Staatssecretaris, uw bemoeizucht is gewenst!

sander-dekker-highres01-highresHet onderwijs in Nederland kost geld. Te veel geld vindt Den Haag. Een bijzondere doorn in het financiële overheidsoog zijn de bijzondere leerlingen. Dat blijkt uit de hoofdlijnenbrief van staatssecretaris Dekker. Maar wie helpt straks de leerlingen van de praktijkschool op weg in hun loopbaan? Een hartenkreet.

Voor de bijzondere groep leerlingen met gedrags- of leerproblematiek konden scholen altijd extra geld aanvragen volgens vastgestelde criteria. Afhankelijk van de soort problematiek waren landelijke of regionale instanties –zoals de REC's (voor rugzakjes) en de RVC's (LWOO en PRO)-verantwoordelijk voor het toekennen van die gelden. Omdat het aantal aanvragen groeide, met name bij de REC's, verliepen de aanvraagprocedures de laatste jaren steeds moeilijker en trager. Het gevolg was een bureaucratisch ontmoedigingsbeleid dat voor flink wat irritatie zorgde bij de zorgcoördinator.

Zaken gaan veranderen
Met de komst van passend onderwijs gaat deze gang van zaken veranderen. Extra gelden voor bijzondere leerlingen worden onderdeel van het budget dat naar het regionaal samenwerkingsverband gaat. Het samenwerkingsverband gaat straks over de verdeling en stelt ook de criteria vast op basis waarvan scholen extra gelden kunnen aanvragen. De aanvraagprocedures worden zo minder bureaucratisch. Dit gaat echter wel gepaard met een bezuiniging van uiteindelijk 50 miljoen euro op het totaal beschikbare bedrag.

Geld individueel inzetten
Met name het vmbo vraagt voor zo'n 100.000 leerlingen met een IQ tussen de 80 en 95 met leerachterstanden en/of een sociaal-emotionele problematiek LWOO (=leerwegondersteunend onderwijs) gelden aan. De vmbo scholen hebben nu de vrijheid die gelden naar eigen inzicht in te zetten. Veel scholen gooien het geld op een grote hoop om de klassen kleiner te maken, hoewel nooit is aangetoond dat leerlingen beter worden van een kleine klas. Op sommige scholen zie je zelfs dat LWOO-leerlingen bij elkaar in één klas geplaatst worden, ook al kunnen leerlingen van elk niveau een LWOO-indicatie krijgen.

Er zijn echter scholen die de LWOO-gelden inzetten voor extra lessen of trainingen organiseren voor LWOO-leerlingen om leerachterstanden of sociaal-emotionele problematieken te verkleinen. Er bestaan nevenvestigingen en zogenaamde OPDC's die de LWOO-leerlingen die uitvallen in het vmbo opvangen en proberen bij te spijkeren, zodat zij later weer terugstromen naar het vmbo. Deze scholen gebruiken de LWOO-gelden waarvoor ze bedoeld zijn: de individuele leerling die een of meerdere problematiek(en) heeft die ondersteuning te bieden die hij nodig heeft om een regulier vmbo diploma te behalen.

Het goede nieuws
Door de LWOO-gelden bij de samenwerkingsverbanden onder te brengen waarborgt de overheid dat scholen het geld daadwerkelijk besteden aan de begeleiding van de leerling. Scholen moeten het geld op individueel niveau aanvragen en inzetten. De besteding van het toegekende geld staat volledig los van de formatie van de school en kan niet meer worden gebruikt voor klassenverkleining. Deze verandering kan voor de gemiddelde LWOO-leerling positief uitpakken, al krijgen de samenwerkingsverbanden uiteindelijk veel minder geld.

Het slechte nieuws
Voor praktijkscholen en OPDC's lijkt deze verandering echter minder positief te zijn. Nederland heeft 177 praktijkscholen die samen 27.000 leerlingen bedienen. Praktijkscholen geven alleen les aan leerlingen met een PRO-(=praktijkonderwijs) beschikking, die kunnen ze aanvragen voor leerlingen met een IQ tussen de 55 en 80 met forse leerachterstanden. De praktijkschool ontvangt dus voor elke leerling extra geld.

