Praktijkleren op maat

Vier dagen leren in de praktijk en één dag naar school: hoe gaat dat? Voor wie is zo’n bbl-opleiding geschikt? Leermeester Martin van Diemen en leerling Kevin Rollenberg vertellen over hun ervaringen.

Van Diemen en Kevin (16) zijn samen aan het werk voor bouwbedrijf Van der Gragt. Ze werken aan een nieuw gebouw voor Dierenzorg. Er komt een trimsalon in, een katten- en hondenopvang en een vriescel voor dode dieren. Op het terrein krijg je als ontvangst een luidruchtig geblaf van een paar honden in het asiel, je ziet dierenambulances en vrijwilligers die gezellig met elkaar staan te praten.

‘Iets van jezelf overbrengen’

Van Diemen is meewerkend uitvoerder en leermeester. Hij begon in de bouw als timmerman. Van Diemen wist al jong dat hij met hout aan de slag wilde: ‘Eerst deed ik een jaartje meubelmaker. Daar wilde ik niet mee verder, want dan zou ik altijd tussen vier muren zitten. Ik wil naar buiten en op verschillende plekken aan de slag. Als jongen deed ik veel buiten op de boerderij van m’n vader. Met m’n handen werken zat er in en dat zit het nog steeds. Ik moet niet de hele dag achter een pc zitten.’ Later werd hij ook leermeester in het bedrijf. ‘Ik ga graag met de jeugd om, proberen om ze iets bij te brengen en wat van jezelf overbrengen. Het houdt je jong. En het is nodig: als we niks doorgeven, verdwijnt je vak. Al doende zie je een leerling stapje voor stapje groeien. Dan denk ik: kijk, dat heb ik toch een beetje in dat brein en die handen weten te krijgen.’

‘Doe es rustig’

De leerlingen volgen hun mbo-praktijkopleiding via Bouwmensen, de vereniging van bouw- en infraopleidingen, in samenwerking met de roc’s in het land. Van Diemen: ‘De jongeren hebben een map met praktijkopdrachten, theorie en groepsopdrachten. Ik help ze met de praktijkopdrachten en beoordeel die. Op het werk kijk je steeds of het bij een opdracht past, bijvoorbeeld iets aftimmeren of een bekisting maken. Eerst doe ik het voor of ik leg het uit, daarna gaan ze zelf aan de rommel. Ik probeer ze zelf te laten denken en ook ideeën aan te laten dragen. Soms betrap ik mezelf op de gedachte: ‘Man, doe es rustig.’ Dan ga ik te snel en moet ik m’n geduld weer inzetten. Dat speelt vooral als je na poosje weer een nieuwe leerling krijgt.’ Deze manier van leren moet je echt willen, benadrukt Van Diemen. ‘Eerst theorie en dan praktijk is voor dit werk niet handig, dan ben je al ouder, te duur en heb je te kort ervaring. Soms heb je een leerling die er de kantjes afloopt of er totaal geen kijk op heeft. Meestal zijn dat jongeren die nog niet weten wat ze willen. Ze zijn nog een beetje aan het proeven.’

‘Werk aanraken’

Kevin (16) zit in het eerste jaar van zijn opleiding voor timmerman niveau 2. Hij schuift wat onrustig op zijn stoel. ‘Ik kon met mijn vmbo-t diploma meteen naar niveau 4, dan ga je richting architectuur, tekenen of uitvoerder. Dat wil ik niet, ik heb geen zin om de hele dag stil te zitten. Bij Bouwmensen ga je eerst een paar weken naar school in de werkplaats. Daar doe je van alles wat; dingen in de bouw nabootsen. Als je genoeg kan, zoeken ze een aannemer voor je stage. Je krijgt stagevergoeding. Nu zit ik dus bij Dierenzorg. Ik ben ook naar kleinere klussen geweest op andere plekken. Leuk, elke keer wat nieuws. Het leren zo is prettig, je weet wat je doet, je raakt het werk aan met je handen. Ik hou niet van theorie, dat kun je niet aanraken.’

‘Niet weglopen’

Op het vmbo gingen veel medeleerlingen verder naar de havo, vertelt Kevin. Hij was de enige die naar Bouwmensen ging en er ging ook nog iemand naar de botenbouw. Later wil Kevin bij zijn vader werken, die heeft een bedrijf in betonijzervlechtwerk. ‘Meestal doen de vlechters hun werk en gaan dan weg. Ik leer hier in de bouw het hele proces, bijvoorbeeld wat er moet gebeuren voor het vlechtwerk er in gaat en wat er daarna komt. Dat is nuttig voor later.’ Hij vertelt over de begeleiding: ‘Het werkt niet als een leermeester na uitleg meteen wegloopt. Als het dan later niet goed is, is dat frustrerend en tijdrovend. Het is beter als ze je volgen, kijken of je begrijpt wat je moet doen. Martin (van Diemen, red.) let op je, als hij ziet dat het goed gaat kan hij weg.’ Van Diemen vertelt dat Van der Gragt samen met een aantal andere bedrijven een container heeft ingericht met daarin verschillende voorbeelden van werk in de bouw. Denk aan elektra, loodgieterswerk en dakwerk. De bedrijven zetten de container bij basisscholen neer, zodat kinderen kennis kunnen maken met dit werk. School krijgt de sleutel en de onderwijzers gaan er met de oudere kinderen naar toe. ‘Zieltjes winnen’, zegt Van Diemen. ‘Het is voor de maatschappij helemaal niet goed dat iedereen maar ‘hoger op’ gaat met leren.’ Kevin en Van Diemen zijn het erover eens dat scholen hun leerlingen veel meer gelegenheid moeten geven om van alles uit te proberen. Van Diemen: ‘Laat ze een stukje lassen, timmeren, metselen. Op zijn minst merk je dan wat je niet ligt. ‘Op school laten ze je te veel leren met het hoofd’, vult Kevin aan. ‘We hadden wel een keer een stage, maar dan zit je maar in één bedrijf. Je moet veel meer zien wat zoal kan, dat scheelt een hoop gedoe.’