[Blog] De stand van zaken: de motie Duisenberg (deel 2)

IMG 0650 TL klein 640x640In het voorjaar van 2016 hebben ISO, LAKS, NVS-NVL samen met de VVD, CDA en PvdA gewerkt aan het 10-puntenplan ‘aanval op de uitval’. In november 2016 leidde dat tot een Kamermotie, ingediend door Duisenberg, Rog en Mohandis, die met grote meerderheid is aangenomen. In de vorige nieuwsbrief heb ik daar al over bericht.

Op 18 april was een verkennende bijeenkomst bij OCW met vertegenwoordigers van LAKS, de VO-Raad en de beide decanenverenigingen. Vlak na het bekend worden van de aangenomen motie, kwam de VO-Raad op haar site met een duidelijke reactie; de VO-Raad zit niet op landelijke normen te wachten.

In het gesprek bij OCW bleek dat LAKS en decanenverenigingen duidelijk op een andere lijn zitten. Wij willen wél tot landelijk vastgestelde normen komen, om zo het proces van LOB voor alle leerlingen te optimaliseren.

Op 12 april werd het jaarlijkse inspectierapport gepresenteerd over ‘De staat van het Onderwijs’. Het heeft in alle kranten gestaan dat de verschillen tussen basisscholen wat betreft hun advisering en de vo-scholen wat betreft hun resultaten grote verschillen vertoonde. Hoewel er geen specifiek onderzoek is gedaan naar de kwaliteit van LOB, zijn ook daar de verschillen groot. In haar speech herhaalde minister Bussemaker nog eens dat zij groot belang hecht aan LOB.

Over een paar weken vindt een vervolggesprek plaats. Omdat goede LOB de uitval in het eerste jaar met 30% kan terugbrengen, is het eigenlijk verbazingwekkend dat er scholen zijn die maar weinig aan LOB doen. Wij vinden dan ook dat alle leerlingen het recht hebben op goede begeleiding en wij zetten ons daar als volgt voor in:

  • Elke havo-vwo school zou wat ons betreft in het schoolplan moeten aangeven hoe ze die  LOB binnen de eigen school willen vormgeven. Het achterhalen van de oorzaken van uitval van hun alumni vormt een goede basis voor verbeteringen. LOB is niet alleen een verantwoordelijkheid van de decaan maar ook van de schoolleiding.
  • Wij willen dat LOB, net zoals in het vmbo, deel uitmaakt van het curriculum en we willen ons zeker mengen in de discussies over onderwijs2032 die komend jaar zullen plaats vinden.
  • Goede LOB bevat informatie en ervaringen en de dialoog erover. Het loopbaangesprek is onmisbaar. Het inzetten van mentoren maakt het voeren van meerdere gesprekken (bijv in groepjes van 5-6) per jaar mogelijk.
  • Om de benodigde LOB-tijd te borgen is de formule 240 + 90D + 1.5L een minimumnorm, waarbij D het aantal decanen en L het aantal leerlingen van een school bedraagt.
  • Deskundigheidsbevordering van mentoren en toekomstige leraren is noodzakelijk.
  • Alle leerlingen in havo en vwo zouden hun vorderingen in het keuzeproces moeten vastleggen in het plusdocument.

 

Wordt vervolgd...!

Peter Huwae, beleidsmedewerker LOB havo-vwo