Bij praktijkscholen gaat het geld voor de PRO-beschikking per definitie op de grote hoop. Anders dan bij LWOO zijn praktijkscholen, maar ook OPDC's, gespecialiseerd in individuele trajecten. Voor elke leerling organiseert de school de beste leerroute met veel aandacht voor het praktijkvak en de stage. Praktijkscholen zijn doorgaans kleine scholen. De groep leerlingen die in aanmerking komt voor praktijkonderwijs is met 27.000 leerlingen al jaren klein, maar stabiel. Praktijkscholen bieden, onderwijs op maat voor iedere individuele leerling in een kleine setting met professionele praktijklokalen. Dat kunnen zij niet meer realiseren als de Het totaalbedrag van de gelden voor bijzondere leerlingen zal door de bezuinigingen fors kleiner zijn dan nu. Praktijkscholen zullen moeten opboksen tegen de grote scholengemeenschappen en andere scholen in hun regio om 'hun' gelden te bemachtigen. Tenzij de samenwerkingsverbanden het bedrag dat zij ontvangen voor een leerling van de PRO scholen direct doorsluizen naar deze scholen.

Positie praktijkscholen?
De hoofdlijnenbrief van staatssecretaris Dekker, gepubliceerd op 5 april, spreekt over een zorgvuldige invoering van het nieuwe beleid om te voorkomen dat de financiële positie van de PRO- en LWOO-scholen in Nederland verslechterd. Hij belooft een langzame invoering van het nieuwe beleid en hij geeft de samenwerkingsverbanden tijd om de procedures op orde te krijgen. Hij doelt daarmee op het uitstellen van de verevening en het opheffen van de RVC's in schooljaar 2015-2016. De staatssecretaris gaat echter voorbij aan de positie van de kleine PRO-scholen in het samenwerkingsverband. Net als aan de positie van zorglocaties of OPDC's die LWOOleerlingen opvangen die in het reguliere VO uitvallen.

De staatsecretaris laat de verdeling van de gelden tot nu toe over aan de samenwerkingsverbanden. Daarmee creëert hij het risico dat er scholen gaan verdwijnen. Hij eindigt zijn brief met de opmerking dat hij voor eind 2013 de gestelde hoofdlijnen uitgewerkt zal hebben in een wetsvoorstel. Er is nog nooit zo'n behoefte geweest aan bemoeizorg van de staatsecretaris.

Als de overheid de invoering van dit beleid overlaat aan de samenwerkingsverbanden gaan er zeker PRO-scholen of OPDC's verdwijnen. Wie zorgt er dan voor dat Aleyna (14 jaar) met een IQ van 67 en het niveau van een kind uit groep 3 zich kan voorbereiden op werk en deelname aan de maatschappij?

Beste staatsecretaris, 
neemt u de volgende adviezen mee in uw wetsvoorstel: 
● Nee, LWOO en PRO gelden kunnen niet dezelfde Behandeling krijgen;
● Ja, het biedt kansen om de LWOO-gelden anders in te zetten om de leerling op individueel niveau de ondersteuning te bieden die hij nodig heeft om een vmbo diploma te halen;
● Ja, de huidige procedures zijn bureaucratisch en daar kunt u op besparen;
● Ja, de LLWO onder te brengen bij de samenwerkingsverbanden kan leiden tot een minder bureaucratische procedure;
● Nee, het PRO heeft geen mogelijkheden om de gelden anders in te zetten, die worden al individueel en optimaal benut;
● Ja, deze verandering is een enorm risico voor het bestaan van PRO-scholen, OPCD's en zorglocaties;
● Nee, dit komt niet vanzelf goed. U, staatssecretaris, moet zich hiermee bemoeien.

Cherifa Hendriks, zorgcoördinator op Praktijkschool De Zonnegaard Nijmegen