Liefde van twee kanten: leerlingenzorg en een veilige sfeer voor seksuele diversiteit

Marinus Schouten van Stichting School & Veiligheid vertelt in dit artikel over hoe je als zorgcoördinator voor een veilige sfeer kan zorgen op school, wanneer het gaat om lhbt-leerlingen. In een goed schoolklimaat zou een nog zwaarbeladen onderwerp als een coming-out bijvoorbeeld geen issue meer zijn. De stichting doet bovendien een oproep: deel good practices van jouw school!

door Marinus Schouten

In de afgelopen maanden is in de media veel gesproken over waar de grenzen liggen als het gaat om respect voor seksuele diversiteit. Een recent voorbeeld is de coming-out als transgender, begin februari, van de Belgische journalist Bodewijn van Spilbeeck. Nadat hierover bij het tv-programma Voetbal Inside stevige grappen werden gemaakt, uitten belangenverenigingen en politieke partijen hun ongenoegen over het gebrek aan respect. De programmamakers vonden echter dat er niets mis was met deze vorm van humor. Regelmatig werd in de discussie gevraagd wat de impact van deze satire zou zijn voor een transgenderjongere die in de kast zit. Hoe is dat op school? En wat is de rol van de zorgcoördinator daarbij? In dit artikel beschrijven we een aantal dillema’s en nodigen we uit tot gesprek.

Credit vermelden Hans Slegers

Foto (C) Hans Slegers

De school, de kans

Ook docenten zeggen wel eens: ‘Er wordt op school vaak ‘homo’ geroepen, maar het is vaak wel grappig bedoeld.’ Hoewel een school een samenleving in het klein vormt, spelen in het onderwijs ook andere factoren een rol. Hier willen leerkrachten een veilige sfeer aan alle leerlingen bieden, zodat ze zich goed kunnen focussen op hun leren. School is de plek waar ze - veel uren per week, veertig weken per jaar, jaren achtereen - tijd doorbrengen. De school kan en moet daarom een belangrijke bijdrage leveren aan een goede sociaal-emotionele ontwikkeling. We willen leerlingen vanuit de samenleving per slot van rekening voorbereiden om zelfbewust, autonoom, kritisch en ook betrokken te worden. Wat overeenkomt met de bredere samenleving, is het besef dat je het met elkaar eens wordt over hoe we onze wensen kunnen uiten en welke grenzen we van elkaar respecteren wanneer het gaat om onze seksuele en genderidentiteit. De school is een unieke plek waar jongeren met de meest diverse komaf, ontwikkeling en zich ontluikende identiteit voor het eerst samenkomen en nauw samenwerken. Dat is een uitdaging en een kans bij uitstek.

‘Er wordt vaak ‘homo’ geroepen, maar het is wel grappig bedoeld’

Hoe sociaal veilig zijn lhbt-leerlingen?

Sociale veiligheid omvat verschillende aspecten, zoals hoe veilig een leerling zich voelt (veiligheidsbeleving), hoe veilig de leerling daadwerkelijk is (in hoeverre ondergaat deze pesten of vormen van geweld?), sociale acceptatie en hoe afstandelijk of betrokken medeleerlingen zijn (sociale afstand of betrokkenheid). Aan de hand van seksuele en genderdiversiteit kunnen we deze aspecten goed illustreren.

