners nodig was.

Femke Kooij-Trap is zorgcoördinator op het Bonhoeffercollege in Castricum. Daarnaast werkt ze als trainer voor trainings- en adviesbureau HPC. Zie: www.hpc.nu

Tip 1: Leg de basis voor educatief partnerschap meteen

Bespreek al op de eerste informatieavond voor ouders de dynamische driehoek. Zo maak je direct duidelijk dat je als school de ouders nodig hebt en dat je er samen voor hun kind bent. Het fundament wordt gelegd op het moment dat de verhoudingen goed zijn. Juist het onderhoud van de driehoek in ‘goede tijden’ geeft een grotere kans van slagen op herstel van de verhoudingen als deze een keer onder druk komen te staan.

Tip 2: Zet de dynamische driehoek op tafel

Maak tijdens het gesprek gebruik van poppetjes, bijvoorbeeld pionnen van een bordspel. Zo maak je visueel inzichtelijk hoe de drie partijen er voor staan: Is het een gelijkzijdige driehoek of staan twee partijen te dichtbij elkaar of juist ver van elkaar af? Dit is ook een mooie manier om de vaak moeilijk bespreekbare lijn tussen ouder en kind op een veilige manier te bespreken. Je kunt de opstelling daarna neerzetten zoals je het met elkaar zou willen en bespreken wat daar voor nodig is. 

 

Dit artikel staat in Bij de Les nummer 1 van jaargang 13 (september 2016)

[Titel] Zorgcoördinator als bruggenbouwer naar ouders             

 

[Credits] door Femke Kooij-Trap

 

[Intro]

Ouders,: als het goed gaat met hun kind, zijn ze vaak wat meer op afstand aanwezig. Diezelfde ouders zijn hard nodig wanneer als je merkt dat een leerling vastloopt, ongelukkig is of gedrag vertoont wdat lastig te bedienen is in een reguliere school, dan heb je ouders heel hard nodig.

 

[Tekst]

We zitten rond de grote vergadertafel: Jort en zijn beide ouders naast hem, en aan de andere kant zijn mentor en afdelingsleider. Ik, als de zorgcoördinator, zit er precies tussenin. De ouders van Jort vinden een gesprek met zo veel mensen wel een beetje onzin. Zoveel is er toch niet aan de hand? Wij vinden het gedrag van Jort wel erg lastig te plaatsen en willen graag met zijn ouders in gesprek.

 

Educatief partnerschap

De zorgcoördinator is in school verantwoordelijk voor het onderzoeken van de ondersteuningsbehoeften van de leerlingen. Het gedrag van een jongere wordt voor een belangrijk deel bepaald door de relaties die hij heeft in zijn systeem. Om te bepalen wat een jongere nodig heeft, is het dus belangrijk om de ouders te betrekken bij de begeleiding van hun kind.  Passend onderwijs heeft gaf hier een mooie naam aan gegeven: educatief partnerschap. Hiermee wordt de gezamenlijke inspanning bedoeld waarbij ouders en school hetzelfde doel nastreven: de optimale ontwikkeling van het kind.

 

Het is vaak handig om van te voren aan ouders en/of de docent te vragen om bevorderende en belemmerende factoren in kaart te brengen. In het gesprek vragen we vooral aan de leerling wat hij nodig heeft van school en van zijn ouders. Ook maken ak je we in het gesprek duidelijk wat je wij als school kunnent bieden en wat je we van de ouders nodig hebbent. Dat is in de praktijk soms makkelijker gezegd dan gedaan. Thuis en school zijn voor jongeren verschillende dingen. De rol van ouders ten opzichte van school is ook veranderd. We horen steeds vaker: wij willen dit niet voor ons kind’,  ‘Jjullie zijn verantwoordelijk’ of ’Wwij staan overal voor open (zonder grenzen te stellen)’. ()’ In veel gevallen kan is de houding van ouders ten opzichte van school niettemin een de sleutel zijn in het oplossen van de ondersteuningsbehoeften van het kind. Als ouders thuis de ‘de boel niet op orde hebben’, wordt het als op school lastiger om samen de juiste ondersteuning te bieden.

 

De dynamische driehoek

Educatief partnerschap vraagt om acteren in de dynamische driehoek van school, - ouders en- kind, waarin de partners gelijkwaardig zijn en hun eigen verantwoordelijkheid hebben. Het woord ‘dynamisch’ geeft aan dat de spelers voortdurend in beweging zijn. Als de verantwoordelijkheden voor iedereen duidelijk zijn, is de ontwikkelruimte voor het kind optimaal. Ouders zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind, school voor het onderwijsleerproces en het kind is verantwoordelijk voor zijn eigen leerproces,.

