Van niet weten naar een passende studiekeuze

Angst, onzekerheid en stress bij keuzeprocessen: in deze wispelturige coronatijd een actueel onderwerp. In de workshop van studiekeuzecoach Zazie van der Leeuw op de LOB Inspiratiedag in april komt aan de orde hoe je deze gevoelens bespreekbaar maakt en hoe je hier als LOB’er mee om kunt gaan. In dit interview is haar eigen loopbaan daar een voorbeeld van.

Zazie van der Leeuw (41 ) was als kind erg faalangstig. Dat was op haar basisschool nooit zo opgevallen. Daar kreeg ze namelijk geen cijfers en er werd ook niet getoetst. Maar toen kwam de Citotoets, een berucht stressmoment voor veel meer kinderen. Van der Leeuw kreeg een black-out tijdens deze niveau- toets en scoorde onder lbo-niveau. De docent die haar altijd als een havo-vwo kandidaat had ingeschat vroeg zich af wat hier mis ging. Uiteindelijk belandde Van der Leeuw toch op het vwo.

Van der Leeuw koos op het vwo voor een bètapakket om de taalvakken zoveel mogelijk te ontwijken. Ze ging naar het Montessori Lyceum en deed het vwo in 6 jaar. Van der Leeuw: ‘Ik riep het hele voortgezet onderwijs lang dat ik kinderdokter wilde worden of kinderpsychiater. Daar is verder niemand aan te pas gekomen. Bij een dergelijke status beroepswens stellen mensen kennelijk geen kritische vragen meer.

Daar kom je makkelijk mee weg. Maar toen het vwo er op zat had ik daar zo keihard voor moeten werken en dat wilde ik niet meer! Ook vond ik werken in een ziekenhuis helemaal geen aantrekkelijke gedachte. Dus koos ik met hulp van mijn ouders voor een tussenjaar. Bij het Oriëntatiejaar van Hogeschool van Amsterdam (HvA) en de Universiteit van Amsterdam (UvA) dat ik in 1998 zelf volgde, ben ik in 2006 gaan werken en werk ik nu nog steeds. Dat had toen en nog steeds mijn interesse: ‘Hoe kom je van het niet weten naar een passende studiekeuze?’’

Vast in niveau

Van der Leeuw, zelf gezegend met een mooie bos haar, was als kind altijd bezig met haren. Ze knipte en frutselde met poppenharen en later knipte ze ook haar vrienden. In dat oriëntatiejaar liep ze een kapsalon binnen om te vragen of ze er mocht helpen en dat mocht. Van der Leeuw: ‘Op een gegeven moment zag de eigenaresse dat ik echt heel graag meer wilde. Ze zei: ‘Laat dan maar eens zien wat je kan.’ En toen ze zag dat ik talent had, ben ik daar verder opgeleid. Ik ben altijd blijven knippen en werk ook nu nog steeds één dag per week als kapper. Zo zonde dat we in Nederland nog altijd zo vastzitten in die niveaus. Hoezo is kapperswerk onder je niveau als je van havo-vwo afkomt? Als je echt talent hebt kun je ook je eigen opleidingsinstituut beginnen of een eigen zaak. Er valt zoveel te leren in die praktische beroepen.’ (De auteur van dit artikel mocht destijds geen kraamverzorgster worden gezien het ‘onder je niveau’ stempel.) Van der Leeuw: ‘Zelf had ik een geweldige kraamverzorgster, ze had ook pedagogiek gestudeerd. Dit is juist de tijd van een leven lang leren en parallelle loopbanen, weg met die hokjesgeest!’

‘Dit maak ik af’

Na het oriëntatiejaar voelde Van der Leeuw wel de druk om echt te kiezen. Maar dat werd een keuze van haastige spoed, want ze wist het in augustus nog helemaal niet. Van der Leeuw: ‘Ik koos toen voor verpleegkunde, toch in dat ziekenhuis, maar niet zo moeilijk als een studie medicijnen. Stiekem wist ik van te voren al dat dat helemaal niet paste, maar ik had in ieder geval gekozen. Na de kerst ben ik dan ook gestopt.’ Het jaar erop koos ze voor pedagogische wetenschappen, richting onderwijskunde. Van der Leeuw: ‘Ik besloot ook meteen: dit ga ik doen en dit maak ik af. Ik heb in mijn studietijd drie dagen per week gestudeerd en drie dagen per week als kapper gewerkt, voor mij een ideale combinatie van theorie en praktijk. Ook heb ik nog mee gedaan aan een half jaar uitwisseling in Berlijn. Bovendien liep ik een extra stage bij het oriëntatiejaar van studenten- zaken van de HvA, waar ik nu nog werk. Ik studeerde af op de effecten van studiekeuzebegeleiding, mijn scriptie heette ‘Kiezen kost tijd’.’

Voor de rest van je leven

Van der Leeuw: ‘In Nederland zit er veel stress op het kiezen van de ‘juiste’ studie en jongeren hebben het gevoel dat ze snel iets moeten kiezen wat ze voor de rest van hun leven willen gaan doen. Dat is helemaal niet realistisch. Ten eerste bestaat er niet één ‘juiste’ keuze, en tijdsdruk en het accent op ‘moeten’ werkt al helemaal niet bij keuzeprocessen. Het is veel be- langrijker dat je de tijd neemt om dingen te ervaren en jezelf een beetje te leren kennen, om vervolgens te kiezen waar je je verder in wilt ontwikkelen. Ik ben dan ook een groot voorstander van het tussenjaar of zelfs jaren. Ouders en docenten denken nog steeds dat als je even niet naar school gaat je uit het ritme raakt en wellicht nooit meer gaat studeren. Dat is gewoon niet waar, en dat laat onderzoek ook steeds vaker zien. Laten we eerlijker zijn over onze eigen schoolloopbanen. Wie heeft er op zijn achttiende gekozen wat hij voor de rest van zijn leven deed?

Zoveel mensen deden een opleiding en kwamen vervolgens heel ergens anders terecht. Je kunt tijdens je leven nog zoveel keuzes maken. Bovendien, als er iets slecht is voor de juiste studiekeuze is dat al die stress. Stress verlamt en zit het maken van goede keuzes juist in de weg.’