Redactieverhalen september 2020

Onze redactieleden zitten met elkaar op één lijn. Veranderen moet! Waar dachten ze aan bij dit thema? Ze vertellen het in hun persoonlijke redactieverhalen.

'Hoe vraag je verkering aan iemand die je leuk vindt?’

VO-scholen zijn de afgelopen tijd ontzettend druk geweest met het organiseren van lessen en de infrastructuur om weer open te kunnen gaan. Hoe doe je dat met 300 (of meer) pubers waar de hormonen door het lijf gieren en die niet of nauwelijks te motiveren zijn om NIET aan elkaar te zitten?

Terwijl de scholen zich ernstig afvroegen hoe de leerachterstanden zullen zijn na 2 maanden géén live- onderwijs en of er in de zomer les gegeven moest worden, waren de leerlingen met hele andere vraagstukken bezig. Hoe vraag je verkering aan iemand die je leuk vindt en hoe ga je dan verder? Waar kun je, zonder handhaving in je nek, met vrienden afspreken om te chillen, te winkelen of een frietje eten? ‘Jongeren hebben het minste baat bij de lockdown maatregelen, want ze zijn voor het virus minder vatbaar’, betoogde een Belgische econoom op de televisie. Ze lopen minder risico maar mogen niet normaal naar school en moeten zich aan alle regels van de anderhalve metersamenleving houden.’ Als dit waar is, zou je verwachten dat onze jongeren in verzet komen. Niets is minder waar; ze laten deze coronacrisis gelaten over zich heen komen. Sommigen worden somber en verdrietig, anderen proberen er nog een beetje lol uit te halen. Zij gaan de geschiedenis in als de coronageneratie met leerachterstanden, sociaal- emotionele problemen en…………… als ze niet uitkijken: zonder verkering!!!!!

‘Maar,’ zei ze, ‘dan moet ik de boel wel aanpassen’

Tijdens een EK in de zomer werkte ik in de winkel van een huisjespark in Egmond aan Zee. Het park draaide voor 40% op stagiaires uit het mbo: toerisme, technische dienst, sport en bewegen en horeca. Roos, horecamedewerkster, genoot van het voetbalgedoe op het park. Meestal zat er zo’n veertig man in het restaurant te kijken naar het ingehuurde grote tv- scherm. De volgende dag zou Duitsland spelen. Ze had het er druk mee dat het restaurant niet open kon voor de Duitse gasten om samen voetbal te kijken. Het restaurant was verhuurd voor een huwelijksfeest. Roos bedacht er wat op: ze vond de ruimte van het animatieteam geschikt om de voetballiefhebbers te ontvangen. ‘Maar,’ zei ze, ‘dan moet ik de boel wel aanpassen.’ Dat vond de teamleider best. Roos ging aan de slag, zitplekken maken, groot scherm aansluiten en de koelkast vullen. Van een vertegenwoordiger kreeg ze een paar vuvuzela’s. Samen met twee medestudenten bekeek ze de opstelling en bedacht: ‘We moeten looppaden hebben om te serveren.’ De volgende dag was Roos bezig alles op te ruimen. ‘Veertig euro fooi!’ riep ze. ‘Dat mochten we hou- den!’ Nadenkend vertelde ze verder: ‘De organisatie van de bediening moeten we de volgende keer veranderen. We gingen soms met z’n drieën tegelijk een bestelling opnemen. Dat was verwarrend. Volgende keer verdelen we de zaal in wijken. Voor Roos was veranderen nodig om te kunnen verbeteren.’

‘We zijn met z’n allen in één keer in het diepe gegooid’

In de corona thuiswerktijd heb ik nagedacht over wat er in het onderwijs veranderd kan of moet worden. Op LinkedIn zag ik veel berichten voorbij komen over hoe er online les gegeven wordt. Daarnaast las ik de passie en zag ik de creativiteit van docenten en andere onderwijsbetrokkenen. Echter las ik ook de zaken die het onderwijs op afstand niet makkelijker maken. We zijn met z’n allen in één keer in het diepe gegooid. Een goede voorbereiding (hadden we die?) had wellicht ons afstandsonderwijs beter, intensiever en opbrengstgerichter laten zijn.

