De school als veilige basis voor, tijdens én na de Coronacrisis

Wat nu de school als veilige basis wegvalt in tijden van Corona? Hoe bouw je die veilige basis weer op? Jan Ruigrok houdt een vurig pleidooi.

Het is ten tijde van schrijven maart 2020 en de Coronacrisis zet de wereld op een kantelpunt.  De sociale media vragen naar favoriete gedichten, liedjes en filmfragmenten. De antwoorden zijn ankers van hoop in onzekere tijden en boren een overlevingsinstinct aan van waaruit de krachten als vanzelf naar boven borrelen. Mij brengt het bij de bestralingstoptien die ik samenstelde toen ik jaren geleden in een isolatiekamer van de Daniel den Hoedkliniek lag en niet wist of ik er over een jaar nog bij zou zijn. Het stoomlied van Ed en Willem Bever stond op 1, gevolgd door Tom Petty’s Zombie Zoo:

Sometimes you’re so impulsive,  you shaved off all your hair You look like Boris Karloff and you don’t even care. Painted in a corner and all you wanna do Is dance down at the Zombie Zoo

Vanuit mijn man cave zie ik nu, decennia later, in de verte de watertoren van Barendrecht. Daar lag de finish van een wandelmars die we als padvinders bij een temperatuur van dertig graden moesten volbrengen. Naarmate de toren dichterbij kwam, namen het volume en de welluidendheid waarmee onze liederen over de aardappelvelden golfden, af. Desondanks hielden we stug vol terwijl we zongen:

‘en van je hela hola houd er de moed maar in’

En:

‘ik ben zo blij, zo blij, dat mijn neus voren zit  en niet opzij’

Het waren liedjes van hoop waaraan wat inspiratie betreft ook nu nog menig gedicht, roman en kunstwerk niet kan tippen: zolang mijn neus van voren zit, is nog niet alles verloren. Daar kan Mona Lisa een puntje aan zuigen. Wanneer zekerheden wankelen, de wereld op het punt staat blijvend te veranderen en waar mensen schade en pijn oplopen door wat het lot over hen uitstrooit, is het beroep dat op hoop gedaan wordt groter dan ooit. Scholen kunnen een bijdrage leveren in het zichtbaar maken, kanaliseren en doen groeien van hoop. Daarmee helpen ze leerlingen en leraren zich staande te houden en leggen ze een fundament voor de toekomst.

De school als veilige basis

Het verhaal van de School als Veilige Basis definieert een veilige basis als een plek die bescherming, veiligheid en zorg biedt én waar je uitgedaagd wordt om over drempels te stappen en jezelf te ontwikkelen. Het is een optimale combinatie van wat in het Engels caring and daring heet. Je gunt ieder kind dat opgroeit op zo’n plek van waaruit het de wereld kan intrekken om met nieuwe ervaringen en verhalen terug te keren. Het terugkijken op die ervaringen en het verankeren ervan is voor de Amerikaanse filosoof, didacticus John Dewey de kern van leren: ‘Het ware leren vindt plaats door reflectie op je handelen.’ Wanneer kinderen groter worden, trekken ze verder de wereld in en neemt als het voorspoedig gaat, het aantal veilige basissen toe. Een veilige basis is wat een haven is voor een schip, een herberg voor een pelgrim, de kleedkamer voor een sportteam of een safe house voor militairen. Maak van een klas een veilige plek en de lerarenkamer er een van waaruit leraren naar het klassikale front trekken om daar met een warm en liefdevol hart hun missie te volbrengen voor groepen pubers die worden voortgedreven door oncontroleerbare hormonen.

De uitdagende kant van de veilige basis vergt Moed met een hoofdletter. Moed die Socrates definieert als ‘dat doen wat nodig is, ondanks je bange zelf’. Moed waarvan de buitenwereld niet altijd beseft hoe nodig die is als je in het onderwijs werkt.

De begeleider als wisselwachter

Als de veilige basis onder druk staat, verdwijnt de moed of verandert die in risicovolle overmoed. Het frustreert een gezonde ontwikkeling van mensen en leidt tot gedrag waarmee zij zichzelf en anderen in de weg zitten of beschadigen. Denk aan agressie, ongeïnteresseerdheid escalerend in depressie, burn out, bore out en andere vormen van zelfbeschadiging. Ellende, narigheid en onveilige basissen, activeren overlevingsenergie. Rampower noem ik die energie: hoe meer rammen je in het leven oploopt, hoe meer je in staat bent ze uit te delen. Daarbij kan het een positieve of negatieve kant opgaan. Mensen die met jongeren werken, vervullen daarbij de niet te onderschatten rol van wisselwachter. Het effect van hun sturing, soms in een fractie van een seconde, kan generaties lang doorwerken.

