Sabrina's (w)onderwijs - 'Niet met ze, niet zonder ze'

In haar column van maart kan Sabrina Blom, de meest enthousiaste SLB'er van het land, niet met ze en niet zonder ze. Haar mbo-studenten? Nee, hun ouders! 

Column Sabrina Blom Wonderwijs NVS NVL

‘Ik kan niet met ze en ik kan niet zonder ze!’ Ik hoor het mijn leerlingen geregeld denken…

Ouders...

Begrijp me niet verkeerd, ik ben zeer voor ouderbetrokkenheid in het onderwijs, maar als het om de ouders van mijn studenten gaat...?

Ik kan niet met ze en ik kan niet zonder ze.

Ik waardeer het enorm als ouders een actieve rol spelen in het onderwijs van hun kind. De vraag is alleen: welke rol?  Wij kennen in het mbo niet meer de klassen- luizen- of voorleesmoeder. Toch is de rol van de ouder cruciaal tijdens bijvoorbeeld de keuze voor de studie, de koekjes met thee als ze van school komen (ja, ook pubers vinden dit fijn) of de aanwezigheid bij de ouderavond. Zelfs de spontane betrokkenheid bij bijvoorbeeld events die mijn studenten organiseren is hun aanwezigheid erg gewenst. Zo organiseren mijn studenten elk jaar een benefietdiner en vertellen ze trots dan hún moeder, opa of buurvrouw aanwezig is. Toch kom ik tijdens mijn taak als loopbaanbegeleider ook andere rollen tegen. Die van tijgermoeder (vastbijten en niet meer loslaten). De onderhandelaar (‘wat doe jij als begeleider en wat doe wij als ouder’). De van-zich-af-schuiver (‘hij luistert toch niet naar mij, dus regel jij de opvoeding maar’). De verwijter (‘jullie doen niets aan begeleiding!’). De ‘my-little-pony-ouder’ (‘ons kleine meisje zou nóóit frauderen met een toets...’). De militair (‘als hij één misstap maakt, dan moet je meteen bellen. Hij zal ervan lusten!’). De AIVD-ouder (‘we willen alles weten, maar laat dit niet aan onze dochter weten’). Of wat dacht je van de mijn-kind-zou-dat-nooit-doen-ouder...?

‘Bij mij thuis vraagt er nooit iemand hoe mijn dag was’

Een aantal jaar geleden plukte ik twee sportschoenen uit de buddyseat van een scooter van een student. Zij was niet de rechtmatige eigenaar van de schoenen, als je begrijpt wat ik bedoel. Na dit ‘op heterdaadje’ en een gesprek met de student belde ik haar moeder. Zij bleef bij hoog en laag beweren dat háár dochter dit nooit zou doen. Zelfs toen dochterlief zelf ook (bijna schreeuwend) vertelde dat het wel klopte, bleef moeder herhalen dat dit niet gebeurd was. Welk signaal wordt hiermee afgegeven?

Het advies dat ik aan ouders op school geef: ‘Praat niet alleen over ze, bijt je niet in ze vast, leer ze niet alleen de les, schuif verantwoordelijkheid niet af… práát met uw kind. Ja, jullie spreken een andere taal. Een volwassen brein communiceert met een puberbrein, maar je wilt allebei hetzelfde: contact leggen.’ Ik vergelijk mijn werk met pubers wel eens met een reis naar een vreemd land waarvan ik de cultuur niet ken en waar men een vreemde taal spreekt. Met een hoop goede moed, mimiek, het zoeken naar woorden en basale gebaren, kom ik toch bij dat leuke marktje dat in de reisgids stond. Doel bereikt.

Ouders denken vast wel eens over hun eigen pubers: ‘Ik kan niet met ze en ik kan niet zonder ze.’ Toch is een open en betrokken ouderrol noodzakelijk. Ik hoor tijdens mijn werk té vaak: ‘Bij mij thuis vraagt er nooit iemand hoe mijn dag was.’ Mijn hart breekt dan. We vinden het zelf toch ook fijn als onze partner aan het einde van de dag met een glas rode wijn op de bank vraagt hoe ónze dag is geweest?