Het geregel rondom de examens, de extra toetsen of herkansingen die ingezet zijn om leerlingen een ‘echt’ gevoel te geven te zijn geslaagd, is naar mijn mening hectisch verlopen. Maar, als we mogen veranderen, verander dan de examens. Je kunt leerlingen ook laten slagen op basis van skills en testresultaten van de voorgaande jaren. Het basisonderwijs geeft een advies (eventueel met of zonder Cito toets), het mbo, hbo en wo beoordelen of iemand een diploma krijgt op basis van praktijkexamens, tussentoetsen, papers en/of onderzoeken. Geen klotsende oksels in een gymzaal. Dat is blijkbaar voor het vo weggelegd. Laten we eens meer naar andere mogelijke vormen kijken of een leerling in staat is om het vervolgonderwijs aan te kunnen. Met een goede voorbereiding, betere instructies en nog steeds de enorme gedreven passie en creativiteit moeten we dit toch voor elkaar krijgen?

'Het onderwijs kruipt door ons familiebloed'

Wie mij een beetje heeft gevolgd in Bij de Les weet hoe ik met hart en ziel op latere leeftijd docent ben geworden. Het onder- wijs kruipt door ons familiebloed en toen ik eindelijk als 50-plusser voor de klas stond voelde dat als thuiskomen. En nu is dat allemaal voorbij…

Op vrijdagochtend 15 mei zit ik een aflevering van 100 dagen voor de klas te kijken. Ineens valt het allemaal op z’n plek. Mijn moeizame strijd van de laatste jaren na die flinke burn-out. Ik loop al een hele tijd letterlijk op mijn tandvlees. De tandarts kon niets vinden voor die onverdraaglijke zenuwpijn. De diagnose werd chronische aangezichtspijn en niets hielp. Mijn team- manager besloot dat ik alleen nog Nederlands zou geven. Huilend nam ik afscheid van mijn mentorklas. Maar het was wel een verstandige keuze. De pijnaanvallen verdwenen. Na een brand in het huis van mijn dochter, mijn moeder die een heup brak en mijn vader die overleed, was dit jaar ook mijn jaar niet. Intussen al twee jaar 60% aan het werk dus de WIA nadert, maar loslaten vind ik zo moeilijk. Die ochtend bij 100 dagen voor de klas ben ik ineens trots op mezelf. Ik heb het toch maar mooi gedaan al die jaren en ben zoveel ervaringen rijker. Het is nu tijd voor verandering. Meteen tik ik een mail aan mijn team dat er volgend jaar een andere docent Nederlands zal komen. Veranderen, soms moet het echt


Tijd om ons onderwijskompas bij te stellen

Wat niet voor mogelijk werd gehouden, blijkt toch te kunnen in het onderwijs. De vakdocent moest en zou alle lessen zelf fysiek in (of voor) de klas geven en leerlingen konden niet naar de vervolgopleiding als er geen centraal examen was afgelegd. Crisis zorgt voor verandering. Daar wordt in het onderwijs hard aan gewerkt. Alle lof daarvoor. Toch blijven we in wezen dezelfde dingen doen. Zo is iedereen bezig om de lessen te kunnen geven en de roosters op orde te krijgen. Hoewel in een andere vorm, zijn de doelen hetzelfde.

Al jaren zeggen we dat het onderwijs jongeren voorbereidt op een toekomst waarvan we nog niet weten hoe die eruit ziet. Een tijd waarin werkzaamheden en -omstandigheden zullen veranderen, een tijd van flexibele inzetbaarheid en een leven lang ontwikkelen.

Dit is zo’n tijd. Dit is een kijk in de toekomst! Hoe doen we het? Onzekerheid in de omgeving vergt zekerheid in onszelf, vaardigheden om richting te geven in ons leven op basis van ons ‘kompas’. Kunnen jongeren nu regie nemen in hun leven? Weten ze voldoende over zichzelf? Dit is dé tijd om jongeren dit te leren. Vaklessen door filmpjes, en lessen in loopbaanontwikkeling door begeleiding. Jongeren versterken om invloed te hebben op hun leven in een omgeving waar weinig hetzelfde is. Geen antwoorden geven maar vragen stellen. Niet praten tégen maar mét jongeren, over wat hen bezighoudt, wat ze goed kunnen en over hun toekomst.

De crisis zal in het leven van de huidige generatie jongeren een indrukwekkende periode zijn. Een andere vorm van onderwijs zorgt niet dat jongeren leren omgaan met onzekerheid. We hebben andere doelen nodig: jongeren leren hun kompas te ontwikkelen, zelf regie te nemen en te leren in netwerken. Vaardigheden die ze nu nodig hebben en in de toekomst. Kunnen we daar in het onderwijs regie op (leren) nemen? Docenten en managers in het onderwijs: het is tijd om ons ‘onderwijskompas’ bij te stellen!


