Interview met scheidend directeur Harry de Jonge

H.de Jonge‘Wees een verbinder’

Na negen jaar neemt directeur Harry de Jonge afscheid van de NVS-NVL. Hij gaat met pensioen en vindt dat best nog wel lastig: ‘Mijn werk? Ik ga het missen.’ Hoe kijkt hij terug op zijn tijd bij de vereniging? Waar hoopt hij dat wij over vijf jaar staan?

 

 

Hoe kijk je terug op je tijd als directeur van de NVS-NVL?

Het was een heel inspirerende tijd, waarin ook veel gebeurd is. Met name mijn beginjaren, 2008/2010, waren turbulent. Niet alle neuzen stonden dezelfde kant op en dat heeft, om een anachronisme te gebruiken, tot een Brexit geleid van een deel van de vereniging. Een periode waarin we ook best wel in verwarring waren. Maar als ik terugkijk op het vervolg daarvan, dan is dat met voldoening en dankbaarheid. We zijn er in geslaagd om de vereniging in rustiger vaarwater te krijgen.

Op welke resultaten ben je het meest trots?

Ik gebruik liever het woord ‘voldoening’, ‘trots’ past niet erg bij mij. Vorig jaar vierden we ons vijftigjarig bestaan, terwijl er momenten waren dat het nog maar de vraag was of we dat zouden halen. We hebben de afgelopen jaren een fundament gelegd voor verandering die we de komende jaren gaan uitvoeren. Ik heb vorig jaar een hernieuwde aanzet gegeven om het Kenniscentrum op poten te zetten. Het is mooi om te zien dat we al in het komende jaar ons aanbod van opleidingen verbreden en dat we een coördinator voor ons Kenniscentrum hebben aangetrokken. Alles met de ontwikkeling van de NVS-NVL Academie als doel.

‘Met name mijn beginjaren waren turbulent’

In 2004 fuseerden de vereniging van decanen met die van leerlingbegeleiders tot de NVS-NVL. Hoe was de samenwerking tussen beide partijen bij je aantreden?

Er werd nog heel gecompartimenteerd gedacht. Ieder werkte vanuit zijn eigen aandachtsgebied. Er moest verbinding worden gezocht, waarna we samen de missie en visie van de vereniging handen en voeten konden geven. Er is een groot veranderingsproces ingezet: van een hoofdbestuur naar een algemeen bestuur en het aantrekken van een directeur. Dat bracht de nodige onrust teweeg. Uiteindelijk hebben uiteenlopende verschillen tot het vertrek van de sectie havo/vwo en een deel van onze leden geleid. Maar we hebben onszelf met nieuwe vitaliteit hervonden. We realiseren ons dat ons werk er toe doet.

Hoe ziet de vereniging er over vijf jaar uit?

Mijn droom voor de vereniging, en dat is mij onvoldoende gelukt, is dat we een kweekvijver aanboren van young potentials. Ik denk dat het van groot belang is om ons kader uit te breiden en te voeden met jonge leden die bij ons kunnen worden opgeleid door mensen met veel ervaring. Daarmee vergroot je het draagvlak voor de vereniging en natuurlijk het belang ervan. We moeten ons doel niet uit het oog verliezen: de leerling zo goed mogelijk voorbereiden op de toekomst.

Hoe komt dat eruit te zien op bestuurlijk en uitvoerend niveau?

Met het innovatieplan dat we nu gaan uitvoeren, gaan we ook het uitvoerende karakter van het bureau veranderen. We moeten sneller stappen maken, contacten makkelijker onderhouden en beleid sneller toepassen in de praktijk.

Hoe ziet dat innovatieplan er uit en wat betekent dat?

We gaan de inhoudelijke expertise van de leden van sectiebesturen en taakgroepen anders inzetten. Bijvoorbeeld door het aantrekken van beleidsmedewerkers die vanuit het bureau werkzaam zijn. Beleidsvorming wordt een taak van het bureau. Dat betekent dat de sectiebesturen zoals die nu bestaan worden opgeheven De mensen die nu in sectiebesturen zitten, willen we graag behouden, maar hun rol verandert. Een aantal van hen gaat als ambassadeur het land in. Ik hoop en verwacht dat we daarmee ook onze zichtbaarheid vergroten.

 ‘Mijn droom is dat we een kweekvijver aanboren van young potentials’

Een vrouw volgt jou op, er zitten twee vrouwen in het bestuur, een vrouw gaat het Kenniscentrum aansturen: werd het tijd dat er meer vrouwen op hoog niveau meedoen in de vereniging?

Door de benoeming van twee vrouwen wordt het Algemeen Bestuur ook meer een afspiegeling van de rest van de vereniging. Het betrekken van vrouwen op alle niveaus is heel belangrijk. Mannen en vrouwen vullen elkaar aan, dus is het nodig om een goede balans te vinden. En vergeet niet dat we vooral jonge mensen moeten aantrekken. Die kijken op een andere manier naar de vereniging. Die voelen zich niet verbonden uit loyaliteit. Die vragen zich af: ‘What’s in it for me?’ Contacten met de achterban moeten dus vastgehouden worden. We kunnen alleen goed inspelen op de wensen en verlangens van onze leden en potentiële leden, door met ze te communiceren. Dat vind ik een belangrijke opdracht voor de komende jaren.

Welk advies geef je aan je opvolger?

Zorg dat je goed luistert naar de mensen met wie je samenwerkt, wees een verbinder, stel je open voor de leden, laat je door hen voeden: dat vond ik voor mijzelf de belangrijkste punten. Stel je handelingsrepertoire daarop af.

Hoe ziet je toekomst er uit na je pensioen?

Langzaam maar zeker ga ik daarover nadenken. Ook in het proces naar mijn afscheid toe werd me duidelijk hoe dierbaar de vereniging voor mij is. Na mijn vertrek blijf ik de NVS-NVL zeker volgen. Er komt nu langzaam maar zeker een beetje ruimte in mijn hoofd om verder te kijken. Ik neem een bestuursfunctie aan bij museum De Sjoel in Elburg en verder ga ik door met mijn studie kerkgeschiedenis. Verder wil ik filosofie oppakken en op datzelfde vlak wil ik me verder gaan verdiepen in het werk van de Duitse theoloog Dietrich Bonhoeffer. Thuis hoop ik de balans tussen werk en privé weer te vinden. Ik heb van mijn vrouw altijd ruimte gekregen om mijn werk te doen, nu heb ik meer tijd voor mijn gezin en kleinkinderen. Maar mijn werk? Ik ga het missen.

In de volgende editie van Bij de Les stellen wij de nieuwe directeur voor.

door Pim Wijers

 

Dit artikel staat in Bij de Les nummer 1 van jaargang 13 (september 2016)