Vakken volgen op verschillende niveaus

 

Vakken hoger niveau verkleindDoor maatwerk kunnen leerlingen hun talenten verder ontplooien
door Leo Molenaar

Het onderwijs is in Nederland helder geregeld. Als je op de havo zit, krijg je alleen havo-vakken. En na het met goed gevolg afleggen van je eindexamen krijg je keurig een bijpassend havo-diploma. Voor iedereen duidelijk, maar voor sommige leerlingen ook een keurslijf waar ze door beperkt worden. Daarom wordt er op steeds meer scholen geëxperimenteerd met het volgen van vakken op verschillende niveaus.

Het is niet helemaal nieuw om in één of meerdere vakken op een hoger niveau examen te doen. In 2015 deden dat in het voortgezet onderwijs totaal 1856 leerlingen. Dat was slechts 1,16% van alle examenleerlingen. Volgens staatssecretaris Sander Dekker waren er in datzelfde eindexamenjaar echter 10.088 examenkandidaten met een duidelijke ‘eenzijdige cognitieve begaafdheid’. Dat houdt in dat ze behoren tot de 20% beste leerlingen in wiskunde en rekenen en tegelijkertijd tot de 20% slechtste leerlingen in Nederlands en Engels, of vice versa. Doordat ze op school instromen op het niveau van hun slechtste vakken, gaan ze zich vervelen bij hun beste vakken. Op die manier benutten ze niet hun volledige potentieel en ligt motivatiegebrek op de loer. Nieuwe maatregelen moeten scholen stimuleren om deze leerlingen meer mogelijkheden te geven. Deze ontwikkeling sluit uiteraard ook perfect aan bij het tegenwoordig populaire gepersonaliseerd leren.

Wat er aan vooraf ging

‘Het wordt een ‘expliciet recht’ om in het voortgezet onderwijs een of meer vakken op een hoger niveau te volgen en daarin eindexamen te doen. Leerlingen die dat doen, krijgen voortaan een extra diploma waarop vermeld staat welke vakken op een hoger niveau zijn afgerond’, schreef staatssecretaris Dekker op 17 februari 2016 in een brief aan de Tweede Kamer. Hij wilde met deze en andere maatregelen meer maatwerk in het onderwijs mogelijk maken. Dekker gaf toen al aan dat hiervoor niet veel wetswijzigingen nodig zijn, want er is ook nu al veel mogelijk. ‘Soms wordt dat echter over het hoofd gezien’, zoals hij het formuleerde. Dekker zag in de praktijk al veel goede voorbeelden van scholen die hun leerlingen weten uit te dagen. Leerlingen kunnen nu al één of twee jaar voor het examenjaar vakken afsluiten, ze kunnen vakken volgen op een hoger niveau of in het vervolgonderwijs (pre-university programma’s) of zelfs het hele vwo versneld afleggen.

Zijn voornemen was om schoolleiders en leraren uitvoerig te informeren over deze mogelijkheden en gaf leerlingen een ‘expliciet recht’ daarop, zodat ze er niet van afhankelijk zijn of een school dit maatwerk daadwerkelijk aanbiedt. ‘Deze vormen van maatwerk vragen het nodige van de schoolorganisatie, maar bieden leerlingen een uitgelezen kans om hun talenten verder te ontplooien’, aldus Dekker. Hij wilde ook dat leerlingen die eindexamen doen op een hoger niveau en dat niet halen, een herkansing kunnen krijgen op het oorspronkelijke niveau.

Het extra diploma ziet hij als een beloning voor leerlingen die extra inspanningen verrichten op school. Het gaat bijvoorbeeld om leerlingen op de mavo, die een of twee vakken op havo-niveau doen. Een echt maatwerkdiploma zoals de VO-raad dat heeft bepleit, wil Dekker niet invoeren. Hij vindt het risico te groot dat de waarde van een vo-diploma daalt en dat de doorstroom naar het vervolgonderwijs in het geding komt. Het reguliere diploma blijft dus, maar er komt daarnaast een diploma waarop de vakken op een hoger niveau staan vermeld.

Pilot met dertig scholen

In april 2017 werd bekend gemaakt dat er een pilot wordt gestart met dertig vo-scholen. Op initiatief van de VO-raad, het Ministerie van OCW en scholierenorganisatie LAKS gaan zij aan de slag met verschillende vormen van onderwijs op maat. In de pilot zal worden onderzocht hoe dit in de praktijk kan worden vormgegeven en wat het leerlingen oplevert. De leerlingen van deelnemende scholen krijgen veel ruimte om hun opleiding zo samen te stellen dat hun talenten het beste tot uiting komen. Zij worden bijvoorbeeld aangemoedigd om hun beste vakken op een hoger niveau te volgen, extra vakken te volgen naast het standaard lesprogramma of alvast vakken te volgen op een vervolgopleiding.

Annemiek Staarman van de VO-raad over dit initiatief: ‘Naast vakken op een hoger niveau of versnellen zijn er zijn zoveel andere maatwerkmogelijkheden. We horen bijvoorbeeld steeds vaker dat scholen willen dat leerlingen kunnen variëren in tijd voor een vak. In deze pilot onderzoeken scholen welk maatwerk het beste is en hoe ze dat kunnen vormgeven. Hoe moet dat bijvoorbeeld met het rooster, laat je leerlingen versnellen voor het ene vak als het op een ander vak helemaal niet goed gaat, wat vraagt het van de leraren en welke stem geef je ouders? Scholen die meedoen gaan echt leren en we hopen dat zij andere scholen daarna ook op weg kunnen helpen.’

‘Maatwerk: hoe moet dat bijvoorbeeld met het rooster?’

Maatwerkchallenge

Scholierenorganisatie LAKS (Landelijk Aktie Komitee Scholieren) is een groot voorstander van de maatregelen. Zij vinden dat te weinig scholen met maatwerk aan de slag zijn gegaan en dat daar verandering in moet komen. Scholieren worden niet voldoende uitgedaagd of krijgen niet de kansen die zij verdienen. LAKS heeft leerlingen opgeroepen om mee te doen aan een door hen georganiseerde maatwerkchallenge. Deze houdt in dat elke leerling zijn/haar eigen onderwijstraject bedenkt. Tot 9 april konden leerlingen zich hiervoor vrijblijvend inschrijven. Tijdens een startbijeenkomst zijn de scholieren vervolgens met LAKS in gesprek gegaan over hun maatwerkwens, waarbij de organisatie aangaf of het wettelijk is toegestaan wat de scholieren willen, op welke manier andere scholen dat hebben georganiseerd en wat de beste manier is om hierover in gesprek te gaan met hun eigen school. De komende maand gaan de scholieren, gesteund door de VO-raad en het Ministerie van OCW, in gesprek met hun school zodat zij onderwijs kunnen volgen dat is afgesteld op hun behoeften. Het doel is om de schoolleiding uit te dagen om daadwerkelijk regelingen te treffen voor deze scholieren en in het volgend schooljaar (2017-2018) ook echt uit te voeren.

 

Dit artikel staat in Bij de Les nummer 8 van jaargang 13 (mei 2017)