Renske van Vliet - Authentiek in haar werk

Mentor van de maand

Renske werkt al sinds 2014 bij ons op school, ze geeft les in het vak Beeldende Vorming. Als mentor is ze een rolmodel voor onze leerlingen. Ze is eerlijk, duidelijk en biedt structuur. Zij is de ideale mentor die het evenwicht behoudt tussen betrokkenheid en zakelijkheid. Ze is enorm betrokken bij de leerlingen, elke leerling kan bij haar terecht en ze bouwt aan de relatie met deze leerling. Iedereen voelt zich gezien en gehoord. Verder krijgen ze de juiste informatie op het juiste moment zodat ze verder kunnen. Ze bereidt leerling- en rapportbesprekingen tot in de puntjes voor, zodat deze snel en efficiënt kunnen plaatsvinden. Ze is heel authentiek in haar werk, ze biedt goede ondersteuning aan leerlingen en is echt trots op haar leerlingen.

Renske werkt nu bijna zes jaar bij ons en zij onderscheidt zich ook als docent: voor het tweede jaar op rij zijn er ongeveer tien kbl-leerlingen die op mavo-niveau examen doen in dit vakgebied en daarvoor drie lessen extra per week op school komen. Daarnaast organiseert ze twee cultuurweken, een werkweek naar Londen en de diplomeringsavonden.

Renske zet altijd een stap extra. Een voorbeeld: leerlingen moeten boeken lezen voor Nederlands. Het leukste boek is altijd het snelst uitgeleend. Renske gaat naar de bibliotheek in haar stad om boeken te lenen, om deze vervolgens uit te lenen aan haar leerlingen. Ze geeft vertrouwen aan de leerlingen, oordeelt niet over ze en ze is ontzettend lief. Dit maakt van Renske de mentor van de maand (en wat ons betreft de mentor van het jaar!).


Redactioneel september 2020

Veranderen moet! Het klinkt wat stellig, want waarom zou  je iets veranderen als het allemaal wel prima is? Comfort en vertrouwdheid moet je toch ook niet onderwaarderen? Sommige veranderingen heb je zelf in de hand door de keuzes die je maakt, andere krijg je voor je voeten geworpen en je hebt

er maar mee te dealen. Hoe je daarmee dealt, is natuurlijk wel weer een keuze op zich.

Maar wat mij betreft  geldt: wie wil verbeteren, ontwikkelen of een stap verder wil komen moet veranderen. Of dit gaat over je persoonlijke pad of over het onderwijssysteem; als je alles bij het oude laat zal er nooit sprake zijn van vooruitgang. Stilstaan is geen optie.

Het hoofdredacteurschap van Bij de Les is voor mij zo’n verandering. Het werd tijd voor een nieuwe stap in mijn loopbaan. Ik kijk ernaar uit om mooie artikelen te maken, samen met de ervaren redactieleden. Benieuwd naar hoe mijn studiekeuze- proces er uitzag? Lees dan het interview op pagina 32.

Iedereen die werkzaam is in het onderwijs heeft de afgelopen tijd veel veranderingen moeten doorgaan en doorstaan. Het lesgeven op afstand, anderhalve meter-maatregelen, mond- kapjes... Sommige van deze veranderingen zullen blijvend zijn, andere niet. In deze editie lees je meer over de impact van deze veranderingen op het onderwijssysteem.

Daarnaast lees je ook meer over een grote verandering voor de NVS-NVL. In een uitgebreid interview vertelt directeur Tessa Leonhard alles over de achtergronden van de voorgenomen fusie met de VvSL. Nog zo’n verandering die, zeker voor de leden, tot veel goede dingen gaat leiden.

P.S.

Ook bij het magazine Bij de Les verandert er iets: vanaf dit schooljaar zullen er geen acht maar zes edities verschijnen. En, als grote verbetering is Bij de Les online beschikbaar voor alle leden en abonnees. Hier kun je alle artikelen van Bij de Les teruglezen vanaf januari 2019.


REDACTIEVERHALEN

In deze rubriek reflecteert de redactie op het thema van Bij de Les: ‘Vanuit de leerling’. Wat vindt de leerling eigenlijk zelf? Over studiekeuze in het laatste jaar van het vo? Over corona? Over onderwijs met leerlingen uit een ISK? Lees ’t in onze korte redactieverhalen.

‘Voorlopig blijft het covidik kijken!’

