Een nieuwe school:
onzekerheid over het onbekende

Een doorstroomcoach in de overstap van het basisonderwijs naar het voorgezet onderwijs is heel normaal. Maar hoe zit het met de overgang van vo naar mbo? Is de mentor of decaan op het vo hiervoor de aangewezen persoon? Of is dit juist een taak van de mbo-instellingen? Decaan en redactielid Yvonne Mulders wisselde hierover van gedachten met redactielid en zorgcoördinator Marjolein van Breda-Souman aan de hand van een casus bij Yvonne op school.

Hoi Marjolein,

In januari 2020 ontving ik de aanvraag voor een gesprek met een eindexamenleerling. Dit meisje, Lena, was bij mij nog niet in beeld geweest. Een goed teken, want dan heeft ze goede gesprekken met de mentor gehad en kon ze tot zo ver in haar proces zelf verder. Het bleek dat Lena alles voor haar vervolgopleiding al goed had voorbereid. In de derde klas bezocht ze voorlichtingen, had ze al een open dag bezocht en zelfs haar beroepsstage heeft ze gevolgd in de richting die ze wil gaan studeren: onderwijsassistente niveau 4. Ik dacht: ‘Nou die heeft haar keuze gemaakt en is zeker van haar zaak.’ Totdat ik in het leerlingvolgsysteem zag staan dat Lena een heel onzeker meisje is. Ze heeft in de tweede klas faalangsttraining gehad en ze werkt zich een slag in de rondte voor haar toetsen. Daarom vind ik het knap dat zij op tijd met haar loopbaanontwikkeling bezig is geweest. Het gesprek dat zij met mij wilde, ging over de school waar Lena zich wilde aanmelden. In haar eigen stad zit een groot roc die deze opleiding aanbiedt. Lena had bij deze school in haar eindexamenjaar nog een keer de open dag bezocht en ook al een meeloopdag ervaren. Haar moeder heeft haar die dag gebracht en weer gehaald. Maar nu werd Lena een beetje zenuwachtig. Haar moeder gaat haar volgend schooljaar natuurlijk niet brengen en halen. Lena gaat naar haar nieuwe school met de scooter. En haar vragen, die zenuwachtig over haar lippen kwamen, waren: ‘Maar waar moet ik mijn scooter dan neerzetten? Hoe gaat het in de pauzes eraan toe? Hoe weet ik op tijd wie mijn mentor is?’ Ik heb haar de tip gegeven om zelf ruim voor vakantie eens met de scooter naar school te rijden en daar eens te gaan kijken waar ze haar scooter kan plaatsen. Verder kan ze met het informatiepunt van het roc contact opnemen om haar andere vragen te stellen. Ik hoop dat dit leerlingen als Lena geruststelt. Echter, ik vind dat een decaan deze vragen eigenlijk moet doorspelen naar een overstapcoach (doorstroomcoach), maar die hebben wij niet. Wel hebben wij een doorstroomcoach in de overstap van het basisonderwijs naar de middelbare school. Wat vind jij Marjolein? Moet een voortgezet onderwijs school een overstapcoach hebben of juist het mbo? Of wellicht beiden?

Hoi Yvonne,

Een heel herkenbare situatie. Wat een mooie benaming ‘overstapcoach’ of ‘doorstroomcoach’. Op de school waar ik werk hebben we die niet. Mijn ervaring met doorstroom van het voorgezet onderwijs naar mbo is als volgt. Leerlingen die extra zorg of begeleiding nodig hebben, zijn bij het zorgteam in beeld. Wij kijken ook altijd mee met de mentor, de leerling en ouders als er een keuze is gemaakt voor een vervolgopleiding. Welk roc past het best bij de leerling? Helaas is de keuze niet groot als je kijkt naar de gemiddeld grote roc’s die vaak ook nog niet naast de deur liggen. Het gevaar van sociaal emotionele overvraging is hierdoor sterk aanwezig. In de loop der jaren hebben wij een goed contact opgebouwd met de zorgcoördinatoren van de roc’s in onze omgeving. We maken twee keer per jaar een afspraak om leerlingen, waarvan we weten dat er extra zorg nodig is, door te spreken. Maar ook de leerlingen die in het eerste jaar zitten worden besproken. Hoe gaat het met ze, waar lopen ze tegenaan en wat zijn de leerpunten als het gaat om voorbereiding op het mbo? Iedere keer realiseer ik mij na zo’n gesprek dat een goede voorbereiding van essentieel belang is voor een soepele overgang naar het mbo. We gaan er nog wel eens aan voorbij dat de zorg die de zorgleerling heeft niet zo goed wordt opgepakt.

Bij de overgang van het basisonderwijs naar het voorgezet onderwijs is daar wel ruim aandacht voor. Tijdens de warme overdracht wordt ieder leerling zorgvuldig doorgenomen. Elke basisschool wordt bezocht en van ieder aangemelde leerling wordt een dossier gemaakt. Zowel op cognitief als op sociaal emotioneel gebied wordt de leerling in kaart gebracht. Voordat de leerling, na de zomervakantie, een stap over de drempel heeft gezet op het vo, is hij doorgesproken met de mentor en zijn er interventies ingezet die nodig zijn om een goede start te maken.

Denk hierbij aan de inzet van een pedagogisch medewerker of begeleider passend onderwijs. Het voordeel van deze uitgebreide screening is, dat je preventief hulptroepen kan inzetten om vroegtijdige uitval te voorkomen. Ook is de screening een belangrijke kapstok bij het indelen van de klassen. Niet alle leerlingen met dyslexie, of met ASS problematiek bij elkaar zetten en de krachten verdelen over de diverse klassen. De vraag van Lena: ‘Waar zet ik mijn scooter neer?’ is een hele terechte en herkenbare vraag! De onzekerheid over het onbekende en de verwachtingen die er zijn van de nieuwe school worden onderschat. Hier staan wij niet altijd bij stil, we zijn meer gericht op de zorg binnen het onderwijs. Is een leerling faalangstig, dan bied je hem een faalangstreductietraining aan. Heeft de leerling gediagnostiseerde ASS problematiek, dan richt de aandacht zich hierop. Maar juist de basale vragen die leerlingen hebben, daar wordt tijdens de overstap naar het mbo niet altijd goed naar gekeken en op geanticipeerd. Een eyeopener dus. Hier zouden het vo en het mbo meer aandacht voor kunnen hebben. Een taak die hoort bij diegene die de zorg voor de leerling heeft. In mijn geval zou ons zorgteam hier de verantwoordelijkheid voor moeten nemen in overleg met de mentor, leerling en ouders. Het concept hebben we immers al van de overgang primair onderwijs naar voorgezet onderwijs, dus met een kleine aanpassing zou dit zó gebruikt kunnen worden voor de overgang naar het mbo. Leerlingen zoals Lena, zullen dan een stuk zelfverzekerder de zomervakantie in gaan en met een geruster gevoel starten op het mbo!