Maatwerk voor leerlingen die sneller gaan dan het onderwijs dat ze geboden wordt: hoe werkt dat in de praktijk? Versneld examen doen? Als vo’er modules volgen aan het mbo, hbo of wo? Hierover vertelt Tonke van de Ven, adviseur voorlichting en aansluiting vo-ho bij Tilburg University en lid van de stuurgroep Maatwerk Brabant.

In het regeerakkoord staat dat leerlingen in het voorgezet onderwijs de mogelijkheid krijgen meerdere vakken op een hoger niveau af te ronden en daarmee toegang te krijgen tot specifieke vervolgopleidingen, mits zij voldoen aan de selectiecriteria van de betreffende vervolgopleidingen. Uit een brief van de minister van onderwijs blijkt dat met name leerlingen met vakken op een hoger niveau nog te weinig gezien en beloond worden in het vervolgonderwijs. Het ministerie wil – in eerste instantie binnen bestaande wettelijke kaders – met vo en ho en de sectorraden gaan kijken hoe zij beter kunnen inspelen op deze leerlingen. Hierbij wordt onder andere gedacht aan het aanbieden van honour trajecten, versneld hbo of andere op maat gesneden programma’s.

Tonke van de Ven, werkzaam als adviseur voorlichting en aansluiting vo-ho bij Tilburg University, is sinds dit jaar lid van de stuurgroep Maatwerk Brabant. Deze stuurgroep is ontstaan vanuit de behoefte om het gesprek tussen de vo- en ho- instellingen over wat maatwerk kan en moet zijn  te stimuleren. Daarnaast wil de stuurgroep een stevige gesprekspartner zijn richting o.a. OCW.
Van de Ven is voor deelname aan de stuurgroep benaderd door een vo school. ‘We hebben onder andere besproken wat mogelijk is binnen de huidige wettelijke kaders, om welke groep leerlingen het nu eigenlijk gaat en wat het voor de leerling kan opleveren. De besproken onderwerpen hebben we ingebracht bij partijen als het netwerk aansluiting vo-ho van de VSNU (de Vereniging van Universiteiten), de VO-Raad en het ministerie. Deze stuurgroep sluit goed aan bij de wens van Tilburg University om  de inhoudelijke samenwerking met scholen uit  de regio te verstevigen in de vorm van een scholennetwerk. Binnen dat netwerk willen we onder meer de uitwisseling tussen docenten van het vo en het ho stimuleren.’

Voor en na de poort

Maatwerk Brabant gaat uit van twee doelgroepen. De eerste groep bestaat uit leerlingen die versneld examen doen in een of meer vakken binnen hun eigen opleiding. In het laatste jaar van hun opleiding kunnen deze leerlingen onderdelen volgen op mbo, hbo of wo. Dit traject wordt ‘Voor de poort van de vervolgopleidingen’ genoemd. De tweede groep bestaat uit leerlingen die een of meerdere vakken op een hoger niveau afsluiten. Dit traject heet ‘Na de poort van de vervolgopleiding’. Het gaat specifiek om leerlingen die tijd en mogelijkheden hebben om iets extra’s te doen in het vervolgonderwijs.
Van de Ven: ‘Maatwerk betekent in dit geval het beter in beeld krijgen van wat de behoeften en mogelijkheden zijn voor leerlingen uit het vo. Wat kan en wat kan niet? Iedere situatie van een leerling is anders; vraag en aanbod kunnen uiteenlopen. Daar moet het vervolgonderwijs op kunnen inspringen. Hoe dat er in de praktijk moet uitzien binnen de bestaande wettelijke kaders en met de beschikbare capaciteit en werkdruk in het vervolgonderwijs, is voer voor een ingewikkelde maar ook mooie discussie met alle betrokken partijen.’
Hoe het Maatwerktraject zich gaat ontwikkelen is dus nog onzeker. Het gaat op dit moment nog om kleine aantallen. De leerling op het vo maakt zelf de keuze: zich richten op de vakken waar hij/zij nog examen in moet doen, iets maatschappelijks of toch een inhoudelijke activiteit bij een vervolgopleiding? Door middel van een portal wil Maatwerk Brabant inzichtelijk maken wat de mogelijkheden zijn, zodat scholen dit meer onder de aandacht van leerlingen kunnen brengen.

