[Blog] Intakeloze doorstroom vmbo-mbo met loopbaanleerlijn

leerling meisje 2In de regio Achterhoek werken de mbo-scholen en de vmbo-scholen al jaren nauw samen om de doorstroom van leerlingen zo soepel mogelijk te laten verlopen. LOB is altijd al een vanzelfsprekend onderdeel, maar nu werken de scholen aan een ambitieus doel waar alle partijen direct profijt van zullen hebben: de intakeloze doorstroom. Als het vmbo LOB écht goed op orde heeft, wat betekent dat dan voor het intakeproces van de leerling in de overstap naar het mbo?

 

Bijna overal is er nu nog duidelijk sprake van een harde knip in de overstap van het vmbo naar het mbo. Als de leerling zich aanmeldt bij het mbo, wordt hij gescreend, getest en in een gesprek aan de tand gevoeld, of hij zich nu wel of niet goed heeft voorbereid op de keuze. De intake. Na vier jaren voorbereidend mbo is het in dat korte tijdsbestek erop of eronder hoe de leerling door mag gaan naar het mbo.

Een intakeloze doorstroom betekent niet dat het vmbo gaat bepalen of een mbo-opleiding een leerling mag toelaten. Zo ver gaat het (nog) niet. Het heeft alles te maken met het Paretoprincipe, de 80-20-regel. Je kunt stellen 80% van de leerlingen gewoon kan doorstromen naar de gewenste opleiding op het mbo. Zij zijn er geschikt voor, ze voldoen aan het competentieprofiel en ze zijn voldoende gemotiveerd. Aan deze leerlingen hoeft het mbo in het intakeproces in feite weinig of geen aandacht te besteden. De energie kan het beter in de andere 20% steken.

Bij overdracht van vmbo naar mbo zal wel op een of andere manier duidelijk moeten zijn of de leerling bij de eerste 80% of bij die andere 20% behoort. Dat is één van de pijlers waarop de intakeloze doorstroom is gebaseerd en waaraan de scholen in de Achterhoek werken.

De kern van het idee zit in de toenemende verantwoordelijkheid van het vmbo in het intakeproces op het mbo en een grotere rol van het mbo in de loopbaanleerlijn op het vmbo. Dat begint al in de onderbouw die aan de sectorkeuze vooraf gaat. Daarna helpt het mbo met de verbetering van de beroepsbeeldvorming en krijgen de leerlingen een beter voorbereiding en advies over de mbo-opleiding en het bijbehorend beroepsperspectief. Om dit te bereiken zet men in de Achterhoek in op groei van kennis bij docenten en decanen in het vmbo over de mogelijkheden in het mbo.

Docenten en decanen zijn veelal wel op de hoogte van de feiten over opleidingsniveau en toelatingseisen, maar minder bekend met de praktijk achter die feiten en de specifieke beroepscompetenties. Door docentenstages, gastlessen en meeloopmomenten krijgen vmbo-docenten meer inzicht in de feitelijke onderwijs- en beroepspraktijk. De toekomstige student profiteert daarvan door daadwerkelijk kennis te maken met het toekomstige onderwijs, met toekomstige docenten en beroepsbeoefenaars. Naast de grotere bekendheid met het mbo en de persoonlijke uitwisseling over mogelijkheden, onmogelijkheden en de ondersteuningsmogelijkheden, wordt er ingezet op een groeiende verantwoordelijkheid van het vmbo in de advisering en toelating. Dit proces draagt bij aan vertrouwen en openheid over en weer.

Het resultaat van dit alles is dat de leerling een valide keuzeproces heeft doorlopen. Dat komt tot uiting in zijn doorstroomdossier. Dat is zodanig ingericht dat de leerling duidelijk kan maken dat hij inzicht heeft in wat hij kan en wil, dat hij een goed beeld heeft van het beroep, dat hij zich goed heeft gerealiseerd wat de eisen zijn van de opleiding en in hoeverre hij voldoet aan dit competentieprofiel. Als zijn mentor of vakdocent vervolgens in dit dossier kan melden dat hij volledig achter de keuze van de leerling staat, is de basis gelegd om de leerling 'intakeloos' toe te laten tot de opleiding. Dit is niet alleen een efficiencyverbetering van het intakeproces, maar hiermee voldoen vmbo en mbo ook aan het recht van de leerling op een betrouwbare en professionele advisering en begeleiding in zijn loopbaan.

Frans Wijnands, bestuurslid sectie vmbo-mbo.