 

 

 

In het gesprek

In gesprekken met ouders en kind waarbij  relaties onder druk staan, is het heel waardevol om de dynamische driehoek heel concreet te maken. Ten eerste wordt het doel van het gesprek voor iedereen duidelijk: hoe Wat is er nodig kunnen om we met elkaar zorgen voor een optimale ontwikkeling van het kind en wat is hier voor nodigte zorgen? Ten tweede geeft het richting aan het gesprek: alle partners van de driehoek en alle relaties die er onderling zijn komen aan bod. Wat heeft het kind van zijn ouders nodig? Wat heeft het kind van school nodig? Wat heeft school van het kind nodig? Wat hebben ouders van het kind nodig? En zo verder.

 Op deze wijze ben is de je als zorgcoördinator, als mentor of teamleider bewust bezig met educatief partnerschap met ouders.

 

Terug naar Jort. Ik open het gesprek door iedereen welkom te heten en , vooral Jort, die immers met zo veel volwassenen aan tafel zit. Ik zet drie poppetjes neer: een blauwe voor Jort, een rode voor de ouders en oranje voor school. Ik leg uit wat ik hiermee bedoel en eindig met de zin: ‘Hoe kunnen we met elkaar zorgen voor een optimale ontwikkeling van Jort en wat is hier voor nodig?’

 

Emoties in de dynamische driehoek

Als er door ouders of kind bijvoorbeeld onrecht wordt ervaren, dan nemen zij deze emotie mee in het gesprek. Het ervaren onrecht zal moet dan eerst besproken moeten worden en vooral erkenning krijgen.  Ouders die in een gesprek geconfronteerd worden met het gedrag van hun kind op school, kunnen zich aangevallen voelen als de uitleg van school gestoeld is op horen zeggen, interpretaties ofen hypotheses. Een goede voorbereiding is dus van groot belang. Laat bijvoorbeeld zien vanuit het leerlingvolgsysteem hoe hun kind het doet als het gaat om zaken als : huiswerk vergetenmaken, boeken vergeten, eruit gestuurd worden en behaalde cijfers. Of vraag van te voren aan docenten naar concrete situaties waarbij waarin het bijzondere of lastige gedrag duidelijk zichtbaar was.

 

De mMoeder van Jort zegt: ‘Ik vind het heel vervelend dat Jort er bij Engels steeds uitgestuurd wordt, hij krijgt niet eens de kans om het goed te doen. De docent mag hem gewoon niet!’ Waarop ik antwoord: ‘Ik kan me voorstellen dat dit voor Jort erg vervelend is en dat hij het idee heeft dat de docent hem niet mag. Laten we eens precies bespreken wat er  gebeurt bij Engels gebeurt.’  Ik zieM moeder ontspantnen en knikt.ze

 

In het gesprek dat volgt laat komt naar voren ik zien dat Jort bij Engels heel vaak zijn boeken niet mee heeft en zijn huiswerk niet heeft gemaakt. Daarom kan hij niet meedoen in de les en raakt hij afgeleid.mee kan doen  Jort vertelt dat hij met Engels moeite heeft en dat op deze manier uit de weg gaat. We spreken af dat school hem bijles zal geven. Ouders geven aan dat ze vaker met hem Engels gaan zullen oefenen en zullen opletten of hij zijn spullen meeneemt. Jort zegt dat hij eerder een vraag zal stellen als hij het niet snapt. Door de rollen van de dynamische driehoek concreet en precies in de situatie van de Engelse lessen te bespreken, is het de ouders nu duidelijk waarom het gesprek met alle partners nodig was.

 

Femke Kooij-Trap is zorgcoördinator op het Bonhoeffercollege in Castricum. Daarnaast werkt ze als trainer voor trainings- en adviesbureau HPC, een trainings- en adviesbureau opgericht door Herberd Prinsen. Zie: voor het trainingsaanbowww.www.hpc.nu

 

 

[In een kKader]

Tip 1: Leg de basis voor educatief partnerschap meteen

 

Bespreek al op de eerste informatieavond voor ouders de dynamische driehoek. Zo maak je direct duidelijk dat je als school de ouders nodig hebt en dat je er samen voor hun kind bent. Het fundament wordt gelegd op het moment dat de verhoudingen goed zijn. Juist het onderhoud van de driehoek in ‘goede tijden’ geeft een grotere kans van slagen op herstel van de verhoudingen als deze een keer onder druk komen te staan.

 

[Kader]

Tip 2: Zet de dynamische driehoek op tafel!

 

Maak tijdens het gesprek gebruik van poppetjes, bijvoorbeeld pionnen van een bordspel. Zo maak je visueel  inzichtelijk hoe de drie partijen er  voor staan: Is het een gelijkzijdige driehoek of staan twee partijen te dichtbij elkaar of juist ver van elkaar af? Dit is ook een mooie manier om de vaak moeilijk bespreekbare lijn tussen ouder en kind op een veilige manier te bespreken. Je kunt de opstelling daarna neerzetten zoals je het met elkaar zou willen en bespreken wat daar voor nodig is.

 

[Streamer]  ‘Thuis en school zijn voor jongeren verschillende dingen’

[Einde kader]