Een veilige plek in coronatijd

Het Regio College (roc) in Zaandam ging in de coronacrisis half april open voor een kleine groep studenten waar collega’s zich extra zorgen over maken vanwege hun thuissituatie. De school wil deze jongeren een veilige plek bieden om te studeren:  op school aan de keukentafel. Aan het woord hierover is Martijn Kool.

Martijn Kool, directeur van de School voor Zorg, Welzijn en Sport van het Regio College, ziet dat het onderwijs op afstand redelijk verloopt. De meeste studenten doen behoorlijk hun best. ‘We maken ons natuurlijk zorgen over alle studenten. Net als zoveel scholen zijn we extra bezorgd over de meest kwetsbare groep. Voor een deel van de jongeren is afstandsonderwijs ingewikkeld. Dat zijn de studenten die thuis geen goede of veilige plek hebben waar ze rustig kunnen werken en zich voorbereiden op examens. Stel je bijvoorbeeld een klein huis voor, waar nog meer kinderen ergens mee bezig zijn aan diezelfde keukentafel. Voor een groep anderstaligen geldt ook dat de taal bij onderwijs op afstand het nog ingewikkelder maakt; sommigen van hen zijn ook minder digitaal vaardig. We zien het als een maatschappelijke taak om speciaal voor deze jongeren een voorziening te maken op school. We zijn ook bang dat sommige studenten afhaken en hun diploma niet halen.’

Afgezette werkplekken

Daarom wordt de studenten één keer per week een werkplek op school aangeboden. Kool: ‘Per dagdeel laten we maximaal 25 studenten toe. Een deel van het gebouw is speciaal gereserveerd voor deze groep. Per lokaal 6 of 7 studenten met één docent als begeleider. We zorgen ervoor dat er altijd minimaal twee docenten aanwezig zijn. In het lokaal zijn de werkplekken afgezet met tape op de grond, zodat er voldoende afstand is. De receptie registreert de student bij binnenkomst: als je naam niet op de lijst staat, dan kom je er niet in. Ze moeten hun handen wassen en dan via een aangegeven bewegwijzering naar het lokaal. Bij binnenkomst en vertrek houden surveillanten ze in de gaten, zij letten op afstand houden en gedrag.’ Kool liep gister ook mee met een hesje aan. ‘Afstand houden is lastig. Anderhalve meter is een enorme afstand. Net zoals je op stoepen ziet, lukt dat ook in de gangen van de school slecht. Ook gaat anderhalve meter bij pubers niet altijd vanzelf, dat nemen we ze niet kwalijk. Je moet ze er af en toe even op wijzen.’

Ondersteuning

Kool vertelt over de eerst groep die binnenkwam: veertien jongeren, bijna iedereen die was benaderd was gekomen en ze waren er duidelijk blij mee. ‘Zeer prettig’, hoorde hij iemand zeggen. Per dag komen er tussen de tien en twintig jongeren naar school. Het is duidelijk dat het in de behoefte voorziet. ‘Sommigen vragen of ze vaker mogen komen. Als de capaciteit het toestaat, dan kan dat.’ Hoe bepaal je wie op school mag werken? ‘De loopbaancoaches onderhouden het contact met hun groepen. Ook de zorgadviseurs hebben intensief contact met studenten die dat nodig hebben. De loopbaancoaches maken de afweging voor wie het belangrijk is om uit huis te komen. Ze geven dat door aan de teammanager, die daar het fiat aan geeft en in de gaten houdt dat er niet teveel komen. De teammanagers melden de studenten aan bij de veiligheidscoördinator. ‘Op school zitten de studenten te werken aan het onderwijs op afstand, hetzelfde als wat studenten thuis doen. ‘Bij de entree-groep zetten we zoveel mogelijk een eigen docent in als begeleider. Die weet waar ze aan moeten werken en die kan de gewone begeleiding geven. Niet alle docenten kunnen, wat het vak betreft, alle jongeren helpen. Wel kunnen ze ondersteuning geven bij taal, het benaderen van een vakdocent of gewoon even meekijken.’

Er speelt van alles

In de entree-opleidingen zitten relatief meer kwetsbare jongeren dan in andere groepen. Maar Kool benadrukt dat extra zorg voor jongeren dwars door alle opleidingen en alle niveaus heen gaat. ‘Docenten besteden nu veel tijd aan studenten die dat nodig hebben. Ze houden in de gaten hoe het met ze gaat en bieden een luisterend oor. Er speelt van alles: moeilijke thuissituaties, privéproblemen, gevoelens van depressie, eenzaamheid. De media benoemen nadrukkelijk de ‘eenzame ouderen’, terecht. Onder jongeren is de groep ‘zorgelijke thuissituatie waar je niet uit kunt’ net zo schrijnend. De mbo’ers hebben als ‘voordeel’ dat ze wat ouder zijn dan de jongeren in het voortgezet onderwijs. Ik weet bijvoorbeeld van een jongen die een baan heeft aangenomen om uit huis te zijn. Helaas is er ook een kleine groep studenten waar we helemaal geen contact mee hebben. Hierover zijn we in gesprek met leerplicht.’

Hoe verder? ‘We hopen natuurlijk net als iedereen zo snel mogelijk weer aan de slag te kunnen’, zucht Kool even. ‘Maar dat zal nog wel even duren. Stel dat we onze studenten op school kunnen ontvangen ‘met afstand’, dan kunnen we wat oppervlakte betreft een derde van de studenten in huis hebben. Dus moeten we vervolgens een combinatie van onderwijs in school en op afstand maken. Dat wordt zeker nog een hele uitdaging.’