Hokje: de lesbienne

7 Column 3 verkleind‘Maar dat kan toch ook gewoon een fase zijn?’
Fleur van Harmelen, freelancer, redacteur bij Expreszo.nl en vormgever

'Zou je niet liever wachten tot na je eindexamens?' Ik zie mijn moeders bezorgde blik nog zó voor me. Ik was zestien. De mensen die wisten dat ik op vrouwen viel waren op twee handen te tellen, maar ik was daar klaar mee. Ik moest en zou de kast uit.

Deze column verscheen bij het artikel Iedereen denkt in hokjes (u ook).

De zorgen van mijn moeder bleken terecht. Het middelbaar onderwijs staat niet bekend om zijn tolerantie tegenover de LHBT-kliek. Ze was niet bang dat ik na schooltijd neer geknuppeld zou worden als in een Carry Slee-drama, maar er is nog een heel spectrum van sociaal ongemak voor je op dat punt bent aangekomen. Ik beloofde mijn moeder om mijn mentrix van tevoren op de hoogte te stellen. Een stukje damage control. Al met al viel het mee. Ik stond hoog zat op de sociale ladder en bovendien ben ik bepaald niet op mijn mond gevallen. Toch kwam er een nieuw fenomeen in mijn leven: de hokjespolitie. Ik was me er destijds nog niet bewust van, maar het label 'hetero' is er eentje dat je cadeau krijgt. Het is je standaarduitrusting. Als je erachter komt dat je een lesbo-licentie wilt halen, moet je voor de publieke opinie toch door een paar hoepels heen:

‘Heb je dan al eens met een meisje gezoend?’, ‘Dus toen je een vriendje had, hield je niet van hem?’, ‘Maar dat kan toch ook gewoon een fase zijn?’, ‘Probeer je niet gewoon interessant te doen?’ Stuk voor stuk heel stomme vragen en allemaal prima af te kappen als je een beetje bijdehand bent: 1: Ja, de foto van het kussen stond op Hyves. 2: Ik denk het niet, maar het kan er ook mee te maken hebben dat ik twáálf was. 3: Heb jij niet gewoon een heterofase? 4: Je moeder is interessant... Meer moeite had ik met een ander soort opmerkingen: ‘Maar je bent tenminste wel gewoon vrouwelijk, niet zo'n tuinbroekpot met kort haar.’ Oh. Ik mocht blijkbaar mijn heterohokje wel uit, zolang ik maar wel aan de standaardeisen van vrouwelijkheid voldeed. Er ontstond een bemoeienis over mijn uiterlijk waarmee ik me geen raad wist. Wanneer we het hebben over hokjesdenken, denken we aan boze mensen die roepen dat je iets niet mag, omdat het niet zo hoort. Zelden hebben we het over diegenen die je een compliment geven over het feit dat je wél binnen de kaders blijft. Bereiken die mensen niet hetzelfde? Ik liet me als puber in zulk commentaar meeslepen. Ik liet mijn haar langer groeien, droeg rokjes en kocht mascara. Alles voor de goedkeuring. Daar ben je natuurlijk een puber voor, je wilt zo geliefd mogelijk zijn. Als je leeftijdsgenoten zó expliciet zeggen wat je wel en niet moet doen, is dat makkelijk scoren. Maar op welk punt durf je lost te laten? Voor mij was dat pas na mijn mbo, op mijn drieëntwintigste.

‘Ik liet mijn haar langer groeien, droeg rokjes en kocht mascara’

Tegenwoordig denk ik dat je op tweehonderd meter afstand kunt zien dat ik op vrouwen val. Ik ben een brede Annie Lennox in een spijkerbroek. Maar ik straal ook: ik ben gelukkiger dan ooit met mijn vriendin. Soms vraag ik mij wel eens af hoe het was geweest als iemand me eerder had verteld dat het ook prima was geweest als ik een tuinbroekpot met kort haar wilde zijn.

Dit artikel staat in Bij de Les nummer 8 van jaargang 13 (mei 2017)