Sabrina's (w)onderwijs - Imperfectie

Sabrina Blom houdt van haar werk in het mbo. Dat ze af en toe een mes van een student moet aangeven, of dat ze soms moet uitleggen dat Pim van Gogh geen schilder was die zijn eigen oor afsneed, neemt ze op de koop toe. Elke eerste maandag van de maand vertelt ze over het wel en wee van haar werk als SLB'er.

Column 4: Imperfectie

Column Sabrina Blom Wonderwijs NVS NVL

‘Fouten maken is menselijk’, zeg ik vaak tegen mijn studenten. Sterker nog… het is onmogelijk om fouten te maken, omdat het altijd een leermoment oplevert (ja, ook ik klinkt af en toe als een docent). Maar staan we onszelf toe om fouten maken? Mogen leerlingen zien dat ook wij, begeleiders/docenten, maar gewoon mensen zijn? Of zijn wij dermate getraind om de meeste situaties om te buigen naar iets positievers, waarmee we onze fouten verbloemen? Hoe vaak zeggen wij tegen onze studenten: ‘Sorry, dat heb ik niet goed gedaan, mijn fout. Maar ik heb er wel van geleerd!’ Om mij heen zie ik vooral – en hieraan maak ik mijzelf ook schuldig – dat we ‘het wel weten’. Wij plannen de koers en hebben altijd een antwoord. Ja ja ;-).

Maar eigenlijk hou ik van imperfectie. Een scheurtje hier en een kraakje daar. Bij mijn studenten en bij mijzelf. Wees anders en zie wat er te leren valt. Imperfectie zit in alles. Of de leerlingen nou hebben vastgezeten, een grote mond hebben als overlevingstactiek, stuiterend door het lokaal gaan omdat ze de medicatie zijn vergeten of geen voldoende halen voor een toets. We hebben een verhaal. Imperfecties zeggen iets over wie we zijn en waar we naartoe willen.

‘Laten we eens imperfecties stimuleren’

‘Wat een klas, pfff. Waarom doen ze niet gewoon eens mee. Ik blijf maar aan ze trekken’, klinkt het soms in de gangen… Mijn advies? Beweeg eens mee. Tegen de stroming in gaan  wordt elke keer opnieuw een gevecht en dat ga je niet winnen. Laten we eens imperfecties stimuleren in plaats van ze proberen glad te strijken.

Zo bespreek ik met de studenten de tics die we hebben en waar we echt niet goed in zijn. Als ik vertel dat ik erg ‘honkvast’ ben in de keuze voor het toilet op school, is het ijs gebroken. ‘Dat heb ik ook!’, hoor ik vanaf de andere kant van de klas. Een paar meiden beginnen te grinniken en kijken mij met een (secuur opgebrachte) opgetrokken wenkbrauw aan. Een ander zegt: ‘Hier op de vloer lopen lijnen in het zeil... daar mag ik dus nooit op staan. Ik moet er altijd overheen stappen.’ Hard gelach en gegier door het lokaal. Nu is de toon gezet. Van het aantikken van de hekjes buiten en het twee keer op slot doen van de fiets tot aan altijd het achterste kopje pakken bij de koffiebar: ze komen allemaal voorbij.

Iedereen blijkt imperfect, zelfs de grinnikende meisjes. Zij roepen nu het hards. Ik lach en geniet. Perfectie is saai.