Als het de negatieve kant opgaat, wordt het een kwestie van puur overleven: agressie inzetten om je veilig te voelen, sarcasme en cynisme om afstand te houden en niet geraakt te worden, terugtrekken om geen risico’s te lopen. Hoop ontstaat als de energie de positieve kant opgaat: overleven wordt leven. We hebben daar de laatste tijd aan alle kanten voorbeelden van gezien. Leraren waar het werkplezier aan het wegzakken was, blijken ineens inspirerende digilessen te ontwerpen en hun leerlingen intensiever te begeleiden dan ze jaren gedaan hebben; leerlingen zoeken elkaar via het scherm op, steunen elkaar en wisselen volop ervaringen uit.
Op een manier die we nog niet eerder zijn tegengekomen staan nu, voorjaar 2020, veilige basissen onder druk. Scholen en sportclubs zijn gesloten en op de steun die jongeren bij elkaar vinden, is door beperkende maatregelen moeilijker een beroep te doen. Het hoopvolle anker dat het behalen van een examen kan zijn is veranderd. Wat is de waarde van een Coronadiploma dat je door een ramp in de schoot wordt geworpen, ten opzichte van een diploma dat volgens de regels is afgenomen en waar je hard voor hebt geploeterd? Na de crisis worden de scholen weer bevolkt door honderden mensen waarvan een flink aantal niet de mogelijkheid heeft gehad op een zorgvuldige en liefdevolle manier afscheid te nemen van dierbaren. De pijn van een afscheid dat geen afscheid is, kan lang doorwerken.

Vertrouwen komt te voet en vertrekt te paard. Het vertrouwen in veilige basissen heeft een deuk opgelopen die niet een-twee-drie hersteld zal zijn. Het drukt onderwijsmensen met hun neus op hun taak als wisselwachter. Voor de uitvoering daarvan bestaan geen regels; het komt uit je hart en dat laat zich niet leiden door protocollen. Het op je nemen van die taak begint met het om je heen kijken. Wie oogt heeft voor al die bloemen die bloeien in de tuin van meeleven en onderlinge steun en verbondenheid, ziet mooie perken ontstaan. Voor wie die bloemen wat voeding wil geven, staan hieronder twee overwegingen, de daltheorie en de onveiligheidangst-paradox.

De daltheorie

Als je in het dal zit zijn er twee primaire krachten om eruit te komen. De eerste is de duwkracht van de Erkenning, de tweede de trekkracht van het Verlangen. Ik werd me daar echt bewust van toen een lerares op een time-out-voorziening zei dat er geen betere manier was om haar leerlingen de mond te snoeren dan hen te vragen wat ze zouden willen. Achteraf begrijpelijk: voordat mensen bij hun verlangen komen, moet er ruimte zijn om hun verhaal te vertellen, inclusief alle pijn en narigheid. Daar zijn mensen bij nodig die geïnteresseerd zijn, zonder oordeel kunnen luisteren en die niets aan hen willen veranderen. Pas nadat je je gehoord voelt en voldoende hebt kunnen terugkijken, kun je een volgende stap zetten. Op de time-out-voorziening leidde het ertoe dat er momenten werden gecreëerd waarin leerlingen in cirkels hun verhalen deelden. Mooi als een professionele begeleider naar je luistert, vele malen waardevoller is het wanneer je je verhaal kwijt kunt in een kring van medereizigers met wie je je reis door het leven aflegt; een kring waarin spreken als evengrote bijdrage wordt gezien als zwijgen.

De Veiligheid-Angst-paradox

Het uitwisselen van verhalen voert herstelwerkzaamheden uit aan de veilige basis die schade heeft opgelopen. Wanneer de verhalen zijn verteld en de vertellers zwijgen, richt de blik zich van het verleden naar de toekomst: er kan weer gebouwd worden, je wilt verder, gedreven door doelen verlangens. Doelen bepaal je zelf: een diploma, een slagingspercentage van 92,4%, een baan als teamleider, een huis met een auto ervoor. Een bereikt doel vink je af waarna je nieuwe stelt. Doelen zijn voor de overlevers. Verlangens liggen op een dieper niveau: waarheen waarvoor? Waarom lopen we rond op deze aardbol, wat is de bedoeling van ons leven en wat hebben we nodig om te kunnen zeggen dat het goed is dat we bestaan, wat is de reden om door te gaan?

Wat mij helpt als het gaat om uitdaging, moed en veiligheid is de veiligheid-angst-paradox: in een onveilige omgeving waarin mensen invloed hebben, voelen ze zich gelukkiger en veiliger dan in een veilige omgeving waarin ze geen invloed hebben. Waar de invloed daalt, stijgt de angst. Wanneer je leerlingen invloed geeft, sluit je aan bij een primaire levensbehoefte en geef je hen kans stappen in de richting van hun verlangen te zetten. Het herstelt beschadigd vertrouwen. Laat ze meedenken en mogelijkheden aandragen voor hoe zij hun wereld vorm willen geven. Vraag hoe ze over zaken denken, luister, leer van hen, zet wat je van hen hebt geleerd om in doelen en voer die samen uit. Het is goed voor hen én voor toekomstige generaties.

En ja, er blijven regels; het spanningsveld tussen invloed geven en beperkingen opleggen vraagt nieuwe aandacht. Of je het leuk vindt of niet, er moet een aantal regels worden gehanteerd waarbij geen ruimte voor dialoog of discussie mogelijk is: 1,5 meter = minder doden. Je leren aan te passen aan een snel veranderende wereld en daarin te leven en overleven wordt belangrijker dan kennisoverdracht. Ongevraagd en ongewild krijgen we unieke kansen leerlingen hierin te ondersteunen.

Jan Ruigrok werkt voor ECHO, het expertisecentrum voor herstelrecht in het onderwijs.  Mail: jan@herstelrechtinhetonderwijs.nl