Sabrina's (w)onderwijs - Neem ze mee

Sabrina Blom houdt van haar werk in het mbo. Dat ze af en toe een mes van een student moet aangeven, of dat ze soms moet uitleggen dat Pim van Gogh geen schilder was die zijn eigen oor afsneed, neemt ze op de koop toe. Elke eerste maandag van de maand vertelt ze over het wel en wee van haar werk als SLB'er.

Column 4: Neem ze mee

Column Sabrina Blom Wonderwijs NVS NVL

Studenten weten het allemaal: hoe het onderwijs eruit moet zien, hoe de docenten moeten lesgeven, hoe de sfeer in de school moet zijn en welke schoolregels er gehanteerd moeten worden. En wij als hun docenten en begeleiders? Wij denken het natuurlijk ook te weten. Wij putten uit ons eigen verleden, onze opleidingen en onze kennis. Onlangs hield ik een gesprek over schoolregels met de studenten in mijn klassen. Voorheen hanteerden we regels waarin voornamelijk stond wat de leerlingen allemaal niet mochten (petjes op, schreeuwen door de gangen, telefoon zichtbaar in de les), maar nu maken we nu de stap naar positieve leefregels die dichter bij de visie van ons (gastvrije) college moeten staan. In mijn voorbereiding op het gesprek stelde ik me voor hoe de studenten ‘onze’ regels met de grond gelijk zouden maken en het onzin zouden vinden dat wij regels hebben. Niets bleek minder waar.

‘Waarom mag een petje niet?’, vraagt een niet-petjes-dragende leerlingen aan mij. Ik twijfel en merk dat ik mijn eigen mening over petjes moeilijk kan onderdrukken, maar voor ik antwoord kan geven, zegt een andere student al: ‘Dat is niet respectvol, zeiden ze op mijn vorige school.’ In de discussie die volgt, komt ook de hoofddoek aan bod. ‘En wat vindt u?’ Vooruit dan maar, ik geef mijn mening: ‘Het dragen van petjes heeft wat mij betreft niets te maken met respect.’

‘Het dragen van petjes heeft wat mij betreft niets te maken met respect’

Petjes zijn mode-items die door mijn leerlingen secuur bij hun outfit worden uitgezocht. Het gaat eerder om imago dan om respect. Ik vind daarom dat ze best een petje op mogen hebben in de klas, of althans, vaak heb ik het niet door dat ze er een dragen. Ik realiseer me wel dat het (per ongeluk) toelaten ervan een pocket veto is: de schoolregels zijn duidelijk over het dragen van petjes, maar in mijn lokaal zijn de regels soms onbedoeld net iets anders. Achter uit de klas klinkt: Maar niet met een toets hoor, mevrouw! Dan kunnen jullie de ogen niet zien en dat is niet oké.’ Genoteerd.

Het bespreken van telefoons in de les is helemaal geweldig (serieus, probeer het maar!). Voor docenten een grote ergernis, voor studenten een onmisbaar item. Mijn studenten vinden dit: tijdens de algemene uitleg en groepsopdrachten moeten telefoons op tafel liggen, in het zicht van docenten. Tijdens het zelfstandig werken mogen ze wel gebruikt worden om bijvoorbeeld een liedje te luisteren, zodat de omgeving hun niet afleidt. ‘Prachtig!’, roep ik. Doen jullie dit vanaf nu ook? Er wordt hard gelachen. ‘We gaan ons best doen!’ Fijn. Mijn tactiek? Uitleggen wat ik zie. ‘Ik zie dat jouw telefoon nu afleidt, dus leg hem maar op mijn tafel. Geen straf, maar wel een begrenzing. Werk dit altijd? Zeker niet, maar ik blijf wel geloven in de eigen verantwoordelijkheid van de student. Zij weten ook echt wel wanneer het afleidt.

Moraal van het verhaal? Neem studenten mee in schoolbesluiten. Of het nou gaat om beleid, visie of nieuwe regels. Geef ze eigenaarschap over hun eigen grenzen en maak van de regels een afspiegeling van de generatie van nu. Zo kunnen onze meningsverschillen best overbrugd worden.