Tijdens het schrijven van dit stukje – op zondagmorgen 15 maart – realiseer ik me dat we in een roerige en onzekere tijd leven. covid-19 houdt ons in zijn greep. Vandaag beslist de regering of de scholen dicht gaan om besmetting van het coronavirus te bestrijden. Een aantal scholen vindt de richtlijnen niet toereikend om de veiligheid te waarborgen en nemen zelf hun verantwoordelijkheid. Ze besluiten om dicht te gaan. Toen bekend werd dat er maatregelen zouden komen, was dit op school het gesprek van de dag. En wat vinden de leerlingen op het vo hiervan? Het antwoord wordt door veel mensen al ingevuld: die zijn blij, kunnen lekker chillen en overzien de consequenties toch niet. Een absolute misvatting als je het de leerling zelf vraagt! Ook zij maken zich zorgen, blijkt uit de gesprekken die ik heb met onze leerlingen. Waar de één zich zorgen maakt over het aankomende examen, is een andere leerling bezorgd om zijn opa en oma die beiden hartpatiënt zijn. Of de leerling die een zusje heeft dat zwaar diabeet is, de leerling die niet weet waar hij naar toe moet omdat het thuis niet fi jn is. De leerling die net na een ware ziekteperiode alle gemiste toetsen aan het inhalen is en de leerling die net vijf dagen geschorst is en niet nog langer thuis wil zitten. Natuurlijk zijn er ook leerlingen die heel stoer hun mening ventileren en blij zijn om van die ‘rotschool’ weg te kunnen blijven. Maar het zijn er maar weinig, zoals we ze altijd al in het onderwijs tegenkomen. We wachten het af en gaan het zien. Voorlopig blijft het covidik kijken!

‘Naar school omdat het moet’

Een jongen van 15 vertelde me dat in zijn klas, 3 vmbo-t, twee leerlingen uit de Internationale Schakelklas zitten. Het zijn vluchtelingen; hij wist niet uit welke landen. Hij verbaasde zich over ze: ‘Ze doen hun best! Wij doen dat niet. Als je aan ons vraagt hoe wij het onderwijs vinden, dan zegt niemand dat ‘ie het leuk vindt. We gaan naar school omdat het moet. Sommigen vinden gym wel leuk, of tekenen. Ik vind wiskunde ‘gaat wel’; niet omdat ik het vak leuk vind of de lessen, maar omdat ik best graag sommetjes doe. Maar verder vindt bijna iedereen school saai, niet interessant. We doen een beetje sloom mee, we zitten suf te luisteren, de helft dringt niet door. Als we wat moeten doen duurt het effe voor we beginnen. Samen hebben we het wel leuk, maar verder boeit het ons niet. We moeten wel zorgen dat we over gaan.’ Ik vroeg naar de anderstaligen. ‘Ze letten goed op en maken alles wat moet. Ze stellen vragen als ze iets niet snappen of ergens nieuwsgierig naar zijn. Het verschil met ons is groot. Ze horen wel bij ons.’ Ik vroeg hem of hij een idee had waar hem dat in zit. Dat wist hij niet. ‘Het lijkt alsof ze school niet verplicht vinden. Misschien hebben ze in hun leven wel veel gemist,’ zei hij met een nadenkende blik.

‘Ik moet eigenlijk nog echt gaan kijken wat ik leuk vind’

Aan het begin van het schooljaar vertel ik eindexamenleerlingen over de handelingen die ze dit jaar moeten verrichten als het gaat om een vervolgopleiding. Open dagen bezoeken, meeloopdagen ervaren, in gesprek gaan met studenten, de opleidingenmarkt bezoeken, aanmelden en je digitaal doorstroomdossier invullen. Als ik vraag aan leerlingen wie zijn of haar keuze al heeft gemaakt, dan is dat ongeveer een derde van de klas. Een derde twijfelt nog tussen twee opleidingen en een derde weet het helemaal nog niet. De eerste groep is gebrand op de aanmelding die vanaf 1 oktober gedaan kan worden. Zij hoeven alleen nog ‘even’ het examen te halen en kunnen dan doorpakken.  Een leerling zei in de klas: ‘Ik ben zo blij dat ik de keuze al gemaakt heb. Het is een zorg die van me afvalt en ik kan me gaan focussen op het examen.’ De tweede groep, de twijfelaars, komt er meestal na twee maanden wel uit. Gesprekken met mentor/ouders/decaan helpt ze om defi nitief de keuze te kunnen maken. De laatste groep, de leerlingen die het echt niet weten, vallen vaak in de categorie ‘ik moet eigenlijk nog echt gaan kijken wat ik leuk vind’. Als ik in het volgsysteem kijk, zie ik dat deze leerlingen zich bij verplichte LOB-activiteiten in voorgaande jaren ziek gemeld hebben of niet zijn komen opdagen. Een vervangende opdracht die ze dan hebben gemaakt, geeft niet veel informatie over wat ze leuk vinden. Uiteindelijk komen ze er wel. We laten deze leerlingen niet aan het lot over. Het blijft wel hun proces in een versneld tempo. Ik ben nieuwsgierig of deze leerlingen in het vervolgonderwijs de switchers of uitvallers worden…

