Of: examenstress voor een docent Nederlands

Redacteur Christel Isphording werkt als docent Nederlands op het mbo. Dit is ‘zomaar’ een maatwerkverhaal uit de dagelijkse praktijk van het onderwijs.

Ze noemen mij op school ook wel de behanger, wanneer ik aan het eind van de week met mijn grote gekleurde A3-vellen en schilderstape naar de lokalen loop. Eén A3 met daarop de voortgang van een klas voor Nederlands, per periode van 5 weken. We zitten nu in periode 5, dus dat zijn 5 A3-vellen per klas, keer 7 klassen. Mijn mbo-klassen hebben een vast lokaal, dus ik plak mijn A3-vellen op de binnenkant van de juiste deur. Vaak denk ik dat die plek niet handig is, omdat ze er zo graag doorheen lopen en nergens naar kijken. Maar collega’s stelden mij gerust dat er geen enkele plek is die garandeert dat ze dat wel zullen doen.

Regels veranderd

Voorheen mochten mijn mbo-studenten pas examen doen als ze de helft van de opleiding af hadden. Dat is dit schooljaar ineens geen voorwaarde meer. Voor onze afstromers van de havo en voor studenten die goed in Nederlands zijn, is dat natuurlijk een fijne inspanningsprikkel. Wij werken met een digitaal oefenprogramma – oefening baart kunst – maar studenten zijn er niet dol op. Omdat het niveau van onze instroom zo divers is, startte ik voorheen met alle eerstejaars op niveau 2F. Aan het eind van dat jaar behaalden ze hun 2F-certificaat. Voor de één een hele  struggle, voor de ander easy-peazy. In leerjaar 2 startten we dan met 3F en in leerjaar 3 houden de studenten zich alleen nog bezig met de 4 examens (lezen/ luisteren, spreken, gesprekken voeren en schrijven).

Toen dit jaar de regels veranderden en studenten meteen examen mochten doen, vond ik dat ik mijn programma hierop aan moest passen. Nieuwe regels, nieuw lesprogramma: dat is maatwerk. Ik bedacht dat studenten die een goed resultaat behaalden voor de 2F instaptoets, direct konden beginnen met 3F. Als zij daarna een voldoende zouden halen voor het oefenexamen lezen/luisteren, konden ze wat mij betreft in het eerste jaar al aangemeld worden voor het landelijke examen Nederlands. Ook voor de versnellers op de opleiding was het eerder examen mogen doen goed nieuws!

Tot zover mijn gedachtegang vooraf. Nu de praktijk.

Instaptoets

Ik start het schooljaar met mijn heuglijke nieuws: als je goed werk levert, kun je al in het eerste jaar examen doen. Daar hebben ze vrijwel allemaal wel oren naar. Dan de instructie: maak die instaptoets zo goed mogelijk, dan mag je een niveau overslaan. Ik maak het ze hierbij niet al te moeilijk. Mijn doelgroep met diverse migratieachtergronden heeft veel moeite met ‘de’ en ‘het’ en met ‘deze’, ‘die’ of ‘dit’. Een lastige achterstand om in te halen (in het Frans weet ik ook nooit of het ‘le’ of ‘la’ moet zijn…). Daarom heb ik www.woordenlijst.org ingevoerd als officiële spieksite. Deze site van de Nederlandse Taalunie mogen ze zelfs bij toetsen gebruiken. Ik ben van mening dat als studenten de moeite nemen om daar de juiste spellingswijze of werkwoordvervoeging te zoeken, ze daar beter van worden. Beter dan van de ontmoedigende rode cijfers die in dit systeem telkens weer meer oefeningen opleveren.

Dus, waar waren we gebleven? Ze maken in leerjaar 1 die instaptoets met een beetje van Maggi en een beetje van henzelf en studenten met een mooie uitslag starten meteen op 3F. Dan moet ik dus op mijn A3-behang achter iedere student noteren of hij/ zij op 2F of op 3F werkt. Vervolgens komen er na een paar weken studenten vragen waarom hun klasgenoten op 3F werken en zij niet. Die zeggen dan dat ze die instaptoets helemaal niet serieus gemaakt hebben, dat ze niet wisten hoe belangrijk die was en of het alsjeblieft nog eens mag. Zo’n toets gaat in de digitale prullenbak en ineens staat daar een 6,9 in plaats van een 4,3. Dat vereist weer wat aanpassingen op mijn behang. Ook merk ik nu dat ik niet meer een hele klas in zijn geheel kan controleren op de voortgang. Want ik kan zo’n klassenlijst alleen op 2F óf 3F openen in het systeem. Dat is dus dubbel (maat)werk.