De statistieken

Als het gaat om de veiligheidsbeleving op school, wijken homoseksuele jongens niet sterk af van het positieve, hoge gemiddelde: 93% ten opzichte van 96% van alle jongens; 5% meer dan in 2014. Lesbische meisjes (87% ten opzichte van 95% van alle meisjes; 5% meer dan in 2014) en transgender leerlingen (80% ten opzichte van 96% van alle leerlingen) voelen zich onveiliger. Pesten en vormen van geweld komen echter bij zowel lesbische meisjes als homoseksuele jongens (nog) twee keer zo vaak voor en bij transgender-leerlingen twee tot zes keer zo vaak voor als bij andere leerlingen (Scholte e.a., 2016). Voor sociale acceptatie liggen de cijfers lager. De algemene acceptatie van seksuele diversiteit onder jongeren is duidelijk toegenomen: in 2012 keurde 75% van de meisjes en 49% van de jongens in Nederland twee zoenende jongens op straat goed of maakt het hen niks uit, in 2017 is dat respectievelijk 88% en 75% geworden (Nikkelen & Vermey, 2017). Sociale betrokkenheid blijft daarbij echter achter (ook het grote percentage ‘maakt me niks uit’ bij zoenende jongens zou daarop kunnen wijzen). In 2016 wil 68% van de jongens met homoseksuele jongens en 73% van de meisjes met lesbische meisjes vriendschap sluiten (14% is onzeker). Ook zegt 24% van de leerlingen dat lhbt-medeleerlingen tegenover iedereen in de school uit de kast zouden kunnen komen. Voor zichzelf (als men lhb of t zou zijn) schat men die kans met 14% veel kleiner in. In beide gevallen is 39% van de leerlingen onzeker (Scholte e.a., 2016).

Enerzijds zien we dus een stijgende lijn van sociale onveiligheid voor lhbt-leerlingen langs de indicatoren van veiligheidsbeleving, feitelijke veiligheid en sociale betrokkenheid, maar anderzijds zien we een zekere afstandelijkheid en onzekerheid naar lhbt-leerlingen.

‘Wat is bij jou op school de rol van de zorgcoördinator?’

Coming-out als signaal, niet als doel

Vaak horen we docenten bij workshops verzuchten: ‘Hoe kunnen we er toch voor zorgen dat leerlingen niet pas uit de kast durven te komen wanneer ze onze school verlaten en een vervolgopleiding gaan doen?’ Is de school veilig genoeg voor seksuele diversiteit wanneer de coming-out van lhbt-leerlingen goed geregeld is? Zo wordt op scholen nogal eens gedacht. Lhbt-leerlingen gaven in gesprekken voor het boekje ‘Waar begin je?’ (zie kader) aan dat ze hun coming-out op school liever niet zien als een incident of bijzonder feestje. Op een school waren drie lhbt-leerlingen uit de kast gekomen en blij verrast dat leerkrachten en leerlingen er ‘zo normaal’ op reageerden.

Bovendien is het weerbaarder maken van leerlingen, zodat ze uit de kast durven komen en zich op school kunnen handhaven, slechts één kant van de medaille. Denk aan de verhalen van lhbt-leerlingen die na hun coming-out geadviseerd werden een half uur later met de fiets naar school te gaan, de achterdeur van de school te nemen of elders dan in de kantine te lunchen, om pesterijen te voorkomen. Recent kwam bij de helpdesk van Stichting School & Veiligheid het verhaal binnen van een lesbisch meisje dat met haar vriendin van het schoolfeest was weggetreiterd, waarop de school zei dat leerlingen zelf met hun homofobe gevoelens moeten leren omgaan. Op weer een andere school werd een transgender-leerling voor zijn coming-out en transitie prima begeleid door het zorgadviesteam. Toch bleef hij daarna mikpunt van pestgedrag en werd hij vervolgens een ‘weerbare einzelgänger’.

Coming-out als vanzelfsprekend in een sfeer van persoonlijke interesse

Zeker zijn er diverse scholen waar leerlingen in het algemeen bij en na hun coming-out geaccepteerd worden en meedoen in de groep. Dat blijken vaak scholen te zijn waar al een open sfeer heerst, waarbij men er (vaker onbewust dan bewust) van uitgaat dat zichtbaarheid van seksuele diversiteit op school oké is. Op een dergelijke school beseft het team dat de open sfeer en interesse voor iedere leerling én voor de interactie in de leerlingengroep de drijfveer is voor hun dagelijks werk van doceren. De functies van vertrouwenswerk, leerlingenzorg en antipestbeleid ziet het team niet als loketjes voor het welbevinden van de leerlingen. Ze zijn voorwaardenscheppend en ondersteunend voor een sterk team en een veilige groepsdynamiek.