‘Ik praat, jullie luisteren!’

23 maart zijn we gestart met online onderwijs. Ineens ben ik een echte juf: Ík praat, jullie luisteren! Bij vragen je hand opsteken!’ Ons onderwijs in gehalveerde groepen (dubbel werk), is alleen mogelijk met alle microfoons op mute. Bij de start laat ik het geroezemoes incl. honden, gezinsleden en parkieten, 5 minuten gaan: een bron van informatie. Ik zie dat ze ontzettend blij zijn elkaar en ook mij weer te zien. Ze krijgen zo een stukje terug van hun normale leven. Natuurlijk zetten Mo, Mohammed en Mohamed hun microfoon tegelijk aan, terwijl ze heel goed weten wie ik bedoel. Natuurlijk leveren jongens commentaar, als ik de favoriete meisjes spreek. En natuurlijk kun je ook online provoceren. Sami bereid zijn waterpijp voor en gaat hem rustig in beeld liggen roken (‘ik ben in mijn eigen huis juf!’). Dilara ligt perfect in de make-up verleidelijk halfnaakt bovenop haar dekbed en Tasnem wil zonder die make-up juist niet in beeld. Brahim zit te gamen en Mo slaapt rustig door in beeld. Rik zit in een volle auto, maar stuurt zijn vrienden er stuk voor stuk uit om ‘de les netjes bij te wonen juf!’ en Marouane zit in een lege trein omdat hij zijn laptop en boeken op school nu nog op moet halen. Vandaag, 25 maart, gaat het schoolgebouw dicht. Na alle beelden op het nieuws van feestende jongeren, nemen die van mij het beslist serieus en ze mogen nergens heen van hun ouders. Ze slapen tot hun online rooster begint een gat in de dag en vervelen zich nu al stierlijk. Maar ze zijn voor mij nog nooit zo actief en bereikbaar geweest!


Digitale lesdag

De koffie loopt, de gordijnen zijn half dicht zodat ik niet te veel tegenlicht heb en de katten slapen. Een prima start van een digitale lesdag. Met een muisklik start de LOB-sessie. Twee studenten zijn al ingelogd. Fijn. ‘Goedemorgen meiden!’ Het antwoord op slaperige toon: ‘Goedemorgen mevrouw.’ ‘Lekker geslapen?’ vraag ik opgewekt. ‘Mmmmm…’

Vier nieuwe studenten loggen in. ‘Mevrouw, ik snap echt niets van de digitale wijnlessen! En die andere meneer reageert niet, ik heb niet goed geslapen en heeft u al antwoord op mijn vraag van vorige keer?!’ Ik wens Charel een goedemorgen. ‘Ow… hahahaha. Goedemorgen mevrouw!’ Ik vertel haar dat ik er zo op terug kom en vraag waar de rest van de klas is. ‘Weet ik niet! Zal ik appen?’ Ik mis Thomas! En Bart, alweer, die was net ook niet bij Engels. En Josee, Leah en Daan. ‘Ik app Thomas!’

Er loggen drie nieuwe studenten in. ‘Goedemorgen jongens, fijn dat jullie er zijn. Lekker geslapen? Willen jullie volgende keer op het juiste tijdstip inloggen?’ vraag ik ze. ‘Ik moest de vaatwasser nog even uitpakken, mevrouw.’ Als ik vraag of dat volgende keer misschien ná de les kan: ‘Oké…’

Er loggen er nog zes in, ik mis er nog vier. ‘Ik heb Joery op speaker! Haha, hij wordt net wakker.’ Ik vraag aan Shirley of ze haar camera wil aandoen, om te laten zien welk deel van het werkboek ze voor Nederlands gebruikt. ‘Deze!’ Ik zie niets… ‘Deze!’ Ik zie alleen een rode kleur. ‘Ow! Hahaha! Het plakkertje zit er nog op! Ik peuter hem er even af! Pfff, hij zit wel heel erg vast.’ Heeft Joery inmiddels zijn pyjama uit en kleding aan? ‘Ja mevrouw.’