Kleurboek

Mijn A3-behang is intussen een compleet kleurenboek. Rode namen voor wie niet klaar is, groene namen liggen op schema, blauwe namen versnellen, paarse namen hebben vrijstelling. Ik heb ook nog geel, dat betekent onvoldoende, maar telt niet mee voor de niveautoetsen. In leerjaar 2 heb ik ook een kolom met de cijfers van het oefenexamen lezen/ luisteren. Daarnaast staat in welke periode ik ze heb aangemeld. Na 6 weken komt daarvan de uitslag. Met weemoed denk ik aan de tijd dat ik gewoon de hele tweedejaars klas ineens aanmeldde voor het examen. In één keer! De hele bups! En 6 weken later kon ik de hele klas dan de cijfers doormailen. (Dat mag nu trouwens gezien de wet op de privacy sowieso niet meer, dat moet individueel, maar dat is een ander verhaal.)

Over het algemeen zit ik eens per 5 weken een hele zondag aan de status van mijn A3-kleurenboek te werken. Die student was rood, maar is nu blauw. Die was blauw, maar blijkt bij een controle helemaal niet meer te werken, dus gaat terug naar rood. Ook de namen van de studieloopbaanbegeleiders staan in mijn schema’s. Zij kleuren mee met de student, zodat ze snel kunnen zien over wie ze zich wel of juist geen zorgen hoeven te maken. Intussen heb ik de eerste zeer ijverige student uit leerjaar 1 al voor kerst voor het examen aangemeld. Ze liet mij echter weten nog altijd geen uitnodiging gekregen te hebben. Navraag bij het examenbureau wees uit dat zij nog niet voorzien is van een uitstroomcrebo en dan kan je ook geen examen doen. Dit blijkt slechts een administratieve mutatie, dus dat gaat helemaal goed komen.

De oplossing voor de administratie van de aanmelding van de examens is intussen nabij! Volgend jaar gaat er weer iets veranderen in de regels. Docenten hoeven studenten niet meer aan te melden voor het examen. De studenten zijn hier volgend jaar zelf verantwoordelijk voor. 20 maart was de laatste keer dat ik mijn A3-kleurboeken van leerjaar 1, 2 en 3 moest doorlopen om te kijken welke studenten er nog aangemeld moeten worden. Alleen zit ik nu wel te piekeren: hoe kan ik zorgen dat ze er volgend jaar ook echt klaar voor zijn? Want hoe krijg ik het voor elkaar dat iedere student tenminste ook één oefenexamen heeft gemaakt vóór hij zichzelf aanmeldt? Ach ja, onderwijs blijft altijd maatwerk.

Toelichting Taalniveaus

Er bestaan twee indelingen in taalniveaus: F-niveaus gelden binnen het Nederlandse onderwijssysteem.  Het zijn drempelniveaus die een leerling moet beheersen aan het einde van een school of opleiding. A-B-C niveaus  is een indeling volgens het Europees Referentie Kader.  Deze niveaus worden gebruikt in het onderwijs aan anderstaligen (Nt2).

2F – B1 einde vmbo en mbo-1,2,3 De leerling: Kan de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke standaardteksten over vertrouwde zaken die regelmatig voorkomen op het werk, op school en in de vrije tijd. Kan zich redden in de meeste situaties die kunnen optreden  tijdens het reizen in gebieden waar de betreffende taal wordt gesproken. Kan een eenvoudige lopende tekst  produceren over onderwerpen die vertrouwd of die van persoonlijk belang zijn. Kan een beschrijving geven van ervaringen en gebeurtenissen, dromen, verwachtingen en ambities en kan kort redenen en verklaringen geven voor meningen en plannen.

3F – B2 einde mbo-4 of havo De leerling: Kan de hoofdgedachte van een ingewikkelde tekst begrijpen, zowel over concrete als over abstracte onderwerpen, met inbegrip van technische besprekingen in het eigen vakgebied. Kan zo vloeiend en spontaan reageren dat een normale uitwisseling met moedertaalsprekers mogelijk is zonder dat dit voor een van de partijen inspanning met zich meebrengt. Kan duidelijke, gedetailleerde tekst produceren over een breed scala van onderwerpen; kan een standpunt over een actuele kwestie uiteenzetten en daarbij ingaan op de voor- en nadelen van diverse opties