'Wat zou een zorgcoördinator moeten doen?'

Wat zou een zorgcoördinator moeten doen? In ‘Waar begin je?’ hebben we vastgesteld welke factoren bijdragen aan respect op school voor seksuele diversiteit. De inzet van de docenten als team staat daarbij centraal. Daarnaast organiseert de zorgcoördinator goede zorg voor leerlingen die lhbt of in dubio zijn. Deze ondersteuning is in ieder geval uitnodigend voor leerlingen die hulp nodig hebben wanneer iets op school hun seksuele of genderidentiteit in de weg zit. Denk aan posters met een boodschap voor inclusiviteit op de deur, of aan schoolbrede voorlichting over je beschikbaarheid als zorgcoördinator over vragen over geaardheid of gender. Een zorgcoördinator doet leerervaringen op die met het team gedeeld worden, zodat men met elkaar stappen kan nemen om de sfeer op school te verbeteren. Neem bijvoorbeeld de zorgcoördinator die niet precies wist wat zij moest doen aan de cultuur van het schelden met ‘homo’, maar dit wel op de agenda van de afdelingsteams plaatste, nadat ze reeds drie geheel van elkaar verschillende coming-outs van leerlingen had begeleid.

Welke rol heeft de zorgcoördinator?

Wat is bij jou op school de rol van de zorgcoördinator bij het creëren van een veilige sfeer voor seksuele diversiteit? Welke afwegingen maak jij om het team of de mentoren erbij te betrekken? Op welke manier draag je bij aan de professionaliteit van het team? Hoe is de communicatiestroom en -structuur daardoor verbeterd (denk ook aan de functies van vertrouwenswerk en antipestbeleid)? En: welke ondersteuning of instrumenten zijn voor het team wenselijk om goed te kunnen schakelen tussen individuele begeleidingsvragen en het werken aan een sociaal veilige sfeer? Bij Stichting School & Veiligheid zijn wij zeer benieuwd naar de antwoorden op deze vragen. Graag willen we daarmee andere scholen inspireren.

Bronnen

Scholte, R., Nelen, W., Wit, W. de & Kroes, G. (2016). Sociale veiligheid in en rond scholen. Nijmegen: Praktikon.https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2016/12/23/sociale-veiligheid-in-en-rond-scholen

Stichting School & Veiligheid (i.s.m. COC Nederland en EduDivers) (2017). Waar begin je? Met leerlingen en leraren in gesprek over seksuele diversiteit. Utrecht: Stichting School & Veiligheid. https://www.schoolenveiligheid.nl/po-vo/kennisbank/waar-begin-je/

Nikkelen, S. & Vermey, K.. (2017). Seksuele oriëntatie en genderidentiteit. In: Graaf, H. de (Red.), Van den Borne, M, Nikkelen, S., Twisk, D., & Meijer, S. (Red.) (2017). Seks onder je 25e: Seksuele gezondheid van jongeren in Nederland anno 2017, pp. 36-60. Delft: Eburon.http://seksonderje25e.nl/

Waar begin je? Met leerlingen en leraren in gesprek over respect voor seksuele diversiteit

Het boekje 'Waar Begin Je?' is een vertelling van een zoektocht langs leerlingen, leraren en schoolleiders. Wat ervaren ze, wat doen ze, wat zouden ze willen, als het gaat over de zorg voor seksuele diversiteit op school? De gesprekken geven mooie inkijkjes in de praktijk. De letterlijke quotes in het boekje halen de mensen waar het om gaat dichterbij. De publicatie geeft ook duiding aan de gesprekken: hoe kun je opmerkingen van leerlingen en leraren zien in een breder geheel? De zoektocht leidt uiteindelijk tot zes ‘bevorderende factoren’ waarmee je aandacht voor seksuele diversiteit op school een goede plek kunt geven.

Stichting School & Veiligheid (i.s.m. COC Nederland en EduDivers - 2017). www.schoolenveiligheid.nl/po-vo/kennisbank/waar-begin-je/