Eindelijk, we kunnen beginnen… ‘Wacht! Ik moet echt plassen en ik neem mijn laptop niet mee, hoor! Ik zag pas geleden namelijk een filmpje en toen zag je dus…’ Dat is voldoende informatie!

Volgens mij is iedereen er nu: ‘Ok, top, dan nu allemaal blijven zitten en niet meer aan de wandel gaan. Vertel aan iedereen om je heen dat nu de les écht begint.’ ‘MAM!! MIJN LES GAAT NU BEGINNEN!’
Het tweede kopje koffie loopt. ‘Dames en heren, hoe gaat het met jullie?’


Student van de maand

LEILA LAROUSSI – ‘Leila ziet hoeveel problemen er eigenlijk zijn’

Het thema van deze Bij de Les is ‘Vanuit de leerling’. Om daarbij aan te sluiten is de rubriek Mentor van de maand in deze editie aangepast: Student van de maand. Redacteur Christel Isphording interviewde een opmerkelijke mbo-student.

Leila Laroussi was niet echt een kanjer op school. Na het diploma vmbo kader lwoo, ging ze naar mbo Maatschappelijke zorg, niveau 3, 4. Maar die overstap was te groot. Leila: ‘Ik ging toen naar Helpende niveau 2 en mijn omgeving was er van overtuigd dat ik niet geschikt was voor school en beter kon gaan werken. Zelf was ik het daar niet mee eens, ik vond niet dat ik het beste uit mezelf had gehaald. Maar toen ik 19 was en klaar met niveau 2, was ik thuis hard nodig. Mijn ouders konden zich geen hele dagen kinderopvang veroorloven. Gezamenlijk hebben we toen besloten dat ik mantelzorger zou worden van mijn autistische broertje en het huishouden zou doen. Dat deed ik met veel liefde voor mijn familie, maar ik was wel onzeker over mijn toekomst.’ Drie jaar later gaat haar broertje naar het speciaal onderwijs en heeft Leila zich opnieuw aangemeld op het mbo, de opleiding Sociaal werk, niveau 4. Leila: ‘Ik had niet zoveel vertrouwen in mezelf, maar thuisblijven met alleen niveau 2 was geen optie. Soms komt mijn overtuiging terug dat ik het niet kan. Maar dan denk ik: er zijn op het mbo zoveel studenten die veel minder discipline hebben en die halen het ook, dus waarom ík niet?’

Leila zit nu met veel plezier in leerjaar 2. Op stage houdt ze zich bezig met huiswerkbegeleiding. Dat vindt ze zo leuk dat ze dat altijd wil blijven doen als vrijwilliger. Ze begeleidt ook jongeren met schulden en is ze buddy van een gezin in het kader van een doorstroomprogramma voor de overstap naar het voortgezet onderwijs. En ze start nu een online leesclub voor kinderen van 10-16 jaar. Leila: ‘Ik vind het belangrijk dat kinderen blijven lezen. Als je leest kun je op z’n minst 50 nieuwe woorden per week leren kennen en word je gewoon letterlijk slimmer en slimmer.’ Daarnaast werkt Leila al 2 jaar bij Happy Nurse, een uitzendbureau voor helpenden, verzorgenden en verpleegkundigen. Leila: ‘Het leukste is dat er specifiek naar mij gevraagd wordt omdat ze mij nu kennen. Het is leuk om je collega’s steeds weer terug te zien.’ Sinds kort maakt ze ook helemaal ingepakt schoon op de corona afdeling van een revalidatiecentrum. Leila: ‘Ik doe dit 8 uur per week overdag in het weekend. Bij Happy Nurse accepteer ik dan diensten in de avonduren zodat ik het kan combineren en soms ook door de week.’
Omdat Leila met verschillende doelgroepen werkt, ziet ze hoeveel problemen er eigenlijk zijn. ‘Ouderenzorg, kansarme kinderen, jongeren met schulden, tienermoeders. Er is zoveel vraag naar hulp en als er geen organisatie is om een bepaalde doelgroep te helpen, dan moeten wij zelf met iets komen. Als ik dit diploma heb weet ik nog niet wat ik ga doen. Mijn droom was ooit trouwen met 20. Ik denk niet dat ik naar het hbo ga, maar ik twijfel nog. Ik heb intussen wel bewezen dat ik genoeg in mijn mars heb.’


