Het belang van een goed decanaat

Minder stoelendans, meer erkenning

Meer uren, geld, middelen én erkenning voor decanen en zorgcoördinatoren op school? Beroepskeuze-adviseur Theo Grevers houdt een vlammend betoog over het belang van een groep professionals in school die jongeren helpen bij het maken van hun studie- en beroepskeuze.

Dit artikel komt uit ons vakblad Bij de Les - februari 2019. Leden van de NVS-NVL krijgen Bij de Les opgestuud. Een los abonnement is ook mogelijk.Het belang van een goed decanaat

door Theo Grevers

Er meldt zich een klant bij mij aan: een jongen van 17 die in de laatste klas van de havo zit en niet weet welke studie hij wil gaan doen. Hij heeft op school een interessevragenlijst gemaakt en neemt de uitdraai ervan mee als hij naar mij toekomt. Er staan ongeveer zestig studies op waaruit hij een geschikte zou moeten kiezen. Voor iemand zonder autisme is dit al een schot in het duister en voor iemand met autisme een ware ramp en slapeloze nachten. U denkt nu misschien dat het een moeilijke klant betreft, maar dat is zeker niet het geval. Na een echt op hem gericht onderzoek en een korte nazorg maakt hij binnen een maand een keuze die goed aansluit op zijn capaciteiten, belangstelling en persoonlijkheid. Het kan dus wél. Helaas staat dit geval niet op zich.

Wat gaat er mis? In de eerste plaats valt mij op dat er gebruik is gemaakt van een ‘quick and dirty’ computertestje, dat weliswaar weinig kost maar waarvan de resultaten, eenzijdig als ze zijn (alleen interessen!), de leerling een bos in stuurt met wel heel veel bomen.

‘Het lijkt erop dat sommige functies meer status hebben dan die van decaan’

In de tweede plaats zie ik een veelvuldige wisseling van decanen, waardoor zij minder tijd krijgen om zich het lastige vak van decaan goed eigen te maken. Zo stuurde ik onlangs een brief naar meer dan honderd decanen en uit de eerste tien reacties bleek dat er al vier decanen binnen de school van functie veranderd waren. Het lijkt erop dat sommige functies meer status hebben dan die van decaan en soms ook qua beloning aantrekkelijker zijn. Zo onthield de directie een ervaren en uitstekende decaan een eerstegraads salariëring, waardoor een docentschap in de bovenbouw voor hem een aantrekkelijker alternatief was. Wat zegt dit over de prioriteit die aan het decanaat wordt toegekend?

Weinig uren

Verder merk ik dat er voor het vele werk, als men dit gedegen wil doen, erg weinig uren beschikbaar zijn. Ik spreek veel leerlingen die geen contact met de decaan hebben gehad en soms niet eens weten wie dat binnen hun school is. Dat deze essentiële eerstelijnsfunctie zó krap in zijn jas zit, is zeer te betreuren. Ook is er minder tijd voor bijvoorbeeld contact met externe beroepskeuze-adviseurs. Let wel: het gaat niet alleen om het doorverwijzen van leerlingen. De relatie met een beroepskeuze-adviesbureau ontleent zijn waarde ook aan de mogelijkheid om even telefonisch over een leerling of een nieuwe werkwijze van gedachten te wisselen, een consultatiefunctie die elk serieus beroepskeuze-adviesbureau graag kosteloos zal bieden. Zelf wil ik graag aan de hand van een geanonimiseerd rapport kunnen laten zien wat mijn aanpak is, zodat duidelijk wordt wanneer het zinvol is mij in te schakelen.

Het inschakelen van studie- en beroepskeuze-adviesbureaus bij complexe keuzeproblematiek lijkt ook bemoeilijkt te worden door geldgebrek. Zo’n 25 jaar terug was er geoormerkt geld om leerlingen te verwijzen naar het Adviesbureau voor Opleiding en Beroep. Maar toen dat geld later vrij besteed mocht worden, kregen de decanaten gaandeweg steeds minder ruimte om zelf goede keuzemethodieken en -hulpmiddelen in te kopen tegen de prijs die kwaliteit nu eenmaal kost of om leerlingen te verwijzen naar gespecialiseerde bureaus.

‘Geen goed samenspel in de driehoek decaan, zorgcoördinator en de tweede lijn’

De zorgleerling en de zorgcoördintor

Dan de zorgleerling: omdat ik affiniteit heb met deze groep en weet dat zij vaak extra moeite met kiezen hebben, heb ik mij de afgelopen tijd gericht op de zorgcoördinatoren, die immers de taak hebben deze kwetsbare groep extra bij hun schoolloopbaan en keuzeprobleem te ondersteunen. Helaas had voor de leerling waarmee ik mijn verhaal begon het contact met de decaan alleen uit het testje bestaan en was hij in eerste instantie niet onder de aandacht van de zorgcoördinator gebracht. Als ik overigens over beroepskeuze-onderwerpen contact probeer op te nemen met een zorgcoördinator, krijg ik steevast het antwoord dat ik bij de schooldecaan moet zijn: alsof ik over ‘gewone’ leerlingen wil spreken, wat nu net niet het geval is. Dit lijkt er niet alleen op te wijzen dat de taakopvatting van de zorgcoördinator nog in ontwikkeling is, maar óók dat er zich geen goed samenspel heeft ontwikkeld in de driehoek decaan, zorgcoördinator en externe deskundigen.

Goede contacten

Gelukkig ken ik ook scholen en decanen waarmee ik al jaren goede contacten onderhoud. Ik ken ook zodanig ervaren decanen dat ik bij het merendeel van hun leerlingen nauwelijks toegevoegde waarde heb. Ik zie bij hen een enorme gedrevenheid om het beste uit hun leerlingen naar voren te halen en de bereidheid om wél tijd in te ruimen voor persoonlijke gesprekjes of andere benodigde hulp te bieden. Ook hun netwerk binnen de school verzorgen zij uitstekend, onder andere door mentoren te ondersteunen. Het wordt hoog tijd voor een discussie over het belang van een groep professionals binnen de school die als taak heeft om ‘gewone’ of kwetsbare jongeren te helpen bij het maken van hun studie- en beroepskeuze. Op hoeveel meer uitval in het vervolgonderwijs als gevolg van verkeerde keuzes, met al die persoonlijke teleurstellingen en maatschappelijke schade, willen we nog wachten voordat we - op alle niveaus - die discussie starten?

Theo Grevers is beroepskeuze-adviseur in Voorburg. Hij staat ingeschreven in het Register Beroepskeuze-adviseurs. Meer informatie via 070 3877826, www.theogrevers.nl en info@theogrevers.nl