Column - Studentprofiel, functieprofiel: een match?

Columnist Sabrina Blom onderzocht functieprofielen binnen verschillende branches op de arbeidsmarkt. Ze concludeerde dat de uitstroom van mbo-studenten grotendeels niet voldeed aan de gestelde eisen. Hoe kunnen we die kloof overbruggen?

Column Sabrina Blom Wonderwijs NVS NVL

Elk jaar stromen er duizenden leerlingen door naar een vervolgopleiding. In hun zoektocht naar een geschikte opleiding lopen ze tal van open dagen en voorlichtingsmarkten af; in hun hoofd vormen ze een beeld van zichzelf in de rol van toekomstig beroepsbeoefenaar. Waar ouders op zulke dagen naar de inhoud van de opleiding vragen, vragen de studenten ook naar de lengte van het lesrooster en de dichtstbijzijnde bushalte.

Wellicht praten ze met vrienden, hun mentor of zelfs een decaan over de keuze van een vervolgopleiding. Maar welke informatie krijgen zij? Een aantal jaar geleden sprak ik met een eerstejaars student. Zij had het advies gekregen om naar onze opleiding tot gastvrouw te gaan. De student had zeer onderontwikkelde sociale vaardigheden. Het advies was geweest: ‘Dat leer je wel op de opleiding.’ We bieden onze studenten veel en onze studenten zijn stuk voor stuk in staat om hun grenzen te verleggen, maar we kunnen niet toveren.

'We bieden onze studenten veel, maar we kunnen niet toveren'

Ook de beroepspraktijk heeft soms verwachtingen die niet altijd stroken met wat de studenten leren en kunnen wanneer ze straks klaar zijn. Soms zit er zelfs een behoorlijke discrepantie tussen vraag en aanbod. Voor mijn laatste studie heb ik onderzoek gedaan naar studiekeuzes. In een van de deelonderzoeken vergeleek ik studenten die gediagnostiseerd waren met bijvoorbeeld AD(H)D of ASS  van verschillende opleidingen met functieomschrijvingen die in diverse branches zijn opgesteld. Een voorbeeld: uit mijn onderzoek kwam naar voren dat er relatief veel studenten met een ASS-diagnose op de opleiding voor ICT-medewerker zitten. Deze diagnose kenmerkt zich onder andere door ‘beperking in sociale contacten, inflexibel vasthouden aan routines en tekorten in het begrijpen van relaties’. De branche zoekt echter naar een ‘spin in het web die goed kan communiceren en een voorbeeldfunctie heeft in relatie tot anderen’, zo staat te lezen in het beroepscompetentieprofiel.

Nog eentje: op de opleiding voor Artiest zitten relatief veel studenten met een AD(H)D-diagnose. Zij kunnen moeite hebben om hun aandacht bij taken te houden, vinden organiseren lastiger en ze kunnen langdurige geestelijke inspanning vermijden. De branche zoekt echter mensen met motivatie en concentratie die hun eigen beroepsleven organiseren en voor wie een grote mate van herhaling geen probleem is.

Hier ligt een duidelijke kloof tussen vraag van de markt en aanbod vanuit de opleidingen. We werken er allemaal hard aan dat jongvolwassen met succes kunnen starten in hun carrière. Ik puzzel dagelijks met het juiste advies voor een studie- en beroepsrichting. En zo komen we ook uit bij een eeuwenoud dilemma: adviseren we de student vooral om te kiezen wat hij of zij leuk vindt (en of de bus voor de deur stopt), of adviseren we studenten vooral om iets te kiezen waar vanuit ze met meer succes kunnen doorstromen naar een baan met een functieprofiel dat wel op hun lijf geschreven is?