Redactioneel mei 2020

Mijn laatste Bij de Les. Het is heus. Na zes jaar hoofdredacteur te zijn geweest van dit mooie vakblad, is het tijd om mijn loopbaan elders voort te zetten. Het meest ga ik de redactie missen. Truda, eindredacteur en redactielid, nuchter, pragmatisch en met goed gevoel voor humor: je bent de beste sparringpartner die ik me kon wensen. Christel, zonder jou zou het mbo er een stuk bekaaider vanaf komen en ik weet zeker dat mensen jouw persoonlijke, uit de onderwijspraktijk én uit het leven gegrepen verhalen met veel plezier lezen. Marjolein, vol vreugde, opgewekte noot tijdens de vergaderingen: jouw kennis van leerlingondersteuning heeft de balans in het blad enorm verbeterd. En last but zeker niet least: Yvonne. Ik weet niet of jij twee keer meer uren per dag te besteden hebt als de rest van Nederland. Hoe krijg je het, naast je werk als decaan en trainer, in hemelsnaam voor elkaar om óók nog zo snel goede stukken te schrijven? Aan jullie allemaal: het blad is zo goed door jullie inzet en kennis. Ik wens jullie allemaal nog veel mooie edities toe. Ook speciale dank aan vormgever Lucy, die altijd goed omging met mijn vrije interpretatie van het begrip ‘deadline’ en die zich de afgelopen jaren elke keer weer overtrof in de vormgeving. En als ik dan toch bezig ben, maak ik van dit moment ook nog even gebruik om mijn collega’s van het bureau van de NVS-NVL te bedanken. (Ik ben nu toch nog de baas van het blad, dus niemand houdt me tegen.) Met directeur Tessa Leonhard aan het roer, heeft het bureau de vereniging de afgelopen jaren naar een hoger plan getild. Vanuit het bureau zijn ook vele goede ideeën voor Bij de Les aangedragen. Leden mogen trots zijn om aangesloten te zijn bij de NVS-NVL. Ik heb nog een soort afscheidscadeau, want het blad is sinds kort ook helemaal digitaal te lezen, gratis voor alle leden en abonnees. Op nvs-nvl.nl/bijdelesmagazine staan alle artikelen sinds januari 2019 als een digitaal naslagwerk op je te wachten. Fraai! Zo heeft het blad een veel langere levensduur; de edities overleven de onomkeerbaarheid van de papierbak. Wat ik na mijn werk als hoofdredacteur ga doen? Fulltime ondernemen in mijn eigen bedrijf: musthavemalts.com. Proost!


Redactioneel april 2020

Onderwijs in Coronatijden: ‘Wat een gedoe’, hoor je ‘men’ verzuchten. Thuis werken én de kinderen lesgeven, docenten moeten ineens maatwerk leveren van achter de computer en hoe werkt passend onderwijs op afstand? Hoe geef je loopbaanadvies op afstand? Het vergt heel wat van ons creatieve vermogen, laat staan van ons uithoudingsvermogen. Dat is de ene kant van het mes, maar het snijdt aan twee kanten (wat eigenlijk een dooddoener is; heb je ooit een mes gezien dat aan één kant sneed?). Op ons bureau, voordat het in lock down ging, hoorde ik dat er ineens beslissingen worden gemaakt op scholen, waar normaal gesproken vijf jaar over vergaderd moet worden. Ineens kunnen er dus wél knopen worden doorgehakt. Wie weet schept het precedent voor de toekomst en wordt het onderwijs ooit wel kampioen knopen doorhakken, nu er ook voordelen zijn in tijden van nood? Ook voor de digitalisering van ons onderwijs is het niet slecht. Digitale geletterdheid van onderwijspersoneel piekt! Elke wolk heeft een zilveren randje, om het Engelse spreekwoord maar eens letterlijk te vertalen. Voorts dank aan Jan Ruigrok, die in allerijl een artikel schreef over de Coronacrisis. Op pagina 23 gaat hij in op de school als een veilige omgeving, die nu juist plots is weggevallen. Dat  is lastig, zeker voor leerlingen voor wie thuis geen veilige  omgeving is. En hoe herstel je de school als veilige omgeving, nu iedereen zo lang moet thuisblijven? ‘Ongevraagd en ongewild krijgen we unieke kansen leerlingen hierin te ondersteunen’,  zo concludeert hij het stuk. Deze Bij de Les gaat verder over maatwerk in het onderwijs. Maatwerk in aansluiting naar het vervolgonderwijs, maatwerk in praktijkleren, maatwerk van een docent op het mbo en maatwerk dat juist door de inspectie wordt tegengewerkt (dat laatste is een verhaal met een goed einde). De vraag om maatwerk is gr00t en zeker binnen LOB en passend onderwijs moet dit een grote rol spelen. Gelukkig staat de NVS-NVL voor beroepsgroepen die daarvan zelf de noodzaak goed inzien. En die dat juist in deze tijden als geen ander weten toe te passen.


