LOB: mag het een onsje meer zijn?

Er wordt veel van LOB’ers verwacht, ook al lijkt het erop dat er steeds minder tijd en middelen voor goede begeleiding vrijkomen. Decaan Simone Slagboom geeft in deze blog enkele adviezen voor decanen die met een onsje minder toch meer willen bereiken.

door Simone Slagboom

Weegschaal

Vroeger kwam ik wekelijks op de markt om daar mijn boodschappen te doen. Daar had ik een vast kraampje waar ik mijn kaas haalde. Dan was het altijd: ‘Mag het een onsje meer zijn?’ ‘Tuurlijk’, was mijn antwoord dan en zo maakte de koopman weer een goede deal.

Binnen het vo wordt hard gewerkt aan een duidelijke en zichtbare positionering van LOB. Dat is goed nieuws, want het leidt tot gemotiveerdere leerlingen, minder schooluitval en een leerling die beter in staat is de eigen loopbaan vorm te geven. Iedereen blij, zou je zeggen. Tegelijkertijd constateer ik dat decanen het juist vaak met een ‘onsje minder’ moeten doen. Door overheidsmaatregelen, slinkende leerlingenaantallen en andere maatregelen krimpen de budgetten op het decanaat vaak. Het belang van LOB wordt groter, maar de middelen die er tegenover staan, lijken juist te krimpen.

Nu bestaat het budget voor LOB uit verschillende bestanddelen, zoals personele kosten, lesmethoden, de uitvoering van LOB-activiteiten, lidmaatschappen van decanenkringen en deskundigheidsbevordering.

'Zo wordt hopelijk elke ‘gulden een daalder waard’'

Als ik decanen bevraag over hoe dit op hun school is geregeld, krijg ik een enorme variëteit aan antwoorden. De een weet precies wat de schoolleiding budgetteert t.a.v. LOB en de ander heeft geen flauw idee. Ook de budgetten zelf variëren enorm. Nu is het lastig om aan te geven wat kwalitatief goede LOB mag kosten, omdat elke school LOB anders inricht. Een goede leidraad om het gesprek met je schoolleiding aan te gaan is de Kwaliteitsagenda LOB. In dit document staan richtlijnen hoe kwalitatief goede LOB binnen je school vormgegeven kan worden. De Kwaliteitsagenda LOB helpt daardoor om een koppeling te leggen tussen de doelstellingen van LOB (zoals verwoord in schoolplan en LOB-werkplan) en de inzet van middelen die daar tegenover staan en de wijze waarop je dit monitort. Hiermee kun je een gesprek op de inhoud gaan voeren.

Tot slot is het goed om te noemen dat betrokkenen wat betreft professionalisering van LOB gebruik kunnen maken van individuele scholingsbudgetten én dat het lidmaatschap van de NVS-NVL gezien wordt als een vakbondscontributie, waarmee je via je school gebruik kunt maken van de fiscale voordelen die dit biedt.

Zo wordt hopelijk elke ‘gulden een daalder waard’ als het gaat om de inrichting van kwalitatief goede LOB!

Simone Slagboom is decaan bij Olympia, organisator van het LOB-congres en trainer bij de NVS-NVL