Wo-module voor vwo’ers

Tilburg University biedt al een aantal jaren de mogelijkheid om een volledig universitair vak te volgen en aan het tentamen deel te nemen. Van de Ven: ‘Leerlingen die bij ons een vak hebben gevolgd en dit met een voldoende hebben afgerond, krijgen vrijstelling voor dat vak in het eerste jaar van hun studie, mits het vak nog steeds op dezelfde manier wordt aangeboden. Over het algemeen gaat het om inleidende vakken zoals Inleiding Straf- en Procesrecht en Inleiding en Geschiedenis van de Psychologie. Iedere faculteit doet daaraan mee, maar niet iedere opleiding. Daarnaast zijn we aan het kijken of we algemene vakken kunnen aanbieden op het gebied van vaardigheden. Denk daarbij aan academisch Engels of Nederlands, schrijven of presenteren. Skills die ze nodig hebben op een universiteit.’

Van de Ven ziet de ideale aansluiting Maatwerk als volgt: ‘Het zou fantastisch zijn als er binnen het hoger onderwijs bij iedere faculteit of academie een casemanager zou zijn die zich bezighoudt met leerlingen die om maatwerk vragen. We spreken nu van leerlingen voor de poort en na de poort, maar deze aansluitcoördinator staat bij de poort en zorgt ervoor dat leerlingen zonder ruis kunnen overstappen.’

Van de Ven vindt het lastig aan te geven wanneer het maatwerktraject geslaagd is. ‘Een menukaart met mogelijkheden voor de leerling die versnelt, is zeker haalbaar. Maatwerk voor leerlingen met een plusdiploma is een complexer verhaal, want daar komen de wettelijke kaders bij kijken. Het vwo vormde in de basis altijd de toegangspoort tot de universiteit, maar daar is in de afgelopen jaren beweging in ontstaan. Kijk maar naar de discussie over hbo-propedeuse en de toelating tot de universiteit of naar de toegenomen instroom vanuit het buitenland en de diversiteit aan diploma’s die dat met zich meebrengt. Ik verwacht dat we steeds meer richting diversificatie van instroom blijven bewegen in het vervolgonderwijs, maar dat is niet van vandaag op morgen gerealiseerd. Het ministerie is daarbij een belangrijke aanjager.’

Het is goed als alle partijen stilstaan bij wat mogelijk is

Na een aantal bijeenkomsten aan de stuurgroep Maatwerk Brabant vindt Van de Ven dat men daadwerkelijk aan de slag kan gaan.. ‘Ik kan met mijn collega’s uit het vervolgonderwijs het gesprek aangaan over wat de leerling nodig heeft om te slagen in het vervolgonderwijs en wat wij daar als onderwijsinstelling in kunnen betekenen. Daarbij helpt het als we een goed beeld hebben van waar het nu werkelijk om gaat. Om hoeveel vakken op hoger niveau? Hoeveel ‘maatwerkleerlingen’ verwachten we? Waarop moeten we selecteren? Wat zijn de consequenties? Wat doen onze collega-instellingen? Het is een complexe discussie. Begin gewoon klein: wat kan er en wat is er al?’

Van de Ven vervolgt: ‘Als je kijkt naar wat er nu al mogelijk is, dan is het ook interessant om naar het mbo en het hbo te kijken. Daar is meer speelruimte. Vwo’ers kunnen nu al bij sommige hbo-opleidingen een versneld traject volgen. Bij navraag bij Avans Hogeschool is dit inderdaad in de toekomst wellicht denkbaar en past het ook bij de ideeën die Avans Hogeschool heeft op het gebied van flexibel leren en vraag gestuurd onderwijs.’