Christel Isphording

Column: Firma Jos & Jos

Op 19 februari 2020 overleed voormalig minister van onderwijs Jos van Kemenade (82). Op 26 november 2019 ging zijn trouwe ghostwriter, onderwijsjournalist Jos Ahlers (84), hem voor. Jos Ahlers, onderwijsjournalist, mijn vader en mijn voorbeeld: deze column is mijn laatste eerbetoon aan hem. Van Kemenade kreeg vooral bekendheid met zijn plan om een middenschool in te voeren. Alle leerlingen van 12 tot 16 jaar naar dezelfde brede school, zodat ook leerlingen uit lagere sociale milieus de tijd zouden krijgen een hoger niveau te bereiken. Mijn vader is altijd fervent voorstander gebleven van het uitstellen van het keuzemoment en ik ben het roerend met hem eens.

Van Kemenade was nog niet zo lang minister of hij belde mijn vader. Hij zocht iemand die hij vertrouwde en die goed kon schrijven. Hij was van plan veel het land in te gaan om de vele onderwijsvernieuwingen toe te lichten. Mijn vader kwam twee dagen per week bij hem in dienst. Daarnaast werkte hij vier dagen per week voor zijn eigen onderwijstijdschrift ‘School’ en de zondag was over voor de schnabbels.

Mijn vader had doorkiesnummers van de minister en zijn secretaresse. De eerste week al vroeg de chef van het kabinet hem langs te komen. Hij vertelde dat op het ministerie alles via hem liep. Hij moest hem bellen en de speeches bij hem inleveren. De directeur van de voorlichtingsdienst kwam met hetzelfde verhaal. Mijn vader zei tegen Van Kemenade dat hij zou stoppen als het rechtstreekse contact met hem afgeschaft werd. Van Kemenade regelde dat hij geen last meer had van deze bureaucratie. Op een bijeenkomst van het NGL (Nederlands Genootschap van Leraren) noemde oud-schoolleider drs. Ed Koster fel gekant tegen de middenschool, mijn vader en zijn onderwijsminister spottend ‘de firma Jos & Jos’.

Van Kemenade vroeg mijn vader een populaire samenvatting van de Contourennota te maken. Dat werd ‘Meer mensen mondig maken’. Die pocket was bedoeld voor ‘leken’ op onderwijsgebied, maar werd ook veel gebruikt op scholen. Er werden er meer dan 100.000 van verkocht. Mijn vader had als onderwijsidealist helaas geen verstand van financiële zaken. Hij koos voor een uurloon van totaal 3000 gulden terwijl hij 50 cent per boekje had kunnen krijgen. Toen zat de tijd van het eerste kabinet Den Uyl erop. De VVD’er Pais, een econoom, werd minister van onderwijs. Mijn vader werd aan hem voorgesteld. Zijn reactie: ‘Ha, de begenadigde auteur. U mag nu voor mij komen werken. Mijn vader liet ter plekke weten dat hij daar niets voor voelde en dat hij zijn ontslag indiende. In de drie maanden opzegtermijn die hij van Pais uit moest zitten, schreef hij nog een serie over de middenschool. In het weekblad ‘Uitleg’ van het ministerie, plaatste hij in de eerste reportage een kader waarin werd opgesomd waar de volgende reportages over zouden gaan. Pais, geen voorstander van de middenschool, kon hem moeilijk nog terugroepen zonder veel heisa te krijgen.
De firma Jos & Jos is nu in ruste. Lieve pap, van jou heb ik het vak geleerd: gewoon in het diepe springen en gaan zwemmen. Iedere tekst begint met een prikkelend intro en schrijven doe je zonder wollig taalgebruik zodat iedereen het kan lezen. Lieve pap, daar ben en blijf ik je eeuwig dankbaar voor.

(En natuurlijk buiten de onderwijscontext voor nog zoveel meer.)