Sabrina's (w)onderwijs - Overdracht

Sabrina Blom houdt van haar werk in het mbo. Dat ze af en toe een mes van een student moet aangeven, of dat ze soms moet uitleggen dat Pim van Gogh geen schilder was die zijn eigen oor afsneed, neemt ze op de koop toe. Elke eerste maandag van de maand vertelt ze over het wel en wee van haar werk als SLB'er.

Column 5: Overdracht

Column Sabrina Blom Wonderwijs NVS NVL

Het overviel me, want ook al ken ik de term ‘overdracht’ goed uit mijn verleden als therapeut en docent: ik kreeg er toch onverwachts mee te maken. In de psychologie verstaat men onder overdracht het volgende: ‘gevoelens, wensen en verwachtingen uit een eerdere relatie die op een andere persoon worden geprojecteerd’.

Enige tijd geleden stond ik voor een nieuwe groep studenten die mijn manier van werken nog niet kende. Ik kende op mijn beurt hun groepsdynamiek nog niet. Mijn stijl van lesgeven heeft zich de afgelopen jaren gevormd tot een - laten we zeggen - psycho-didactische en pedagogische vorm, waarbij mijn lessen zich onder andere kenmerken door door een focus op het individu, de groepsdynamica en verbinding met elkaar. ‘Mevrouw, gaan we weer kaartjes doen met vragen over onszelf?’, is een vraag die geregeld voorbijkomt. Of, met duidelijk hoorbare zucht: ‘Gaat u weer doorvragen over hoe wij ons voelen...?’ Een opgetrokken wenkbrauw wordt aangevuld met de schuine lach.

'Was dit gericht op mij persoonlijk of mijn werkvorm?'

Toch verliep de situatie dit keer anders. Ik luidde, deels onbewust, een nieuwe fase in voor de groep, waarbij ik de reeds gevormde dynamiek onderwierp aan nieuwe vormingfases. Dit proces begeleidde ik met een aantal werkvormen. In deze fase ageerde één student in het bijzonder tegen elke werkvorm die in aanbood. ‘Ik doe niet mee! Wat een onzin! Wat kom jij doen, dit hebben we nooit nodig gehad! Jij kent ons niet!’ en zo kwamen er nog wel een paar vragen en opmerkingen. Ze leken veelal gericht op de werkvorm, maar al snel voelde ze aan als iets anders.

Reageerde deze student alleen zo in mijn lessen? Was dit gericht op mij persoonlijk of mijn werkvorm? Een aantal weken dacht ik dat het wel eens het schoolsysteem kon zijn waartegen de leerling zich afzette. Ik was natuurlijk als docent de uitdrager van het systeem en dus bliksemafleider. Maar toch... na veel gesprekken met collega’s leek ook dit niet zo te zijn. Pas na twee maanden in de relatie te investeren, kwam het hoge woord eruit. De student had een verleden waarbij moeder tijdens de kinderjaren bijzonder vervelend gedrag had vertoond. De situatie was dermate ernstig dat het contact verbroken was. Een resultaat ervan? Disrespect naar vrouwen met een autoriteitsfunctie.

'Ook de dynamiek in de groep veranderde hierdoor'

Dus nee, het was niet persoonlijk, althans, niet tegen mijn als persoon. Ook het onderwijssysteem was niet schuldig en mijn collega’s waren het evenmin. De nare situatie uit het verleden werd geprojecteerd naar het heden en in deze fase was ik het eindpunt van de overdracht. Een leerzame les voor mijn toekomst als begeleider in het onderwijs. Wanneer mijn onderbuikgevoel weer opspeelt, neem ik als professional de volgende keer eerst meer afstand. Ik zal mezelf meer ruimte geven om te bepalen in hoeverre ik mogelijke projectie persoonlijk opvat. Ik zal mijn bevindingen eerder delen met mijn student, om zo de openheid te bieden die de student nodig heeft om te vertellen wat er zich afspeelt. Sinds het gesprek dat ik met mijn student voerde, verdween de spanning tussen ons.

Ook de dynamiek in de groep veranderde hierdoor. De negativiteit verdween en de groep stond steeds meer open voor het contact met elkaar. De studenten vroegen om meer werkvormen die het groepsgevoel versterkte. Er werd meer gedeeld en ze bevroegen elkaar meer over hun welzijn. Het begin van een klas met studenten die zich met elkaar verbinden en die elkaar steunen tijdens de schooltijd...